Rauw verdriet

Voor alles een wettelijke oplossing, ook voor de dood van een familielid. Dat is de gedachte achter het pleidooi voor een rouwverlof gisteren in B&W, ,,een flexibel jaar waarin je kunt kijken wat je wel en niet aan kunt in je werk. Misschien op therapeutische basis''. Maar aan de verschillende manieren waarop de drie gasten het dodelijke verkeersongeluk van hun kind verwerkten, viel af te leiden dat er niet een enkele formule is om leed uit te wassen. Het geloof in de heilzame werking van thuis zitten is typisch Nederlands maar sommigen zien hun werk juist als welkome afleiding. De een begint vaak over zijn verlies, de ander weigert juist erover te praten.

K. Jonkers die het verlof bepleitte, had haar dochter verloren in een verkeersongeluk maar over haar werkgever had ze geen klagen. Ze had drie maanden niet gewerkt maar haar bezwaar was dat ze dat ze van de ziektewet gebruik had moeten maken. Behalve een keuringsarts moest er ook iemand zijn die de emoties van de rouwende kon peilen. Dat deed mij totalitair aan, iemand die de geldigheid van rouw beoordeelt.

Een andere gast maakte zich er kwaad over dat hij vijftien jaar na de dood van zijn zoon voor de jaarlijkse herdenking een snipperdag moest opnemen. ,,Daar is een snipperdag toch niet voor bedoeld'', zei hij. Ik vond het merkwaardig dat hij het er zelf niet voor over had, tenzij het een soort algemene aftrekpost werd.

Het meest sympathiseerde ik met het standpunt van F. van den Mosselaar die ook een dochter had verloren. Hij zag niets in het rouwverlof omdat de werkgever dan na de verplichte periode zou zeggen dat het dan maar eens afgelopen moest zijn met het gezeur en afgelopen is het nooit. Van den Mosselaar zit ook achter de rouwtelevisiespotjes van de Stichting Ideële Reclame, die even simpel als doeltreffend zijn. Ze herinneren de kijkers eraan dat ze medeleven moeten tonen met een rouwende. Het is geen onderwerp om fel over te debatteren in een televisieprogramma omdat het intens persoonlijk is. Er bestaat geen deskundige in de dood, ook niet bij de nieuwe rouwverwerkingsindustrie die aan het ontstaan is.

Er kwam nog meer rauw verdriet die avond in de familiegeschiedenis van de 35-jarige televisiemaker Hilbert Kamphuisen. Eenmaal in het Amsterdamse benedenhuis van zijn grootouders getrokken ontdekte hij documenten en brieven uit de oorlog die de generatie van zijn moeder nog niet eens had gezien. Joodse grootouders en oudooms hadden het gered omdat ze met niet-joden waren getrouwd. Zijn tante, zijn oom en zijn moeder vertelden wat ze wisten en we zagen hun ontroering toen ze voor het eerst de brieven van hun niet-joodse vader uit het kamp Vught lazen. Kamphuisens moeder bezocht voor het eerst sinds vijfenvijftig jaar het graf van haar moeder.

Het was een aangrijpend document met pijnlijke feiten. Een joodse oudoom, Barend, had met de nazi's gecollaboreerd door wanten te maken voor oostfrontsoldaten, waarschijnlijk ter redding van zijn broer en joodse werknemers die hij in dienst had. De opzet mislukte, het bedrijf werd gesloten en de joodse werknemers werden opgepakt, behalve die oudoom zelf. Die moest na de oorlog twee jaar zitten wegens collaboratie en zijn katholieke vrouw scheidde van hem. In de documentaire weigerde die oud-tante over dat deel uit haar verleden te praten maar Kamphuisen die het allemaal had uitgezocht, accepteerde het niet.

,,Uw ex-man heeft twee jaar gezeten op verdenking van verraad en collaboratie'', zei hij.

,,Daar weet ik niks van, ik wil er niet over beginnen'', reageerde de oud-tante.

,,Dan ga ik het toch vertellen.''

Eergisteren verloren de oud-tante en haar zoon een kort geding tegen uitzending. Ik zag een scheuring in de mij onbekende familie ontstaan en ik kreeg een Jerry Springer-gevoel. Waarom de kijker erbij gehaald? Voor de rouwverwerking? Van de waarheid wordt niemand slechter maar gaat het ons allen aan?

    • Maarten Huygen