Republikeins isolement

PRESIDENT CLINTON is de wacht aangezegd. Vorige week waarschuwde senator Helms de president dat de Senaat in de resterende maanden van diens ambtsperiode geen verdragen over wapenbeheersing meer zou goedkeuren. Helms, behorend tot de rechtervleugel van de Republikeinse partij, is voorzitter van de commissie voor de buitenlandse betrekkingen. Alsof die functie nog niet voldoende was om zijn waarschuwing kracht bij te zetten, kreeg Helms de steun van de leider van de Republikeinse meerderheid in de Senaat, senator Lott. De waarschuwing ondermijnt Clintons onderhandelingspositie wanneer hij in juni naar Moskou reist voor een ontmoeting met president Poetin.

De stellingen zijn nu wel zo ongeveer betrokken. De Amerikaanse regering wil een wijziging van het ABM-verdrag van 1972 teneinde een licht type antiraketverdediging mogelijk te maken tegen aanvallen van zogeheten `schurkenstaten'. De Russen zijn tegen omdat zij vrezen dat op die manier het al wankele machtsevenwicht verder in hun nadeel zal doorslaan. De enige troef die zij hebben is: amendering van het ABM-verdrag weigeren en zo de Amerikanen isoleren. Tenslotte wil ook Europa, hoewel het geen partij is, dat verdrag handhaven zoals het is. De Republikeinse agitatoren rondom Helms zien toch al niets in het verdrag en zouden er niet rouwig om zijn wanneer het wordt opgegeven. De weg zou dan vrij zijn voor een ruime toepassing van de beschikbaar komende militaire technologie.

Het nieuwe unilateralisme komt tot uitdrukking in de opstelling van de Republikeinen in de Senaat. Al eerder torpedeerden zij het Comprehensive Test Ban Treaty (CTBT), het door Clinton getekende verdrag ter uitbanning van alle kernbomproeven. De Doema heeft dit verdrag onlangs goedkeurd, kort na de aanvaarding van START II dat in een drastische inkrimping van de offensieve kernwapenarsenalen voorziet.

In feite gaan de Republikeinen verder dan zij ooit tijdens de Koude Oorlog zijn gegaan, zelfs in de tijd van president Reagan. Ook Republikeinse presidenten hebben herhaaldelijk, met steun van het Congres, strategische verdragen met de Sovjet-Unie gesloten of zich tenminste gehouden aan door hun voorgangers gesloten, maar nog niet geratificeerde overeenkomsten. Het Republikeinse Congres lijkt nu echter bereid tot een strategische `Alleingang' wanneer Russen en bondgenoten niet bereid zijn zich bij door Amerika geschapen voldongen feiten neer te leggen.

DE GROTE VRAAG is natuurlijk hoe duurzaam deze houding der Republikeinen zal zijn. Voor het moment lijkt de Republikeinse presidentskandidaat, George Bush, zich bij de extreme stroming in zijn partij te hebben aangesloten. Maar mocht hij het Witte Huis veroveren, dan heeft ook Bush met meer te maken dan zijn eigen achterban. De verhoudingen in de wereld zouden van een al te zwaar aangezette Amerikaanse assertiviteit gemakkelijk een boemerang kunnen maken. Een in zichzelf opgesloten Amerika, dat zijn voortrekkersrol bij het bevorderen van de betrekkingen met de voormalige tegenstander heeft opgegeven, zal ook de bondgenoten van zich verwijderen. Het ligt niet in de lijn van de verwachtingen dat een president Bush zal breken met de beste tradities van zijn land en van zijn voorgangers, ook die uit zijn eigen partij.