Monarchie 2

In een uitstekende analyse verbaast cultuurhistoricus Thomas H. von der Dunk zich – terecht – over de achterhaalde rol die de Nederlandse koningin nog in het staatsbestel vervult. Het is natuurlijk erg ouderwets dat een niet democratisch verkozen staatshoofd een centrale, maar desondanks een voor niet-ingewijden volstrekt onduidelijke rol kan spelen in de democratische besluitvorming. Het gaat hier om het beruchte `geheim van Noordeinde'.

Von der Dunk gaat echter te ver als hij koningsgezindheid gelijk stelt aan een soort politieke ziekte. Hiermee gaat hij voorbij aan de bindende rol die de koningin vervult in de `Nederlandse identiteit', die ook in het kader van de Europese eenwording regelmatig ter sprake komt. De nationale gekte tijdens Koninginnedag is hiervan misschien wel de belangrijkste, maar zeker niet de enige exponent. Juist deze identiteit moet ook een belangrijk argument zijn in het democratische besluitvormingsproces. In dat licht komen Von der Dunks neerbuigende opmerkingen over het `koekhappende deel der natie', en over de Oranjegekte zich `ook aan de hersenschors van doorgaans intelligente mensen vasthecht', over als een ondemocratische ontkenning van de gevoelens van het volk.

    • Lucas van Braam van Vloten