Meer doden op kruisingen met spoorlijnen

Het aantal mensen dat bij botsingen op spoorwegovergangen om het leven komt is vorig jaar aanzienlijk gestegen. Het aantal dodelijke slachtoffers bedroeg vorig jaar 49. In 1998 waren er 29 doden en in 1997 30. Dit blijkt uit een analyse die Veilig Verkeer Nederland (VVN) heeft gemaakt van gegevens van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer. VVN is ontzet over de stijging, omdat er juist sprake is van een dalend aantal overwegen en omdat minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) de veiligheid op overwegen vorig jaar tot speerpunt van het beleid heeft verklaard. De minister streeft naar een halvering van het aantal doden op overwegen in 2010 ten opzichte van 1985, toen 48 doden en 45 ernstig gewonden vielen. Op beveiligde overgangen is in 40 procent van de gevallen sprake van bewust risicovol verkeersgedrag, zoals te vroeg oprijden of slalommen. In 30 procent van de gevallen gaat het om het onbewust nemen van risico's, zoals foutief of te laat reageren of knipperlichten over het hoofd zien. In 23 procent van de botsingen blijft de weggebruiker buiten eigen schuld steken op de spoorwegovergang door bijvoorbeeld filevorming of defecten aan de motor.