VPRO mag van rechter oorlogsfilm uitzenden

De VPRO mag de documentaire `De geschiedenis van mijn huis' vanavond uitzenden. Twee familieleden van maker Hilbert Kamphuisen eisten in kort geding een verbod op de uitzending, omdat fragmenten uit de film ,,kwetsend'' zouden zijn. President M. de Rooij van de Amsterdamse rechtbank wees die eis vanochtend af.

De film gaat over gemengde huwelijken tussen joden en niet-joden in de Tweede Wereldoorlog. Toen Kamphuisen het huis van zijn (groot)ouders in Amsterdam betrok, vond hij brieven, documenten, foto- en filmmateriaal van zijn joodse oma en haar drie broers waaruit een tot nog toe onbekende geschiedenis naar voren kwam.

Kamphuisen ontdekte dat Barend, de jongste broer van zijn oma, na de oorlog werd verdacht van verraad, NSB-lidmaatschap en economische collaboratie. Hij kreeg toestemming van het ministerie van Justitie delen uit het dossier van zijn oudoom te filmen. Barend werd veroordeeld voor collaboratie, hij had met zijn textielbedrijf wanten gemaakt voor het Duitse leger. De voormalige echtgenote van Barend is een van de hoodfrolspelers in de film. In de film weigert zij te praten over het verleden van haar ex-echtgenoot. Door een verbod van de film te eisen, wilden zij en haar zoon elke ruchtbaarheid aan Barends verleden voorkomen. Uit de film blijkt volgens Kamphuisen dat Barend meer was dan een collaborateur. ,,Het was ook een joodse jongen die wanhopig probeerde de oorlog te overleven.'' Hij probeerde vergeefs met Sperr-bewijzen zijn broer Nathan en het joodse personeel uit handen van de Duiters te redden.

Geheimen van een huis

pagina 25