Giftige kritiek op Griekse minister

De Griekse minister van Buitenlandse Zaken Jorgos Papandreou ligt in eigen land fel onder vuur — wegens zijn Turkije-beleid en omdat hij aan de leiband van Washington zou lopen.

De Griekse minister van Buitenlandse Zaken Jorgos Papandreou en zijn Turkse ambtgenoot Ismail Cem zijn in New York, onder andere om een prijs in ontvangst te nemen van de stichting East West Relations die de `politieke persoonlijkheid van het jaar' bekroont. Velen in Griekenland en Turkije menen dat ze samen ook de Nobelprijs voor Vrede zullen krijgen, wegens de onderlinge verstandhouding die zij hebben opgebouwd ter bevordering van de Grieks-Turkse toenadering.

Toch ontbreekt het in Griekenland niet aan tegenstanders van deze politiek. Er worden van vele kanten pogingen in het werk gesteld, Papandreou's positie als minister op losse schroeven te stellen. Zowel binnen de regerende Pasok als in de oppositie wordt geïnsinueerd dat hij met zijn `Turkofiele koers' aan de leiband loopt van Madeleine Albright, die gisteren in New York een ontmoeting tussen haar beide collega's opluisterde.

Al voor de parlementsverkiezingen van 9 april die Papandreou's aanwezigheid op het ministerie bestendigden, was zijn voorganger Theódoros Pángalos — vorig jaar ten val gekomen door zijn onhandige aanpak van de affaire Öcalan — gekomen met giftige aantijgingen, als zou de bewindsman zich omringen met adviseurs uit de angelsaksische wereld die zelfs geen Grieks spreken. Een verontruste oud-diplomaat meldde dat er `op het ministerie met tolken moest worden gewerkt'. Papandreou zou `hele legers van adviseurs' hebben laten aanrukken, uit verdachte hoek.

Bron van deze alarmerende `berichten' waren stellig ook ambtenaren die zich aan de kant gezet voelden. Een andere oud-diplomaat, Papadreou-gezind, kwam van zijn kant met onthullingen als zouden enkele met name genoemde kopstukken van het ministerie `Tourkofagi' zijn, `Turkeneters'.

Van de verkiezingen, die een minieme overwinning voor de socialistische regeringspartij opleverden, hadden vele ambtenaren op het ministerie ongetwijfeld een omwenteling verwacht. Toen die uitbleef, ging de campagne tegen de minister met grover geschut verder. Oud-premier Konstandínos Mitsotákis, ere-voorzitter van de oppositiepartij Nieuw Democratie, uitte zich `diep ongerust' over het personeelsbeleid op het ministerie, dat hij zelf in de jaren negentig ook korte tijd heeft beheerd. Papandreou nodigde hem uit voor een gesprek, waarin hij uitlegde dat hij welgeteld tien adviseurs raadpleegde, terwijl hij recht heeft op zeventien.

De ongerustheid kreeg nieuwe brandstof toen vorige week een omvangrijke delegatie van de Joegoslavische oppositie in Athene neerstreek. Niet op uitnodiging van de Griekse regering, zoals werd gestipuleerd — deze verleende slechts gastvrijheid. Centrale figuur in dit gezelschap was de Joegoslavische troonpretendent Alexander, die een gevolg van 80 personen meebracht.

De stomverbaasde Grieken lieten zich voorlichten: de 56-jarige pretendent is in 1945 in Londen geboren als zoon van de in ballingschap levende koning Peter II. In het Clarencehotel aldaar werd een suite tijdelijk tot Joegoslavisch territorium verklaard, want de grondwet van het land schreef voor dat de vorst op Joegoslavische bodem ter wereld moest komen. Peter werd datzelfde jaar door Tito onttroond en stierf in 1970, waarna Alexander zijn `troon' overnam. Deze huwde in 1988 de Griekse Katharina Nisti, waarbij als getuige de Griekse ex-koning Konstantijn optrad, die in 1974 bij referendum was verstoten.

De verbazing van talloze Grieken veranderde in wrevel, toen zij vernamen dat een van Papandreou's adviseurs, Alexander Rondos, de onverwachte gast met `uwe hoogheid' had aangesproken en had aangekondigd dat Papandreou de hele delegatie in haar hotel zou komen bezoeken. Dat laatste werd afgelast en Rondos bood vanwege zijn protocolaire overtreding zijn ontslag aan.

Rondos, aanspreeknaam `Alex', is Balkanexpert en behoort tot Papandreou's Grieks-Amerikaanse adviseurs die irritatie hadden gewekt bij de oppositie. Het bleek dat de hele conferentie in Athene door hem wekenlang was voorbereid, maar ook door de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken met als ambtsgebied de Balkan, James Dobbins. In de Griekse pers is men nog niet uitgepraat over dit nieuwe blijk dat Papandreou `aan de leiband van Washington' zou lopen.

Maar ook de populaire aartsbisschop van Athene, Christódoulos, heeft de Grieken verbaasd. Tijdens een mis sprak ook hij de pretendent en zijn gade met `uwe hoogheden' aan. In een moeite door echter richtte hij zijn banvloek naar de bombardementen van vorig jaar die `een moedig en onschuldig volk' hadden geteisterd — de Serviërs. Gelukkig waren zowel Dobbins als Jorgos Papandreou bij deze donderpreek afwezig.

    • F.G. van Hasselt