`Jeugdproblemen niet juridiseren'

Een vader is gisteren vrijgesproken van geestelijke mishandeling van zijn dochter. Daarmee is terecht voorkomen dat een beroerde jeugd voortaan in de rechtszaal wordt verwerkt, meent rechtsgeleerde Hans Crombag.

Het strafrecht is niet bedoeld om de rest van je leven op orde te brengen, zegt hij. ,,Nu het aantal rechtszaken over bijvoorbeeld incest blijft toenemen, kun je in zekere mate al wel spreken van juridisering van familieverhoudingen. We moeten oppassen dat gewoon een beroerde jeugd voortaan niet ook in de rechtszaal wordt verwerkt.''

Hans Crombag, hoogleraar in de sociaal wetenschappelijke bestudering van het recht aan de Universiteit Maastricht, reageert enigszins opgelucht op de uitspraak die de rechtbank in Den Bosch gisteren deed. Een 56-jarige vader uit Eindhoven werd er vrijgesproken van jarenlange geestelijke mishandeling van zijn dochter. Volgens het openbaar ministerie had hij de nu 27-jarige vrouw ruim achttien jaar zozeer vernederd, dat zij daardoor een geestelijk wrak is geworden. Officier van justitie C. Wiegant had een half jaar voorwaardelijke gevangenisstraf geëist.

De vrouw lijdt aan verscheidene stoornissen, waaronder anorexia – zij weegt 40 kilo. De rechtbank achtte het verband met de manier waarop haar vader haar behandelde evenwel niet bewezen. Persoonlijkheidsstoornissen hebben volgens deskundigen een gemengde achtergrond van biologische, psychologische en sociale factoren, waardoor één `boosdoener' nauwelijks aan te wijzen is.

,,Als de rechtbank anders had geoordeeld'', zegt Crombag, ,,dan zou er een heel terrein aan familieverhoudingen braak liggen voor conflicten. Als mensen ontdekken dat ze ergens mee naar de rechter kunnen, gáán ze. Het zou een berg aan pseudozaken opleveren die het rechtssysteem verstoppen.''

Dat officier van justitie Wiegant heeft gezegd ,,waarschijnlijk'' in hoger beroep te zullen gaan, vindt Crombag ,,onverstandig''. En dat is zacht uitgedrukt. Crombag wijst erop dat het Wetboek van Strafrecht dan eerst gewijzigd zou moeten worden. ,,Een veroordeling kán nu helemaal niet. Er zou eerst een apart artikel over geestelijke mishandeling aan het wetboek moeten worden toegevoegd.''

Artikel 300 gaat over lichamelijke mishandeling. Wel wordt dat in lid 4 van dat artikel gelijk gesteld aan `opzettelijke benadeling van de gezondheid'. Crombag: ,,Maar het probleem is dat je dan altijd een verband moet kunnen aantonen tussen het geestelijk mishandelen en ziekteverschijnselen. En dat oorzakelijk verband is nooit met zekerheid te leggen. Daarvoor zijn de factoren die tot stoornissen leiden te divers.'' Neem de anorexia van de vrouw die haar vader aangaf, zegt Crombag. ,,Daar bestaan allerlei theorieën over, maar nog nooit is met zekerheid aangetoond hoe die ziekte ontstaat.''

Wie geestelijke mishandeling strafbaar wil stellen, moet het dus als afzonderlijk delict in het wetboek van strafrecht opnemen, stelt Crombag. ,,Als ik u een klap geef en er zijn getuigen dan ben ik strafbaar. Als ik u verneder en er zijn getuigen dan ben ik dat nu in principe niet. Behalve als men die geestelijke mishandeling op zichzelf strafbaar stelt.''

Niet dat hij daar een voorstander van is. De vrouw uit de zaak in Den Bosch lijdt, naast anorexia, aan een paniekstoornis, verminderde weerstand, hoofdpijn, kiespijn en een straatfobie. Crombag: ,,Deze vrouw is er overduidelijk heel slecht aan toe en dan is het begrijpelijk dat zij een verklaring zoekt. Maar de rechter is er niet om haar verleden te gaan herschrijven.'' Je kunt je voorstellen, zegt hij, dat er sprake is van psychologische terreur die dermate ernstig is, dat de rechter moet zorgen dat daaraan een einde wordt gemaakt. ,,Dan geef je straf om een situatie te stoppen. Maar wat deze vrouw wil is met terugwerkende kracht haar jeugd verwerken.'' Herinneringen, weet Crombag als deskundige op het gebied van getuigenverklaringen, zijn bovendien zelden volledig betrouwbaar. ,,Ze worden altijd gekleurd door de omstandigheden waarin je je nú bevindt.''

Socioloog Cees Schuyt heeft eerder geschreven over juridisering als vervanging van traditionele vormen van sociale binding. Met het wegvallen van sociale cohesie in de maatschappij kan juridisering volgens hem zelfs een geschikt alternatief zijn: Omdat het recht neutraal is, formeel, en omdat het volgens vaste procedures wordt toegepast. Crombag erkent dat het recht steeds vaker voor problemen staat die vroeger binnen de eigen familie werden opgelost. ,,Er is reden om aan te nemen dat de groei van het aantal hulpverleners de vraag ook schept. Oneerbiedig uitgedrukt: Wie eenmaal bij een hulpverlener is ziet een probleem onder zijn handen groeien. Maar daar moet de hulpverlener iets aan doen. Niet de rechter.''

    • Margriet Oostveen