`Een kunstenaar toont wat er niet meer is'

Herdenken is niet iets voor de doden, maar voor de levenden, vindt schilder Eli Content. Daarom ontwierp hij een draagbaar monument dat nu in het Joods Historisch Museum wordt tentoongesteld.

,,Een monument moet je neer kunnen zetten waar en wanneer je het nodig hebt. En hierin kun je ook nog eens schuilen'', zegt Eli Content (1943) over zijn draagbare huisje dat in een zaal van het Joods Historisch Museum staat. Het is volgens hem bij uitstek een ruimte om de doden te herdenken of te peinzen over het leven van nu. Niet voor niets noemt hij het knusse bouwwerk een `monument voor de levenden'.

,,Maar eigenlijk is het een schilderij'', voegt de schilder daaraan toe als hij op een van de twee bankjes in zijn nachtblauw geschilderde huisje zit. Hebreeuwse letters dwarrelen als zwarte sneeuwvlokken over de wanden. Zacht licht schijnt door honderden gaatjes in het plafond; het heeft iets van een mediterrane sterrenhemel. ,,Het idee kwam bij me op na de vernieling van het Auschwitz-monument en het in het water kwakken van het Indië-monument in Leiden. Ik kan begrijpen dat zulke dingen gebeuren, want zo'n monument staat er maar en als je een avond uitgaat dan wil je ook wel eens wat. Maar met een portable monument als dit heb je die problemen niet.''

Het draagbare huisje vormt een scherp contrast met het gigantische holocaust-monument van de Amerikaanse architect Peter Eisenman, dat in Berlijn moet verrijzen en bestaat uit een `grafveld' met 2.700 vierkante betonnen zuilen. Een monument dat de Duitsers tot in lengte van dagen met de misdaden van hun voorouders moet confronteren en een blijvend gevoel van beklemming wekt. Content: ,,Het is megalomaan. Eerst dacht ik nog: Duitsland is een groot land en daarbij horen grote monumenten. Maar dit is echt verschrikkelijk. Ze vergeten dat een monument iets met mensen te maken heeft, dat het te bevatten moet zijn. Je moet iets hebben waar je in kunt.''

Eli Content werd geboren in een Zwitsers vluchtelingenkamp als kind van Nederlandse joden, die net op tijd aan de nazi's wisten te ontkomen. Na de bevrijding keerden ze terug naar Nederland. Ze troffen er een verwoeste wereld aan; bijna al hun vrienden en familieleden waren uitgemoord. Content: ,,De oorlog die gewonnen was, was ook verloren. Toen we terugkwamen was er niets meer. Het heeft me dan ook moeite gekost er te zijn. Ik was nog maar heel klein, maar heb alles heel sterk aangevoeld; kinderen kunnen heel sensitief zijn. Later waren er het isolement en de spanning bij mijn ouders thuis. Er werd natuurlijk nergens over gesproken. En je kon niet met een geweer om je heenschieten en roepen `je hebt mijn familie vermoord'.''

In het Joods Historisch Museum zijn behalve het huisje ook schilderijen en `ruimtelijke' boeken van Content tentoongesteld. De oorlog komt er niet in voor. Wel bevatten ze oogstrelende sporen van de joodse traditie. Over de Hebreeuwse letters in zijn werk zegt hij: ,,Ze hebben met de herinnering aan mijn kindertijd te maken. Toen vond ik ze al mooi. Ze hadden iets geheimzinnigs en waren onderdeel van mijn verbeeldingswereld. In je jeugd ontdek je alles. Zo ontdekte ìk dat ik niet wilde zijn als de rest. En toen ik op de schoolradio gedichten hoorde, wilde ik alleen nog maar dichter worden.''

Dichter werd hij niet, omdat hij geen nieuwe Allen Ginsberg, Gerard Reve of Sint Jan van het Kruis was, om een paar van zijn favorieten te noemen. Wel leidde zijn liefde voor poëzie tot een paar schitterend verluchte boeken, zoals die met de kwatrijnen van Jacob Israël de Haan of de verzen van Herman Gorter. Zo is op de tentoonstelling, behalve een fraai boek met een kleine twintig aquarellen borrelend van passie en levenskracht, ook zijn witte boek over `ruimte en tijd' te zien.

Content: ,,Voordat de tijd bestond zijn de letters geschapen. Want je kunt niet scheppen als je geen taal hebt. Ik heb toen een wit boek gemaakt. Kwetsbaar, licht, verpakt in een zijden doek, de boekbladen rustend op 22 eieren en op iedere bladzijde een letter uit het Hebreeuwse alfabet in witte verf, met daaronder in een roomkleur mijn interpretatie van die letter.''

De kunstenaar als verteller van verhalen, als vanger van het woord. Content lijkt ervan overtuigd dat daarin zijn `taak' ligt: ,,Als beeldend kunstenaar heb je één opdracht: iets heel te maken dat er niet meer is. Kunstenaars mogen dan nietsnutten zijn, ze laten wel zien hoe het in het leven ook kan. Ze houden zich bezig met iets dat je niet kunt benoemen en er zijn maar weinigen die dat onbenoembare kunnen vertellen of aanraken. Maar als kunst zin krijgt is het onbenoembare er niet meer. Vergelijk het met een grote kerk: daar is God niet, die gaat weg na even om de hoek te hebben gekeken. Het onbenoembare trekt zich dan terug.''

De tentoonstelling `Monument voor de levenden' is tot 17 september te zien in het Joods Historisch Museum in Amsterdam.