Achthonderd litho's voor Van Gogh Museum

Het Van Gogh Museum in Amsterdam heeft voor een onbekend bedrag achthonderd 19de-eeuwse prenten, veelal kleurenlitho's, verworven van de schilders/grafici Toulouse-Lautrec, Bonnard, Vuillard en tijdgenoten.

De aankoop is de grootste en de duurste uit de geschiedenis van de Vincent van Gogh Stichting en ,,misschien ook wel van het museum'', zei vanmorgen John Leighton, directeur van het Van Gogh Museum. De Stichting geeft de werken in bruikleen aan het museum voor wisselende presentaties.

Het museum wil naam noch nationaliteit van de collectioneur prijsgeven. Het gaat om een particuliere verzamelaar, die in 1950 met het aankopen van lithografieën begon en de collectie vijftig jaar lang zelf uitbreidde en beheerde. Een tussenpersoon attendeerde de stichting op het bestaan van de kwalitatief gemêleerde verzameling. De prenten zijn alle in zeer goede staat en de beste exemplaren hebben een waarde van elk ,,vele tienduizenden guldens'', aldus S. van Heugten, hoofd collecties van het Van Gogh Museum.

Nergens ter wereld is een collectie te vinden die zo exclusief is gewijd aan Les Nabis (afgeleid van het Hebreeuwse woord voor profeet), een Franse groep avant-gardekunstenaars die rond 1890-1905 lithografisch experimenteerde met kleur en decoratieve vormen en patronen. Van Heugten: ,,Toen deze verzamelaar begon, was de belangstelling voor Les Nabis gering. Hij heeft als een visionair gehandeld. Heden ten dage zou het onmogelijk zijn zo'n grote verzameling bijeen te brengen. Tachtig procent van de kunstenaars uit de collectie van de Franse Bibliothèque Nationale zit hier ook in.''

De verworven bladen, waarmee het museum zijn prentenbezit bijna verdubbelt, werden gemaakt door Nabis-leden als Pierre Bonnard, Edouard Vuillard, Maurice Denis en Félix Vallotton. Vooral de zwierig getekende affiches en theaterprogramma's van het Parijs `in full swing', eveneens vertegenwoordigd in de aanwinst, genieten nu grote bekendheid. In de collectie bevinden zich verder twintig boeken, waaronder een muziekboekje en een dichtbundel van met illustraties van Pierre Bonnard.

Delacroix, Goya, Daumier en Redon behoren tot de vroege litho-gebruikers. Ze maakten gebruik van een techniek waarbij voorstellingen – schetsmatiger en vrijer dan op de etsplaats of kopergravure – met krijt en inkt op een steen worden opgebracht.

Mede dankzij de Parijse uitgever Ambroise Vollard ontstonden complete albums met Nabis-litho's, bibliofiele boeken met illustraties en het tijdschrift La Revue blanche met bijdragen van dezelfde kunstenaarsgroep. Het Van Gogh Museum bezit nu de complete L'Estampe originale, een uitgave die tussen 1893 en 1895 vier keer per jaar verscheen. Er werkten zo'n 75 kunstenaars aan mee, zowel de jonge generatie – Paul Gauguin, Emile Bernard, Bonnard –, als de oudere garde; Henri Fantin-Latour, James McNeill Whistler en Pierre Auguste Renoir. Een selectie uit de tot 3 juli tentoongestelde prenten is te zien op www.vangoghmuseum.nl/denabis.