Pantomime

Rancuneus als hij is, benutte Johan Cruijff vorige week een prachtkans om Louis van Gaal op z'n nummer te zetten. Hij deed dat als columnist van een voetbalblad. Meestal stellen zijn bijdragen niet veel voor, maar nu sloeg hij spijkers met koppen. Cruijff kwalificeerde de weigering van Barcelona de tweede halve finale van het Spaanse bekertoernooi tegen Atlético Madrid te spelen als een `gigantische afgang' voor de club en diens trainer Van Gaal in het bijzonder. Atlético, dat het eerste duel met 3-0 had gewonnen, kreeg zo een vrije doorgang naar de finale.

Van Gaal meende geen volwaardig elftal op de been te kunnen brengen omdat negen spelers interlandverplichtingen hadden en drie anderen geblesseerd waren. Met een selectie van twintig man, vijf minder dan de meeste Spaanse clubs, is het inderdaad behelpen. `Maar', sarde Cruijff, `als je gezond verstand hebt en een beetje kunt hoofdrekenen, zie je de problemen aankomen en regel je een licentie voor een paar jeugdspelers.' Ook de Spaanse kranten nagelden Barcelona aan de schandpaal. `De voorzitter en de coach urineerden op de naam van de club en plantten een dolk in de rug van het voetbal', schreef het sportblad As. `Dit tweetal voerde een smerige pantomime op.'

Van Gaal schept er genoegen in zich zo impopulair mogelijk te maken. In zijn Ajax-tijd zette hij alle niet-Amsterdammers tegen zich op door een kreet als: ,,Wij zijn de besten van de wereld.'' In Spanje provoceert hij de niet-Catalanen op een moment dat hij zich weer de allersterkste voelt. De arrogantie van de macht is hem op het lijf geschreven. De 5-1 zege op Chelsea maakte hem zo dronken van eigendunk dat hij besloot het Spaanse bekertoernooi uit zijn notitieboekje te schrappen.

Op het succes tegen Chelsea viel volgens de `onafhankelijke deskundige' Cruijff trouwens ook nog wel het een en ander af te dingen. Het openingsdoelpunt ontstond uit een van richting veranderd schot en eigenlijk was het niet zozeer de verdienste van Barcelona dat het de 3-1 nederlaag in Londen kon repareren. `Chelsea had bij een 2-1 achterstand de halve finaleplaats eenvoudigweg voor het grijpen', oordeelde Cruijff, `maar gaf die weg door een onbegrijpelijke tactiek van coach Vialli en geblunder van verdedigers als Lambourde en Babayaro'. Dat niet iedereen er zo over dacht, bleek bijvoorbeeld de volgende dag uit een kop in De Volkskrant. Die luidde: `Barcelona weergaloos in nu al klassieke thriller'.

Met Rijkaard aan het roer is het Nederlands elftal nog altijd niet vooruit te branden. Het is de stilte voor de storm, beweert Hans Kraay die op de televisie na elke troosteloze oefeninterland met de geruststellende mededeling komt dat Oranje op koers ligt voor het EK en zodra het nodig is absoluut zal exploderen. Als dat dan maar niet letterlijk gebeurt. Tegen Schotland regeerde in elk geval de verveling. Vijf van de zes Barcelona-spelers zaten lekker uit te rusten op de bank, drie van hen zelfs negentig minuten lang.

Dat deed de vraag rijzen waarom Rijkaard de complete Nederlandse clan van Barcelona liet overkomen. Gezien de bijzondere omstandigheden had hij met twee spelers kunnen volstaan. Dan zou in Nou Camp een normale bekerwedstrijd mogelijk zijn geweest. Een verklaring voor het amateuristische gedoe kan zijn dat alle Oranjemannen van Barcelona zich per se elders een weekje wilden ontspannen om krachten op te doen voor de halve finale van de Champions League. Door hun verlangen te negeren zouden Van Gaal en Rijkaard de vedetten hebben gebruuskeerd met alle afschuwelijke gevolgen vandien.

Hoewel sommige verslaggevers ook niet meer weten wat ze met al die ondermaatse oefenpartijen aan moeten, proberen ze er toch nog iets van te maken. Zo begon het wedstrijdverslag in het Algemeen Dagblad als volgt: `Met een nietszeggende 0-0 is het Nederlands elftal een belangrijke stap dichter bij Euro 2000 geraakt. Tegen de Schotten mocht alleen niet verloren worden.' Ging deze reporter op de ironische toer? Neen, hij meende het serieus. De man moet ten einde raad zijn geweest.

    • Ben de Graaf