Rustig

Twee bezoekers (achttien en twintig jaar) van een houseparty in de Westergasfabriek in Amsterdam overleden na gebruik van drugs. Bij dat berichtje kon ik me opeens veel voorstellen.

Een dag eerder, op Koninginnedag, liep ik tegen het einde van de middag naar de Rozengracht.

Op een stuk plaveisel van zo'n honderd meter ter hoogte van het filiaal van ABN Amro stonden enkele duizenden jongeren opeengeperst te housen. Een zee van lichamen waarin de opgestoken armen het zichtbaarst waren, alsof een hogere instantie om redding werd gesmeekt. De sfeer was grimmig. Nogal wat jongens met harde, kwaaiige koppen elleboogden zich een weg naar voren, en er werd veel gedronken de zijstraatjes stonden blank van de urine.

Naast mij, op een anderhalve meter hoge container, stonden drie meisjes te dansen. Plotseling gleed een van hen weg en smakte tegen de grond. Ze bleef roerloos op haar rug liggen. De twee andere meisjes dansten door, maar een groepje jongeren snelde meteen toe. Het bleken vrienden en vriendinnen van het meisje te zijn. Ik schatte haar op een jaar of achttien. Een jas werd onder haar hoofd geschoven en ze bleek nog te kunnen praten, al was het weinig samenhangend. Nee, pijn had ze niet, maar ze wilde toch maar liever blijven liggen.

Niemand maakte aanstalten om verder iets te doen. Ik ben niet zo ingrijperig van aard, maar er kwam nu toch een mooi en machtig mensenreddersgevoel over me. Per slot van rekening was ik de oudste op deze plek. Toen ze na tien minuten nog geen aanstalten maakte om op te staan, stelde ik voor een ambulance te bellen. Ja, dat vonden haar vrienden wel een goed idee.

Ik liep naar een restaurant en belde 112. Ze voelden er weinig voor om naar de Rozengracht te komen, zei de telefonist. Ze waren er al eerder die middag bekogeld er waren vechtpartijen geweest – en de veiligheid van het personeel ging voor, maar ze zouden hun best doen.

Terug bij het groepje bleek er niets veranderd. Het meisje lag nog steeds wazig te fluisteren. ,,We maken dit vaker met haar mee'', zei een vriend, ,,ze drinkt gewoon te veel.'' Hij dacht niet dat ze drugs had gebruikt.

Wat me vooral zal bijblijven, was dat buiten ons groepje niemand zich iets aantrok van het meisje op de grond. Die twee andere meisjes stonden nog steeds op hun container te dansen, en andere jongeren liepen, een beker pils in de hand, zonder een spoor van nieuwsgierigheid voorbij.

Een half uur verstreek. Geen ambulance. Toen baande een brandweerauto zich een weg door de menigte. Een vriend van het meisje ging er naar toe. Hij kwam met een brandweerman terug. Die voelde even aan het meisje en stelde vast dat ze niet in levensgevaar was.

Politiemensen waren al die tijd in geen velden of wegen te bekennen die zaten vermoedelijk al met Klaas Wilting een verklaring op te stellen dat het zo'n rustige Koninginnedag was geweest.