De locatie

Kamp Zeist, precies gelegen op de gemeentegrens tussen Zeist en Soest, heeft vele generaties militairen aan zich voorbij zien trekken. Al in 1804 werden er 20.000 Franse soldaten gelegerd. In de Eerste Wereldoorlog werd het kamp gebruikt voor de internering van Belgische soldaten die in de zomer van 1914 naar Nederland waren uitgeweken. In de Tweede Wereldoorlog deed het dienst als Duits krijgsgevangenenkamp. Vanaf 1954 waren er Amerikaanse militairen gelegerd. In 1994 werd het laatste squadron Amerikaanse F-15's teruggetrokken, waarna het kamp nog uitsluitend werd bezocht door de Nederlandse luchtmachtkapel, die een schoolgebouw op het terrein gebruikte als oefenruimte.

In 1998 werd het terrein door de Amerikaanse, Britse en Nederlandse regeringen gekozen als de meest geschikte locatie voor het proces. Op 18 september 1998 tekenden Nederland en het Verenigd Koninkrijk een verdrag dat het grondgebied voor de duur van het proces overdraagt aan Schotland. Kamp Zeist werd hiermee een stukje Schotland in Nederland, in status vergelijkbaar met een ambassadeterrein.

De omvangrijke verbouwing van het terrein heeft 45 miljoen gulden gekost. Het schoolgebouw is ingericht als rechtszaal. Het vroegere militaire hospitaal, gevestigd in een atoomvrije ondergrondse bunker, is omgebouwd tot gevangenis voor de twee Libische verdachten. Het sportcomplex is nu mediacentrum. Na het proces zullen al deze gebouwen weer worden afgebroken: in het Nederlands-Britse verdrag staat dat de Schotten het kamp in oude staat opleveren. Daarna zal het ministerie van Defensie het terrein waarschijnlijk verkopen aan de gemeente Zeist. Er bestaan plannen om het Militair Luchtvaartmuseum, direct naast Kamp Zeist, uit te breiden tot een militair themapark.