Jakob en Ezau in de Sahel

Het bijbelboek Genesis wordt door christenen, joden en moslims erkend. De strijd tussen de tweelingbroers Jakob en Ezau om het voor een bord linzen verkwanselde geboorterecht, en de verkrachting van Jakobs dochter Dina door de Kanaäniet Sichem, gewroken door haar broers met een massale besnijdenis, zijn dus ook in een islamitisch land als Mali verre van onbekend.

In zijn vierde film volgt de Malinese filmer en politicus Cheick Oumar Sissoko (hij leidt het nationale filminstituut in Bamako, na het internationale festivalsucces van zijn eerste twee films Nyamanton en Finzan) Genesis 23-27 op de voet. De rollen van de Kanaäniet Hemor, Sichems vader en boer, de jager Ezau en de herder Jakob worden in het majestueuze berglandschap van de Sahel gespeeld door Bambara sprekende Afrikaanse acteurs, onder wie zanger Salif Keïta (Ezau) en Mahabharata-vertolker - onder regie van Peter Brook - Sotigui Kouyaté. Het aardige is dat de economische tegenstellingen tussen de verschillende clans in deze context een actuele betekenis verschaffen aan het Oude Testament.

La genèse, naar een scenario van een Franse katholieke theoloog, is een interessant curiosum, maar geen gemakkelijk te volgen film. De kijker moet behoorlijk bijbelvast zijn, om direct de gecompliceerde relaties te kunnen duiden, want Sissoko lijkt niet in eerste instantie uit te zijn op popularisering van het verhaal van de aartsvaders. Kennelijk kan hij zich niet voorstellen dat Europeanen en Amerikanen al zo ver verwijderd zijn van de bronnen van hun beschaving.

De Frans-Malinese coproductie La genèse schiet zo enigszins zijn doel voorbij, ook al lijkt het op papier een mooi idee om een stammenstrijd te gebruiken als thema voor een film die universeel herkend zou kunnen worden.

La genèse. Regie: Cheick Oumar Sissoko. Met: Sotigui Kouyaté, Salif Keïta, Balla Moussa Keïta, Fatoumata Diawara, Hélène Diarra. In: Tropeninstituut, Amsterdam (wo); Lantaren/Venster, Rotterdam (do vr), en daarna in Wereldcinema Tour.

    • Hans Beerekamp