Hella & Wim

Eindelijk kreeg Wim Sonneveld, eind 1943, zijn zin. Al een jaar of vijf trad hij her en der op, maar het liefst wilde hij met een eigen gezelschapje een avondvullend programma brengen in het Leidsepleintheater in Amsterdam. Toen hij er ten slotte in was geslaagd het theatertje voor een paar weken te huren, contracteerde hij vijf veelbelovende vrouwen en stelde een programma samen onder de titel Alleen voor dames... De teksten betrok hij van diverse auteurs. Zo schreef Hella Haasse het ironische groepsnummer De dames van het ballet, over de moeite die men zich tijdens een auditie moet getroosten om in de smaak te vallen: ,,Benen op, benen neer, lach eens lief naar die meneer. / Koop relaties met prestaties, koop beroemdheid met je eer...''

De 25-jarige Hella Haasse genoot sinds kort enige bekendheid als actrice. In de zomer van 1943 speelde ze de titelrol in de openluchtvoorstelling Mariken ,,met zulke jeugdige onbevangenheid'', aldus het weekblad Cinema & Theater, ,,met zooveel gratie en charme, natuurlijke smartuitdrukking en echte vroomheid, dat het voor iedereen een verrassing werd.'' Maar de journaliste Wim Hora Adema, die naast haar illegale werk een baantje had als secretaresse van Sonneveld, wist dat deze veelbelovende toneelspeelster ook kon schrijven. Zij legde het contact met haar 26-jarige werkgever.

Wim Sonneveld wilde de samenwerking graag voortzetten. Zijn tweede programma, dat begin 1944 in première ging, was geheel door Hella Haasse geschreven. Het heette Sprookjes en werd alom met gejuich ontvangen. Diverse ooggetuigen hebben nadien verzaligde herinneringen opgehaald aan de verfijnde, feeërieke sfeer, die zo'n hartverwarmend contrast vormde met de grauwe buitenwereld. Over de oorlog werd natuurlijk met geen woord gerept – niet alleen omdat het publiek daarvan nu juist een avond lang wilde wegvluchten, maar ook omdat de Duitse censuur bij elk onvertogen woord onmiddellijk zou hebben ingegrepen.

Hoe de aankomende tekstschrijfster niettemin een ernstige overpeinzing vooraf liet gaan aan de lichtvoetige sprookjessfeer, blijkt uit haar proloog In de sprookjeshemel, waarin Scheherazade, Moeder de Gans, Hans Christian Andersen en de gebroeders Grimm zich weemoedig afvragen hoe het de hoofdpersonen uit hun vertellingen later is vergaan. ,,Wie luistert nog naar een verhaal / in sprookjesstijl, in sprookjestaal?'' begint hun gezamenlijke slotcouplet. ,,Die dagen zijn voorgoed verdwenen, die nachten komen nimmer weer. / Wij moeten in de hemel leven... Op aarde is geen plaats voor sprookjes meer.''

Met dit lied opent het bundeltje Yvonne de spionne en andere cabaretteksten, dat kortgeleden in een bibliofiele editie verscheen bij de eenmansuitgeverij De Lange Afstand. Het bevat negen liedteksten die Hella Haasse tijdens en kort na de oorlog schreef voor het cabaretgezelschap van Wim Sonneveld en voor een cabaretprogramma onder leiding van de acteur Cor Ruys, waarin Fien de la Mar met al haar dramatiek de berijmde monoloog Drie circusvrouwen ten beste gaf. Eigenaardig genoeg is in het colofon sprake van teksten uit de jaren 1945 tot 1947. In werkelijkheid dateert het vroegste nummer in de bundel, de proloog voor Sprookjes, dus al uit het begin van 1944.

In een hedendaags cabaretprogramma zouden deze lyrische, licht-filosofische en soms ook grappige liedjes niet meer passen, maar Hella Haasse verstond haar vak. De openingszinnen van Matrozenmeid zitten geheid in elkaar: ,,Ik ben maar een matrozenmeid / zo'n meid die zonder onderscheid / met elke losse zeeman vrijt / zijn geld versmijt, zijn deken spreidt...'' En het door Conny Stuart vertolkte Yvonne de spionne wemelt van de komische effecten, vooral als de hoogst opvallende spionne telkens herhaalt hoe `onopvallend' ze te werk gaat.

Maar in de loop van 1947 groeiden Sonneveld en zijn tekstschrijfster uit elkaar. Zij publiceerde in 1948 haar debuutnovelle Oeroeg en hij zocht andere auteurs. ,,Het had niet bar veel om het lijf, maar het was toch wel fijn'', zei Hella Haasse later in het Algemeen Handelsblad over de cabarettijd. ,,En ik heb er veel geleerd. Maar het lag me inderdaad niet helemaal, ik ben er te relativerend voor. Het cabaret ziet alle dingen zwart-wit, zo moet ze het althans naar buiten voorstellen, en ik weeg altijd alles af...''

Hella Haasse: Yvonne de spionne en andere cabaretteksten. De Lange Afstand, postbus 2013, 7210 ZG Eefde, ƒ85.