Pokeren met een glimlach op het gezicht

Het vredesproces in het Midden-Oosten gaat een cruciale fase in. Niet voor de eerste keer. Zal de man met een eeuwige glimlach, premier Barak van Israel, deze keer slagen?

Wat gaat er schuil achter de permanente glimlach van de Israelische premier Ehud Barak? Is het camouflage voor het falen van zijn pokerspel om vrede met Syrië en misschien ook spoedig met de Palestijnen? Of is die lach de voorbode van de vredeslente die hij het Israelische volk heeft beloofd? In ieder geval toont Barak zelfs op de ogenschijnlijk moeilijkste momenten nooit enig teken van twijfel. Zijn tred is zeker, hij steekt zijn hand resoluut uit naar iedere bezoeker. Hij loopt door de gangen van zijn ministerie als een generaal die een parade afneemt van zijn troepen.

Verwondering hoeft dat gedrag niet te wekken want Ehud Baraks persoonlijkheid is gevormd in zijn lange militaire loopbaan, die werd bekroond met de hoogste onderscheidingen voor moed en met een benoeming tot chef-staf. Door zijn optreden wekt hij de indruk zijn vredesdiplomatie als een supergeheime militaire operatie te beschouwen waarvan alleen hij de code kent. Hij beloert zijn Arabische vredespartners door een militaire bril. Zonder merkbaar inzicht in het Arabische eergevoel heeft Barak de afgelopen maanden de Syrische president Hafez Assad en de Palestijnse leider Yasser Arafat tegen elkaar uitgespeeld. Als er kansen leken te zijn op een doorbraak met Syrië, werd Arafat op een zijspoor gezet. Onmiddellijk na het wegebben van de vredeskans met Syrië, na de recente top tussen de Amerikaanse president Bill Clinton en de Syrische president Hafez Assad in Genève, keerde Barak weer terug op het Palestijnse spoor. In zijn naaste omgeving wordt hij om dit diplomatieke pingpong als een briljante tacticus de hemel in geprezen. Handig is het wel, maar vertrouwen, het zo broodnodige element voor het scheppen van vrede, levert het niet op, zeggen Palestijnen.

Het is even tragisch als paradoxaal dat Baraks besluit om het Israelische leger na bijna drie decennia uit Libanon terug te halen een destabiliserende factor in het Midden-Oosten lijkt te worden. Aan deze belangrijkste beslissing sedert hij bijna een jaar geleden aan de macht kwam, zitten twee kanten. Hij lost een verkiezingbelofte in die werd afgedwongen door groeiend protest in Israel tegen het eindeloos sneuvelen van soldaten in Libanon in een uitzichtloze guerrilla tegen de shi'itische Hezbollah strijders. Gelijktijdig gebruikt hij de ontruiming van Libanon als een drukmiddel in het vredesproces met Syrië. Barak moet hebben gedacht dat de Syrische president Hafez Assad gedwongen zou worden een vredesconcessies te doen teneinde een militaire botsing met Israel over Libanon te voorkomen. Barak heeft namelijk met grof militair geweld tegen de Libanese economische infrastructuur gedreigd indien Hezbollah na Israels ontruiming van Zuid-Libanon de strijd over de grens naar Noord-Israel zou verplaatsen. Israel meent in dat geval niet alleen in zijn recht te staan, maar is er zeker van ook de internationale opinie op zijn hand te hebben. ,,Syrië is geïsoleerd'', wordt in Jeruzalem gezegd.

Zware Israelische bombardementen van de Libanese economische infrastructuur kunnen echter in een ommezien ook leiden tot een confrontatie met de Syrische bezettingsmacht in Libanon als Damascus zijn anti-luchtdoelraketten in stelling brengt. Hoe lang zal de internationale opinie en diplomatie verwoestende Israelische luchtaanvallen tegen het zwakke Libanon tolereren? En wat zullen de repercussies zijn op Israels relaties met Egypte, Jordanië, de Palestijnen en de rest van de Arabische wereld?

Dit scenario en deze vragen ontkrachten althans voorlopig Baraks these dat terugtrekking van het Israelische leger uit Zuid-Libanon het sluiten van een Israelisch-Syrische vrede stimuleert. Vergroting van de VN-vredesmacht in Zuid-Libanon, als schild tussen Israel en Hezbollah, is op papier wel, maar in de praktijk ook geen garantie voor rust langs de grens. Dertig jaar geleden stelde het mandaat van UNIFIL in Zuid-Libanon deze vredesstrijdmacht niet in staat om Israeli's en Palestijnen van elkaar te scheiden. Tenslotte mondde deze spanning over de hoofden van UNIFIL heen in 1982 uit in de grote Israelische invasie van Libanon tot de bezetting van Beiroet en de verdrijving van de PLO toe.

Misschien blijft Barak lachen omdat hij, voordat de terugtrekking een feit is, nog steeds gelooft dat het een essentieel Syrisch belang is dat Israel in het kader van vredesverdragen Libanon verlaat. Zolang dat niet het geval is blijft Hezbollah als een Syrische pion tegen Israel maar ook als verlengstuk van Iran een lont in het kruitvat.

Buitenlandse staatslieden en ook Israelische politici die zich in de naaste omgeving van Barak bevinden, zijn ervan overtuigd dat hij echt een einde wil maken aan het Israelisch-Arabisch conflict in al zijn dramatische aspecten. Vaak heeft hij uitgelegd dat vrede met de naaste buren de beste strategische garantie is tegen raket- en zelfs atoomdreigingen uit Irak en Iran de komende jaren. Met het etaleren van deze analyse heeft Barak zowel in Israel maar ook bij de Syriers en Palestijnen hoge vredesverwachtingen geschapen. Inderdaad is hij heel ver gegaan in de territoriale concessies aan Syrië en ook de Palestijnse partner heeft reële vooruitzichten om over minstens 70 procent van de westelijke Jordaan-oever de Palestijnse vlag uit te steken. Over 20 procent zou later moeten worden beslist, terwijl 10 procent met tegen de 80 procent van de kolonisten door Israel wordt geannexeerd.

Barak heeft niet ontkend dat hij bereid is de hele hoogvlakte van Golan voor vrede met Syrië op te geven. Vrede met Syrië wordt opgehouden door een minimaal territoriaal, maar psychologisch wel belangrijk geschil over Syrische terugkeer naar de oevers van het meer van Tiberias. Misschien zou Barak daar niet zo zwaar aan tillen als een redelijke waterregeling met Syrië zou kunnen worden uitgewerkt. Misschien ten onrechte wordt er in zijn kringen axiomatisch vanuit gegaan dat zo'n vrede met Syrië nooit een meerderheid van het Israelische volk in het vredesreferendum zou krijgen.

Vrede met Syrië lijkt dus op dit moment vast te zitten op de binnenlandse politiek. Ook grote concessies aan de Palestijnen waar Barak naar toe groeit, kunnen zijn regering en misschien zelfs zijn premierschap in gevaar brengen. In Israel is echter nooit iets zeker totdat het zeker is. De publieke opinie wordt ondertussen heel voorzichtig op grote veranderingen van de landkaart voorbereid. Het ideologisch verzet tegen het opgeven van land voor vrede is minder krachtig dan jaren geleden. Israel onder Barak lijkt zich voor te bereiden op ,,pijnlijke historische beslissingen''. Misschien kent hij het spreekwoord ,,wie het laatst lacht lacht het best'' en verklaart dat die eeuwige glimlach.

    • Salomon Bouman