Plas en dras

Acht mannen stappen door het hoge gras, langs sloten en paden, door bosjes en dwars door het drassige veld. De helft draagt hoge hoeden (denk ik) en zwarte jassen, ,,kleedjassen''. De rest – ja, wat droeg een boer, een werkman in 1815? Het is bijna twee eeuwen geleden en het beeld blijft wat schimmig. Maar dat die mannen zo liepen, overal in het land, staat vast.

Nederland werd in kaart gebracht. Ambtenaren van het kadaster legden voor het eerst de grenzen van alle gemeenten nauwkeurig vast. Auke van der Woud beschrijft hoe dat ging in zijn prachtige boek Het lege land. Het gaat over hoe Nederland tussen 1798 en 1848 pas echt in de greep raakte van zijn bewoners, en vooral van zijn overheid. Tot ver in de negentiende eeuw was het platteland behalve leeg ook vaag, onherbergzaam, donker – en bovenal nat.

Het opmeten was het begin van het grote opruimen. Stukken niemandsland werden verdeeld, woeste gronden ontgonnen, wegen verhard, dijken versterkt, kanalen uitgebaggerd, tolhekken gesloopt. Nederland werd modern – en zo moeilijk als wij het vinden om ons de chaotische toestand van weleer voor te stellen, zo duidelijk is dat Nederland sindsdien een landschapspark is geworden, een kunstwerk van orde en overzichtelijkheid. De boel is aan kant.

Maar ja, hoe gaan die dingen? Heb je eenmaal alles strak gesnoeid en geschoren, dan begin je je als bestuurder te vervelen. Verheugd kijk je op als iemand langskomt die zegt dat al te netjes niet goed is, en dat de natuur ook belangrijk is. Sterker nog, dat een weiland eigenlijk geen natuur is. Een kolfje naar de hand van een rusteloze overheid. Dat is het! Nederland moet weer terug naar hoe het vroeger was, althans, grote stukken ervan!

Zo werd ruig ineens een toverwoord, drassigheid een ideaal. De overheid trok laarzen aan en verklaarde: we maken het land van dras en plas (of zoiets infantiels).

Wat dat voor effect heeft op de boeren die land moeten afstaan voor deze hedendaagse romantiek is te zien in een documentaire tv-serie die de TROS dezer dagen uitzendt op woensdagavond: De nieuwe boeren. Vind ik het extra mooi omdat het hier luttele kilometers vandaan speelt, in de Ronde Venen in het zogenaamde Groene Hart? Misschien, al ken ik de mensen niet over wie het gaat. Zij wonen, hoe dichtbij ook, in een andere wereld dan ik. Ze hebben er computers, maar ze hebben ook koeien en grond, en de stad is er heel, heel ver weg.

Daar verschijnt iemand van een ministerie, of van de provincie, in elk geval van buiten, en zegt: jullie moeten land afstaan. Inderdaad mensen, het valt niet mee om hier vlakbij de Randstad te boeren, maar helaas. Zo is het spel en zo moet het gespeeld worden. Je krijgt inspraak in hoe het gebeurt, of we je land in strepen afpakken of in ruiten, maar het gebeurt wel. Want hier komt Plas en Dras. Dat is beter, dat is natuur.

Plas en Dras! De reactie van de boeren is van een ontzagwekkende redelijkheid. Het is hun land, ze zien niets in die plannen – maar in plaats van zich om te draaien en alle inspraakbijeenkomsten te boycotten, praten de meesten beleefd mee. Als ondernemers weten ze dat je je beter kunt schikken naar de omstandigheden.

Sommigen trekken wel een radicale conclusie, en het zijn niet de sufste boeren die besluiten om het dan maar elders te zoeken, in Canada bijvoorbeeld. Energieke types die verloren zijn voor Nederland, wier grond wordt ,,teruggegeven'' aan de Natuur opdat verwaten, hoogopgeleide stedelingen er kunnen ,,banjeren'' terwijl de allochtone medemens in de stadsparken verpozing zoekt.

Het is een golfbeweging, natuurlijk is het dat, en over een jaar of een eeuw bedenken nieuwe regenten weer totaal andere plannen. Met het onderwijs gaat het net zo. Wat alleen jammer zou zijn, is als er tegen die tijd geen boeren meer over zouden zijn. Stel je voor dat ze op het idee komen om natuur en landbouw hand in hand te laten gaan; ook een aardige gedachte, toch? Misschien helpt het als we daar alvast een pakkende kreet voor bedenken; helaas wil mij zo gauw niets te binnen schieten dat infantiel genoeg is.

    • Ileen Montijn