De superclub

DE WERELD TELDE vorig jaar zeven miljoen mensen met een vermogen van meer dan een miljoen dollar. Dat valt tegen. Er zijn zes miljard mensen op de wereld, dus het aantal dollarmiljonairs bedraagt iets meer dan een duizendste van de wereldbevolking. Anders gezegd: 99,9 procent van de mensen op deze wereld moet van minder rondkomen. Dit is geen diskwalificatie, maar de gedachte dat in deze tijd van zakelijke megadeals, cashen van dotcom-ondernemingen, opties en supersalarissen iedereen rijk is, is een sprookje. Er zijn eigenlijk verrassend weinig puissant rijke mensen in de wereld.

Naar geografische verdeling wordt het beeld genuanceerder. Het overgrote deel van de wereldbevolking woont in de arme `Derde Wereld' en dat haalt het gemiddelde naar beneden. In de Verenigde Staten behoort ruim één procent van de bevolking tot de club van miljonairs, in de Europese Unie 0,65 procent, blijkt uit het World Wealth Report, dat wordt uitgebracht door de zakenbank Merrill Lynch en de automatiseerder Cap Gemini. Het gaat om dollars van 1999, dus een miljoen dollar is grofweg een miljoen euro of 2,2 miljoen gulden. Bovendien gaat het om liquide vermogen zoals kasgeld of aandelen, niet om onroerend goed.

Het rapport geeft ook een schatting van het aantal superrijken in de wereld, mensen met een vermogen van dertig miljoen dollar (zeg maar honderd miljoen gulden) of meer. In 1999 waren het er ruim 55.000. De gemeente Assen telt meer inwoners.

AFGEZIEN VAN HET genoegen dat mensen van hun supervermogens kunnen hebben in hun persoonlijke levenssfeer, roept deze concentratie van rijkdom vragen op. Niet alleen naar rechtvaardigheid, want aan iedere verdeling kleeft willekeur, maar naar machtsuitoefening en doelmatigheid. Wat draagt de koopkracht van de dollarmiljonairs bij aan de vraag naar goederen en diensten in de wereld, hoe dragen hun investeringen bij aan economische groei en ontwikkeling? Met andere woorden: waar en door wie worden de vruchten geplukt van deze megavermogens?

Rest de vraag waarom aandacht zich onevenredig richt op het wel en wee van deze rijken. Want het gaat om een zeer beperkt aantal individuen. Een idee: stimuleringsmaatregelen om meer mensen tot de superclub te laten toetreden.