LÉO FERRÉ

Toen hij stierf, was de Franse dichter-zanger Léo Ferré (1916-1993) bezig met de voorbereidingen voor een cd waarop blijkens zijn aantekeningen zeventien nieuwe nummers zouden staan. In de nalatenschap vond zijn zoon Mathieu er negen, die zich weliswaar in verschillende ontwikkelingsstadia bevonden, maar volgens de jonge Ferré allemaal geschikt waren voor een laatste, posthume cd onder de titel Métamec. Zo heet immers ook het langste nummer, een meer dan achttien minuten durend gedicht in 99 vierregelige coupletten waarin dezelfde beelden in telkens verschillende volgordes terugkeren. Het schildert de wereld volgens Ferré's poëtica en roept de aangesprokene, de Elcerlyc, op gelukkig te zijn.

De ongepolijste Ferré draagt al die coupletten gejaagd, bijna bezwerend voor, slechts begeleid door een enkel akkoord. Elders, in veel eenvoudiger chansons, is hij de oude – en ook wat kortademig geworden – troubadour die zo te horen tegelijk zingt en piano speelt. Het zijn opnamen met een huiselijke klank, die ongetwijfeld bedoeld waren als aanloop tot een definitieve opnameversie, maar in deze kale vorm des te intiemer werken. De luisteraar bevindt zich nu op de plek waar Ferré de microfoon had geplaatst, vlak naast de piano in zijn huis, en hoort een man die, halverwege de zeventig, steeds bedachtzamer is geworden, al kan hij af en toe nog opvlammen als romanticus (,,écoute l'horizon dans les bras d'une femme...'') of als de rebel voor wie de vakbonden `de dood van de revolutie' zijn.

Deze cd vormt de opmaat voor een omvangrijk heruitgaveproject van Leo Ferré's oeuvre, dat is ondergebracht bij een klein klassiek platenmerk. Volgens zoon Mathieu was het niet mogelijk met de grote platenmaatschappijen dezelfde taal te spreken.

Léo Ferré: Métamec. La Mémoire et la mer 10015 (Harmonia Mundi)

    • Henk van Gelder