`Tuingrond is een black box'

Een nieuw gemaksproduct in de potgrondwereld. Dat is volgens Naturado Bodemvoeding in Veenendaal de laatste innovatie op het gebied van kleinschalig tuinieren: potgrond waaraan zes maanden lang geen kunstmest hoeft te worden toegevoegd omdat de onontbeerlijke voedingsstoffen er geleidelijk zelf in ontstaan. Wel water maar geen Pokon.

Er zijn plantenliefhebbers die hun pot- of plantenbakplanten zes jaar geen kunstmest geven en het gewas toch in leven houden, maar zij behoren niet tot de doelgroep. De beoogde kopers willen niet alleen planten bezitten, ze willen ze ook zien groeien – maar het schort ze aan tijd en/of actief geheugen. Voor hen is er sinds vorig jaar potgrond met `Multicote' of `Osmocote' zoals het heet bij concurrent Asef in Didam.

Multicote en Osmocote, beide ook in zuivere vorm leverbaar, bestaan uit losse meststoffen die zijn ingekapseld in een harslaag waaruit ze geleidelijk vrijkomen. Naturado krijgt ze geleverd door een Belgische onderneming met de naam Hichem waarachter het bedrijf Haifa Chemicals blijkt schuil te gaan. Haifa Chemicals, gespecialiseerd in allerhande kunstmest en 's werelds grootste producent van kaliumnitraat, noemt het proces `controlled release technology' of ook wel `slow release technology'. In dit geval gaat het dus om `controlled release fertilizer'. Korrels kunstmest zitten opgesloten in bolletjes polymeer met minuscule poriën. In vochtig milieu zwellen de bolletjes op en de inhoud komt via osmose vrij. Hoe warmer de grond hoe sneller de voedingsstoffen naar buiten treden en in veel gevallen is dit een gewenst effect.

En daarmee is wel zo'n beetje alles gezegd over de korreltjes. De tuinbouw kende het proces al jaren, nu kan ook de particulier er mee aan de slag.

Osmocote en Multicote zijn de enige noemenswaardige vernieuwingen in het tuingrondgebeuren, zeggen de woordvoerders van Asef en Naturado openhartig. Voor de rest is het voornamelijk business as usual. Na de introductie van de hydrokorrels, de korrels gebakken of `geëxpandeerde' klei die zo gevaarlijk op Japanse borrelnootjes lijken, is er überhaupt niet zo veel gebeurd. De korrels zijn dankzij hun fabelachtige wateropname uiteindelijk vooral populair geworden in de kantoortuin: één keer per maand water geven is voldoende.

De buitenstaander die al vijftien jaar niet in een tuincentrum was geweest, wordt niettemin verrast door het enorme assortiment aan grondsoorten dat er in plastic zakken staat opgestapeld. Vroeger kocht je `potgrond', tegenwoordig kies je potgrond voor zaaien en stekken, potgrond voor bloeiende planten, potgrond voor rozen, of geraniums, of orchideeën of cactussen. Voor buxus, anthurium en noem maar op. De grondmengers in Didam en Veendendaal heben inmiddels meer dan vijftien verschillende soorten potgrond. Luistert het zo nauw onder het maaiveld?

,,Ach'', zegt men in Veenendaal, ,,in gewone potgrond gaat het ook goed. In speciale potgrond gaat het net een beetje beter, daarvan is de samenstelling geoptimaliseerd en toegesneden op een speciale plantengroep.'' Vooral de zuurgraad blijkt daarbij van belang te zijn, voor geheid zuurminnende planten als hortensia's, coniferen en rododendrons is de pH wat lager gemaakt dan gangbaar. Voor het zaaien en stekken is de structuur van de grond wat fijner. En verder, zeggen de mengers, is het natuurlijk prijstechnisch interessant om wat meer gespecialiseerde producten te verkopen.

De bulk van het materiaal dat in Gelderland tot potgrond wordt verwerkt bestaat uit turf, uit gedroogd veen dus. Vroeger werd dat ook uit de Hollandse grond gestoken, maar sinds hier aan grootschalige vervening een einde kwam komt het uit Ierland, de Baltische staten en Scandinavië, waarschijnlijk vooral uit Finland, want Finland heeft zoveel veen dat er hele elektriciteitscentrales op turf gestookt worden: peat-fueled power plants. Dat is goed tegen het broeikaseffect, zeggen de Finnen. Aangenomen mag worden dat het Finse veen dus de tijd krijgt om bij te groeien. Van Ierland, dat ook turf verstookt in centrales, is bekend dat de venen er in hoog tempo voorgoed van de aardbodem verdwijnen. Met andere woorden: de plantenweelde hier gaat ten koste van de natuur daar. De tuinliefhebber zit daar niet mee. Voor de stadsbewoner met bloemenwens is er trouwens nauwelijks een alternatief voor het verpakte veen, hij kan zijn aarde moeilijk bij nacht en nieuwe maan uit het plantsoen van de plantsoenendienst scheppen. Wel kan hij in plaats van potgrond tuingrond of tuinaarde kopen. Dat is een product aan de onderkant van de markt waarin veel minder of zelfs helemaal geen turf zit. Wat er wel in zit weet bijna niemand, zegt in Naaldwijk een woordvoerder van de stichting RHP, de Regeling Handels Potgrond.

,,Tuingrond is een black box. Het is de grote afvalbak voor de reststromen aan GFT-afval en rioolslib in Nederland. Alleen geschikt voor gaten vullen en ophogen. De markt voor tuingrond is een vrije markt waar elke controle ontbreekt. Het zou goed zijn als de consument eens lette op het verschil tussen potgrond en tuingrond.''

De meeste leveranciers van potgrond hebben hun grondmengsel geplaatst onder toezicht van de stichting RHP die het keurmerk `RHP' verschaft als de chemische, fysische en biologische eigenschappen van de grond voldoen aan minimumeisen en als het ook verderop in de productieketen allemaal in orde is. RHP, voortgekomen uit de proefstations van de overheid maar inmiddels geprivatiseerd, handhaaft een systeem van kwaliteitscontrole dat voldoet aan internationale normen. Daardoor kan zij met stelligheid beweren dat er in potgrond met RHP-keur géén rioolslib of ander obscuur afval voorkomt. Geen hoge concentraties zware metalen, en ook geen hinderlijke hoeveelheden onkruidzaden. Bij `tuingrond' moet je maar afwachten wat er allemaal uit opslaat. Maar, zegt de stichting RHP, vaak wil er helemaal niets in groeien. Daarom verkopen sommige tuincentra het ook zo graag: dan blijven de klanten nieuwe planten kopen.

Multicote potgrond van Naturado, adviesprijs zak van 10 liter ƒ4,50, 40 liter ƒ8,25. Osmocote potgrond van Asef, 10 liter ƒ4,95, 40 liter ƒ9,95.

    • Karel Knip