Afstaan DNA eis bij verlof na zedendelict

Tot tbs veroordeelde zedendelinquenten moeten in de nabije toekomst DNA afstaan als ze met proefverlof gaan of als sprake is van voorwaardelijke beëindiging van de tbs.

Dit schrijft minister Korthals (Justitie) aan de Tweede Kamer. Het verkregen DNA-profiel wordt opgeslagen in de databank van het Nederlands Forensisch Instituut in Rijswijk. Als de tbs-gestelde tijdens zijn proefverlof of in de periode van voorwaardelijke tbs-beëindiging een delict plegen, kan dit volgens Korthals sneller worden vastgesteld.

Korthals had eind vorig jaar al aangekondigd met deze maatregel te komen. Inmiddels heeft de Centrale Raad voor de Strafrechtstoepassing hier positief over geadviseerd. Volgens de Raad mag alleen DNA worden gevraagd van een veroordeelde vanwege het preventieve effect op het gedrag van de betrokkene.

Volgens een Justitie-woordvoerder is het evenwel de bedoeling dat het DNA-profiel van de tbs-gestelde langer dan het proefverlof of de periode van voorwaardelijke beëindiging wordt opgeslagen. Hoe lang precies is nog onduidelijk. Korthals zal hierover bij de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer terugkomen.

Korthals wil ook de periode van voorwaardelijke beëindiging van tbs verlengen van drie naar zes jaar. De tbs-gestelde blijft dan langer onder toezicht en er kunnen langer voorwaarden worden gesteld aan zijn geleidelijke terugkeer in de maatschappij. Zo kan in die periode gemakkelijker worden geëist dat hij zich niet in een bepaalde woonplaats vestigt.

Voorts wil Korthals laten onderzoeken of het ook mogelijk is om voorwaarden te verbinden aan vervroegde invrijheidsstelling van veroordeelde zedendelinquenten die geen tbs hebben gekregen.