Uniek proces

EEN WERELDPRIMEUR, dat is wel het woord voor de berechting van de verdachten van de bomaanslag op een Amerikaanse jumbojet elf jaar geleden boven Lockerbie die vandaag begint. Een Schotse rechtbank zetelt in het door Nederland tijdelijk overgedragen kamp Zeist om de aanklacht tegen twee verdachten met de Libische nationaliteit te behandelen. Het zal moeilijk zijn een precedent aan te wijzen voor zo'n extraterritoriaal proces.

De wijze waarop dit proces tot stand is gekomen draagt bij aan het bijzondere karakter ervan. Er zijn internationale sancties aan te pas gekomen en twee resoluties van de Veiligheidsraad. Volgens deskundigen is dit orgaan zeer ver gegaan met zijn eis aan een soevereine staat om eigen onderdanen over te dragen voor berechting elders. De Veiligheidsraad heeft bovendien voorrang genomen op het Internationale Gerechtshof van de VN, wat vragen heeft opgeroepen over het juridisch gehalte van de interventie.

De ernst van de terreuraanslag was er in elk geval naar. Lockerbie blijft in de annalen van het internationaal terrorisme een schokkend geval. Het internationale recht laat weinig ruimte voor twijfel aan de noodzaak aanslagen tegen het vliegverkeer te berechten. Er was alle reden Lockerbie niet in het vergeetboek te laten raken. Het heeft een enorm onderzoek gevergd om het tot dit proces te laten komen; sommige bronnen spraken van het horen van 14.000 getuigen in 52 landen.

NU DE BERECHTING daadwerkelijk een aanvang neemt duiken er toch weer twijfels over de bewijsvoering op. Over de herkomst van een flintertje printplaat uit de vliegtuigbom, over de herkomst van kledingstukken uit de fatale koffer. De mogelijke consequenties van een vrijspraak geven een eigen dimensie aan het proces. Achter de eigenlijke berechting van de twee Libiërs gaat immers de verderreikende vraag schuil wie de opdrachtgevers tot de aanslag waren. Aan theorieën geen gebrek in deze zaak.