`Republikeinen' onderling slaags over oprichting

De (ex-)leden van het Republikeins Genootschap slaan elkaar op weinig koninklijke wijze met epistels om de oren.

Dat het een leuke avond was, daar in Het Prinsenhof in Delft op 11 september 1996, waar veertien heren uit de intellectueel-zakelijke elite van Nederland adhesie aan de republiek betuigden, daar zijn ze het nog over eens.

Maar sinds na die gedenkwaardige avond serieuze notulen zijn rondgestuurd, zijn de leden van het `Republikeins Genootschap' meer elkaar gaan bestrijden dan de monarchie. Daar heb je het al: leden. Ik ben helemaal geen lid, nooit geweest ook, beweert oud-hoofdredacteur Ben Knapen van NRC Handelsblad, thans lid van de raad van bestuur van PCM Uitgevers (van onder meer deze krant). Hij poogde gisteren in een ingezonden stuk in deze krant de `mythe' rond de oprichting van het Republikeins Genootschap te ontkrachten. Het was niet meer dan een ,,lacherige bijeenkomst'' geweest in een ,,studentikoze ambiance''. Knapen ,,heeft helemaal geen problemen met de monarchie'', zo schrijft hij. Hij was door oud-Elsevier Topman Pierre Vinken op 11 september ook niet uitgenodigd voor de oprichting van een Republikeins Genootschap, maar voor de viering van de pensionering van Vinken.

Dat liet journalist Martin van Amerongen, die zichzelf wél beschouwt als lid van het Genootschap, niet op zich zitten. In een brief die deze krant vandaag publiceert, schrijft hij dat de beweringen van Knapen dat hij geen probleem zou hebben met de monarchie ,,zo zijn gelogen dat zelfs het tegendeel niet waar is.''

Van Amerongen wijst op de uitnodigingsbrief voor de avond in Het Prinsenhof die op 2 mei 1996 aan de heren, onder wie ook schrijver Harry Mulisch en president van de Nederlandsche Bank, Nout Wellink, werd gestuurd. Het doel van de bijeenkomst, zo staat in die brief, is ,,het lidmaatschap van het Republikeins Genootschap''. ,,Wij hebben nu voldoende geïnteresseerden om tot een eerste bijeenkomst over te kunnen gaan'', staat in de brief. Over pensionering van Vinken wordt in de brief niet gerept.

Het archief van het Genootschap beschikt ook over het antwoord dat Knapen op 10 mei stuurde aan Vinken. ,,Wat een voortvarendheid'', schrijft hij op briefpapier van zijn toenmalige werkgever Philips. ,,En dan te bedenken dat ik vanuit mijn vorige bestaan (hoofredacteur van deze krant - red.) nog volgende week naar Aken ga, alwaar onze majesteit de Karelprijs zal ontvangen.'' Knapen doet in de brief tevens voorstellen voor data voor de te houden bijeenkomst.

Op 14 mei krijgen alle genodigden van de oprichters Vinken, Sjeng Kremers en Roelof Nelissen bericht dat de beste datum voor de ,,eerste bijeenkomst van het Republikeins Genootschap'' 11 september blijkt te zijn. Knapen schrijft in zijn ingezonden stuk echter dat hij op 11 september niet de oprichting van het Republikeins Genootschap heeft bijgewoond maar ,,net als overigens Piet Korteweg naar een vrolijk avondje voor de kersverse pensionair Vinken is gegaan''. Hij noemt de monarchie een ,,goede staatsvorm'' die met Willem-Alexander ,,die het vak ook begint te beheersen'' bovendien een zekere toekomst lijkt te hebben.

Van Amerongen schrijft dat Knapen voor zijn pogingen om ,,alsnog de geschiedenis te herschrijven in de toenmalige Duitse Democratische Republiek ongetwijfeld de Walter Ulbricht-erepenning'' had gekregen. Telefonisch liet Knapen vanochtend weten dat de hele zaak wat hem betreft een ,,studentikoze affaire'' was, waar Van Amerongen kennelijk nog steeds veel plezier aan beleeft.

Hij wijst op de formulering in de eerste uitnodigingsbrief: ,,Het Genootschap heeft geen statuten, geen doelstellingen of plannen: contributie wordt niet geheven''. Knapen: ,,Hoe serieus is nou een genootschap dat geen doelstelling heeft?''

Natuurlijk is hij aangesproken door zijn omgeving toen het Genootschap in de publiciteit kwam. ,,Oh, ben je republikein?'', vroegen zijn vader, zijn zus en ook Philips-president-directeur C. Boonstra. Maar van ,,op het matje geroepen'' worden zoals Ad Dunning, tevens lid, afgelopen zaterdag in deze krant beweerde, is nooit sprake geweest, zegt Knapen. De notulen, die het Genootschap plotseling formeel maakten, waren voor hem reden om op te stappen, zegt Knapen, evenals voor Wellink en Mulisch.

    • Daniela Hooghiemstra