Taalonderwijs allochtonen faalt

Het debat dat de Tweede Kamer onlangs voerde over Nederlands als tweede taal (NT2), had een hoog fata morgana-gehalte. Alle mooie bedoelingen en woorden ten spijt, het is de praktijk die niet tot optimisme stemt: onvoldoende capaciteit, niet voldoende gekwalificeerd personeel en matig lesmateriaal.

Mijn buitenlandse vriendin volgt, na een wachttijd van bijna een jaar, een inburgeringstraject. Dat begon met een aangetekende (!) brief van het plaatselijk bureau integratie nieuwkomers (PIN), die stijf stond van het jargon. Termen als niveau referentiekader NT2, WIN, profieltoets, evaluatiegesprekken, trajectbegeleider en trajectplan mogen voor het PIN-bureau gesneden koek zijn, maar voor de ontvangers (of vertalers) van de brief zijn ze abracadabra. Ook op de stijl van de brief viel het nodige aan te merken met termen als: daartoe aanleiding geven, na afronding van, op grond van, volledigheidshalve. Een degelijke kennis van de vakdidactiek, fonetiek (mijn vriendin spreekt een toontaal), taalkunde, grammatica is toch wel het minste wat van een vakdocent NT2 mag worden verwacht. De plaatselijke `productmanager werk- en economische zaken' bezwoer mij dat ik mij over het didactisch niveau van de cursussen NT2 geen zorgen hoefde te maken.

Het lesmateriaal dat ik tot nu toe heb gezien, bevestigt mijn bange vermoeden. Het didactisch niveau van de cursussen, het lesmateriaal en het vakmanschap van de docenten zijn onder de maat. Aan de inzet en het enthousiasme van de docenten twijfel ik niet. Zij doen hun best, maar dat is in het onderwijs niet voldoende. De `basisleergang' IJsbreker van Meulenhoff Educatief, die wordt gebruikt, ziet er weliswaar smakelijk uit, maar is te moeilijk, gaat veel te snel door de leerstof en bevat opgaven die zelfs mij de nodige hoofdbrekens bezorgen. De mannenstemmen op het bijbehorende cassettebandje zijn slecht van elkaar te onderscheiden en het gebruik van zogeheten natuurlijke dialogen maakt de lessen onnodig moeilijk. Dat komt met name door het gebruik van de zogeheten partikels: kleine rotwoordjes als wel, maar, nog, pas, eens, alleen, die buitenlanders tot de grootste wanhoop brengen.

De leergang houdt ook nauwelijks rekening met het belangrijkste didactische principe: aansluiten bij het bekende. Wat moet een buitenlander in vredesnaam met een lesje over de vertrektijden van de pont naar Texel en de aansluitende bus naar Den Burg, Elemert? Ik zou niet eens weten op welke lettergreep de klemtoon bij dat laatste woord ligt. Wat is het nut van een tekst over `het stoelenproject'?

In het bijbehorende oefenboek staan tussen nuttige invul- en vraag/antwoord-oefeningen volkomen zinloze opdrachten: schrijf PAARD in kleine letters, hoeveel woorden hoort u (bij tekst op cassetteband).

Oplossingen zoals die in het Kamerdebat aan de orde kwamen, nemen deze tekortkomingen niet weg. En de minister zat er naast, toen hij de bureaucratie als belangrijkste probleem identificeerde. Nee, minister en Tweede Kamer, u kent de praktijk niet: dat is uw probleem.

Dick van der Lugt is oud-schoolmeester in het lager onderwijs. In Kameroen werkte hij in het volwassenonderwijs.

    • Dick van der Lugt