De politiek van het hossen

Op de vroege ochtend van Koninginnedag kwam ik na drie weken Amerika (beurs ingestort, hersteld, Elián, verkiezingsstrijd, seriemoordenaar, enz.) terug in Amsterdam. Het voorjaarsbriesje droeg de geuren van patat en verschaalde alcohol en andere stanken; zacht rammelden honderden lege bierblikjes over de keien. Tegen de sokkel van Het Lieverdje zaten twee jonge mensen te slapen. Hun oranjepetjes hadden ze nog op. Daar was al feest gevierd. Op de Dam bereidde het personeel van de kermis zich voor op nieuwe golven oranjevreugd. Zorgeloos land, dacht ik.

De kranten gelezen. Was er een revolutie op til? Oude en nieuwe Republikeinse genootschappen deden van zich spreken. De koningin ter discussie. Te kil! Te veel macht! Met pensioen! De hoogste tijd voor hervormingen. Het viel niet onmiddellijk met de bewijzen van het massafeest en dit pretpark in het hart van de natie te rijmen. Maar zoals er een nieuwe economie is, zo is er ook een nieuwe publiciteit. Wordt er gezegd dat iets 'ter discussie staat', dan is er `discussie'.

Waar gaat het over? Voorzover het nog te onderscheiden valt, zijn er drie onderwerpen: de populariteit van een persoon, de macht van de vorst, en het instituut van de monarchie. Het valt niet te ontkennen dat een en ander met elkaar samenhangen, maar daarom hoeven deze drie grootheden nog niet door elkaar te worden gehaald.

Populariteit is een wisselvallige grootheid die van dag tot dag met enquêtes te meten valt. Hoe populair iemand is, hangt af van de snel veranderende smaak van de meerderheid. Iemand kan zich populair maken door zich drie maanden dag en nacht aan televisiecamera's bloot te stellen. Een ander verspeelt de gunst van een groot publiek door de deur op slot te doen, om zich tegen ongewenste intimiteiten te verweren. Het is zoals Gerrit Komrij dicht:

,,Dus als zij werk en eigen leven scheidt / Is dat haar zwakke punt: het volk wil mee. / Mee wil het als zij met serviesgoed smijt, / Mee wil het, pardonnez moi, naar de plee.''

De smaak van de tijd wil dat het staatshoofd, net als sporthelden en andere `iconen' zich met huid en haar aan de dictatuur van de gemeenzaamheid uitlevert. Volgen we deze wens, dan kunnen we het best de meest exhibitionistische der bekende Nederlanders staatshoofd maken. Met democratie heeft 'populariteit' niets te maken. Menno ter Braak kon zich wel verenigen met de vrijheid en gelijkheid van de Franse Revolutie, maar de algemene broederschap was hem te klef. Veel Nederlanders geven uitdrukking aan nationale broederschap door te gaan hossen. In geen land ter wereld wordt zoveel afgehost als hier. Hossen is een Nederlandse metafoor. Is het vraagstuk opgelost als de koningin zich voegt naar de politiek van het hossen?

Behalve dat de dictatuur der gemeenzaamheid wisselt met de mode, is er een politiek nadeel. Zich populariserend levert het staatshoofd zich uit aan een tijdelijke meerderheid en laat zich zodoende politiseren, d.w.z. voor speciale belangen gebruiken. Die belangen nemen zo'n cadeautje gretig aan. De grote verdienste van koningin Beatrix, vind ik al twintig jaar, is dat geen enkel deelbelang erin is geslaagd, ook maar de schijn te wekken dat ze zich liet belasten. Ze heeft juist, zonder aan de status van het staatshoofd afbreuk te doen, de monarchie gedepolitiseerd. Er hoefden bij haar geen `wijze mannen' aan te pas te komen om een of andere penibele toestand op te lossen.

Heeft ze `te veel macht', zoals de hervormers zeggen? Waaruit blijkt dat? Heeft ze het schip van staat in een koers gestuurd die het kabinet, het parlement en het volk eigenlijk niet wilden? Welke koers is dat dan geweest (of nog)? Waren we nu ergens anders terechtgekomen als ze niet `te veel macht' zou hebben? Daar ben ik werkelijk nieuwsgierig naar. `De Koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk.' Als de ministers onder druk van het staatshoofd iets anders hebben gedaan dan ze van plan waren, dan zijn ze, om J.L. Heldring te citeren, ,,schijtlaarzen'' die ontmaskerd moeten worden. Als hier het staatshoofd zich te veel macht heeft toegeëigend, moeten we andere ministers hebben.

Tenslotte komt de monarchie aan de orde. Een jaar of veertig geleden was het instituut geen onderwerp van debat. Het werd beschermd door een taboe. Kon erover worden gediscussieerd? Dat was de vraag niet. Het werd niet gedaan. Juist doordat verscheidene leden van het Koninklijk Huis zich toen op uiteenlopende manier hebben laten politiseren, is aan dit taboe een eind gekomen. Intussen veranderde onze politieke cultuur zodanig dat nu over praktisch alles openbaar verschil van mening heerst (waarna de partijen het weer zo ver moeten bijleggen dat in consensus verder kan worden gewerkt – of niet). Dat de monarchie ook `ter discussie staat' is geen wonder meer. Het is niet zozeer van belang dat dit gebeurt, als wel ons af te vragen wat de gevolgen kunnen zijn.

Eerste mogelijkheid: geen gevolgen. Dan is dit debat niet meer dan een media-evenement, interessant zo lang het duurde en daarmee afgehandeld. Tweede mogelijkheid: een monsterverbond van republikeinse intellectuelen en neopopulisten (van de warme menselijkheidspartij) opent een serieuzer aanval dan die waarmee ze nu bezig zijn. In dat geval moeten we ons de oudvaderlandse vraag stellen: hoe sterk is Oranje? Wie melden zich als de volgende gebroeders De Witt, Troelstra, met hoop op meer succes? Omdat in dit geval maar één partij kan winnen – geen ruimte voor consensus – moet er een officiële krachtmeting komen.

Zullen de grote partijen het wagen, de vraag in hun programma op te nemen, of een meer en meer gebruikelijke weg bewandelen, die van een raadgevend referendum? Dan hebben we de poppen aan het dansen. Geen mens kan zich voorstellen op wat voor evenement dat zal uitdraaien. Een goed onderwerp voor een televisiescenario. Winnen de republikeinen dan komt de vraag, waar we een president met de warme uitstraling en hoslust, naar de eis van de tijd zullen vinden. Spaar ons de misère.