Tok is op

Wanneer je als dierenarts aan pluimvee denkt, dan denk je aan tienduizenden mestkuikens in een buitenmodel kippenhok of aan kippen die in legbatterijen hun ei kwijt moeten en zo hun vreugdeloze leven leiden/lijden. De confrontatie met een zieke kip van een particuliere patiënt op het spreekuur is een verrassende afwijking. Hoewel de reden voor het bezoek niet vrolijk is. De kip in kwestie is al op leeftijd en de eigenaresse vreest dat het niet goed gaat. En terecht. Een bleke kam, vel over been en kippenborst, waterig vocht lekt uit haar half openstaande snavel, waarvan de bovenhelft is weggebrand, zoals in de bio-industrie gebruikelijk is. De kip is op.

De eigenaresse verwacht kennelijk dat ik me met de patiënt even zal afzonderen om haar nek om te draaien. Ze is zichtbaar opgelucht als ik de kip op dezelfde wijze als bij hond en kat laat inslapen.

Eerst de inleidende narcose-injectie, na enige minuten gevolgd door de dodelijke dosis barbituraat. De eerste injectie lijkt al voldoende om de kip naar de kippenhemel te doen opfladderen. De oogjes gesloten, niet zichtbaar ademend ligt het dier op haar zij. Meer omdat ik de eigenaresse heb verteld dat de euthanasie zich in twee fasen zou voltrekken dan dat ik het werkelijk nodig acht, geef ik de bijna dode vogel de tweede injectie. Geen reactie, doodstil blijft ze liggen. De eigenaresse, tevreden met de vredige gang van zaken, blijft nog even en vertelt dat ze de kip jaren geleden van een kortstondig leven in de bio-industrie heeft gered, waarna het dier lange tijd als huis- en tuindier een onbezorgd bestaan heeft geleid. Ik laat de enigszins aangedane mevrouw uit en op het moment dat ik de deur achter haar sluit, laat de kip, die vanaf de eerste injectie geen kik meer gegeven en geen veer meer verroerd heeft, nog een duidelijk `tok' horen bij wijze van dankbare afscheidsgroet.

    • J. Egter van Wissekerke