Japanse betrekkingen

Tijdens zijn reis door Japan (NRC Handelsblad, 21 april) blijken met de Prins van Oranje delegatieleden meegereisd te hebben, die het Japans-Nederlandse drama in Nederlands-Indië op grove wijze bewust schofferen.

Ten eerste. Ambassadeur in Japan, R. van Nouhuys, maakt zich zorgen over een flinke deuk, die de viering van de 400-jarige betrekkingen zouden oplopen, indien krenkende protesten worden geuit tegen het keizerlijk paar tijdens hun bezoek aan Nederland. Hoe zou hij reageren, wanneer een onherstelbare deuk wordt toegebracht aan auto en overig lijf en goed door een oude vriend? Jaren later wordt een excuusbriefje onder de deur geschoven zonder toezegging van enige compensatie.

Ten tweede. Oud EU-ambassadeur in Japan, A. van Agt, vindt de aandacht die de kroonprins aan de Tweede Wereldoorlog schonk belachelijk. Volgens hem waren het slechts interneringskampen: maar van deze ex-premier mag men dan ook verwachten, dat hij zou weten dat in die kampen door uithongering en marteling 26.000 Nederlanders van de 155.000 het leven lieten en dat die oorlog voor de resterenden niet veel langer mocht duren.

Het bovenstaande stemt verdrietig en wekt woede bij velen, die stille kracht moeten zoeken in de tekst op het Indisch Monument: De Geest Overwint.

Omdat het leven verder gaat, is het vinden van blijken van verzoening gerechtvaardigd. Het excuusbriefje van ex-premier Obuchi is daartoe een belangrijke aanzet. De traditionele heroïek van harakiri en samoerai is mogelijk de jarenlange belemmering geweest.

Door die aanzet kunnen beide landen een aanvang maken in volle openheid hungeschiedenis gemeenschappelijk te herschrijven, zoals Koningin Beatrix dat oververzoenen en vergeven heeft verwoord in haar laatste kerstboodschap.

Daarentegen maken de uitspraken van bovengenoemde diplomaten de 400-jarigeviering tot een huichelachtige vertoning. Jarenlange verdraaiing van feiten zowel in Japan als Nederland, maken verzoening voor de resterende betrokkenen niet eenvoudig.

    • M.F. Bus