Kok: EU moet in zes jaar groeien tot 25 à 30 landen

De Europese Unie moet niet alleen in 2002 klaar zijn om Oost- en Zuidoost-Europese landen als nieuwe leden op te nemen, maar ook bereid zijn om metterdaad in vijf tot zes jaar van vijftien tot 25 á 30 landen te groeien. De EU mag op dit stuk niet talmen, zij moet in de timing ambitieus blijven en niet toegeven aan ,,troebele sentimenten'' die het uitbreidingsproces op de lange baan willen schuiven.

Deze waarschuwing heeft premier Kok gisteravond uitgesproken in een toespraak voor het Nederlands Genootschap van Internationale Zaken (NGIZ). De geplande uitbreiding van de EU met tien Oost-Europese landen, Malta, Cyprus en – op langere termijn – Turkije is ,,een opdracht van historisch belang'' die moet leiden tot een ,,werkelijk ongedeeld en eengezind Europa'', zei hij. Nederland verwacht dat het Franse EU-voorzitterschap in de tweede helft van dit jaar, op de Europese Raad in Nice in december, met een ,,tijdpad'' komt voor toetreding van de kandidaat-leden.

Kok benadrukte dat de EU in haar huidige samenstelling er wel tijdig voor moet zorgen dat haar besluitvorming en structuren geschikt gemaakt zijn voor zo'n uitbreiding tot 25 á 30 leden. Nederland is voorstander van één lid per land van de Europese Commissie, wat volgens Kok bij een EU van 25 leden ,,logisch'' is, en wil het stemgewicht per land sterker aan het aantal inwoners binden. In de aanloop naar het Verdrag van Amsterdam (juni 1997) heeft juist die wens tot irritaties tussen België en Nederland geleid, maar daarop ging Kok gisteravond niet in. EU-besluiten moeten veel vaker met een gekwalificeerde meerderheid worden genomen, het vereiste van unanimiteit moet uitzondering worden, aldus Kok, die daaraan toevoegde dat EU-besluiten altijd moeten kunnen rekenen op een meerderheid van de Europese bevolking. Binnenkort krijgt de Tweede Kamer over zulke kwesties een ,,ambitieuze'' regeringsnota, zei de premier.

Volgens Kok draagt het economische integratieproces van de EMU en de invoering van de euro steeds meer bij tot beleidsintegratie in de EU en daarmee ook tot meer politieke integratie. De zogeheten EU-richtsnoeren voor werkgelegenheid doen dat ook, zei Kok, die daarbij waarschuwde dat Europa ,,sociaal'' moet zijn en ook in verband met het draagvlak onder de bevolking niet mag berusten in een gemiddeld werkloosheidspercentage van tien of meer.

Dat niet iedereen ervan overtuigd is dat de beoogde EU-uitbreiding per se zo snel mogelijk moet gaan, blijkt intussen uit een artikel dat Koks partijgenoot Jan Marinus Wiersma, Europarlementariër en vicevoorzitter van het verbond van Europese socialistische partijen, vandaag in de International Herald Tribune. Hij waarschuwt ervoor dat toetreding van Oost-Europese landen het risico meebrengt dat ook de grootschalige criminaliteit en corruptie in die landen in westelijke richting zou oprukken. Daartegen moet vooraf meer worden gedaan en dat geldt ook voor problemen als nucleaire veiligheid, migratie en discriminatie, schrijft Wiersma.

TOESPRAAKwww.nrc.nl/DenHaag