Hockeyers Bloemendaal mentaal zwak

Een gedaanteverwisseling ondergaan lijkt onderhand de tweede natuur van de hockeyers van Bloemendaal. Zelfs de finale van de play-offs vormt daarop dit seizoen geen uitzondering. Ging de ploeg zaterdag met 3-1 kansloos onderuit tegen het hechte en gedisciplineerde collectief van Den Bosch, een dag later was het elftal van coach Bert Bunnik op eigen veld heer en meester in het tweede duel met de Brabanders: 5-0.

De zeperd van vierentwintig uur eerder bleef daardoor zonder gevolgen voor de ploeg die recent nog met 7-2 van het modale HGC verloor. Voor eigen publiek kan de regerend landskampioen zaterdag de tweede titel op rij veiligstellen. Hoop kan Bloemendaal daarbij putten uit de statistieken: sinds het debuut van Den Bosch op het hoogste niveau, in het seizoen 1993-'94, wisten de Brabanders niet één keer te winnen aan de voet van 't Kopje.

Den Bosch lijkt zaterdag slechts te kunnen hopen op een mentale inzinking van Bloemendaal. Nonchalance is en blijft de achilleshiel van de winnaar van de reguliere competitie. Op basis van individuele kwaliteiten steekt de selectie van Bunnik, met vijf internationals hofleverancier van de nationale ploeg, met kop en schouders uit boven de rest. Maar kwaliteit blijkt niet genoeg, want bij de minste of geringste tegenslag – zoals zaterdag toen Den Bosch opvallend slagvaardig voor de dag trad – valt het elftal in scherven uiteen.

Belangrijker lijkt evenwel de vraag hoe groot de eensgezindheid nog is bij Bloemendaal. Toeval of niet, maar Bunnik kreeg er gisteren van langs van zijn spelers. Zo beet Jaap-Derk Buma na bijna een half uur venijnig van zich af toen zijn coach hem naar de zijlijn dirigeerde. ,,Als ik even voorover buig, is het weer raak, hé Bert'', foeterde Buma. Bijval kreeg de licht ontvlambare spits van collega-aanvaller Remco van Wijk, die ten overstaan van de toeschouwers eveneens een boze blik in de richting van de bank wierp.

Bunnik tilde niet al te zwaar aan de verbale uitspattingen van Buma en Van Wijk. ,,Zolang spelers als Japie lopen te schelden, gaat het goed. Pas wanneer ze niet lopen te kankeren, gaat het fout.'' Toch valt voor Bunnik te vrezen dat hij bezig is aan zijn laatste weken bij de trotse familieclub. Zelf nam hij gisteren alvast een voorschot op het nakende afscheid met de mededeling dat de toegenomen professionalisering hem teveel wordt. ,,Op last van de bondscoach willen die jongens volgend seizoen overdag gaan trainen. Als directeur van een ziekenhuis kan ik aan die wens niet tegemoet komen.''

Grote afwezige aan de kant van Den Bosch was doelman Ronald Jansen. Zijn schorsing van drie duels, een gevolg van het inmiddels beruchte stick-incident in de halve finales tegen Amsterdam, hield de gemoederen flink bezig. Uit solidariteit met Jansen én uit protest tegen de sanctie verschenen de spelers van Den Bosch zaterdag met het handelsmerk van hun onfortuinlijke ploeggenoot - rugnummer 0 - op hun mouwen.

Pijnlijk voor Den Bosch is echter de wetenschap dat de club de straf voor de 36-jarige international deels aan zichzelf te wijten heeft. Bondsbestuurder Ruud Verbunt liet zaterdag namelijk doorschemeren dat de tuchtcommissie Jansen vermoedelijk met rust zou hebben gelaten als Den Bosch zelf tot een straf was overgegaan, ook al zou dit een schorsing van `slechts' één duel zijn geweest. Maar vreemd genoeg is de gedachte van een interne sanctie geen moment opgekomen in de hoofden van de Bossche bestuurders.

Jansens straf is gelet op het vergrijp – het bewust weggooien van een stick – te rechtvaardigen. Maar over de hoogte van de straf valt te twisten. Zeker gezien de staat van dienst van de 160-voudig international. Bovendien: toen onlangs bleek dat een meerderheid van de clubs de bondsregels had overtreden door te laat (onvolledige) spelerslijsten in te leveren, was de bond wel bereid een oogje toe te knijpen. Consequent kan het beleid van de KNHB daarom niet worden genoemd.

Uitgerekend één van de Bloemendaal-spelers die op basis van een administratieve fout niet had mogen spelen, eiste gisteren een hoofdrol voor zich op: Teun de Nooijer. Als vanouds nam het wonderkind van het Nederlandse hockey zijn ploeg op sleeptouw. Hij nam ook het eerste en het vijfde doelpunt voor zijn rekening. Vooral met die laatste, een subtiele lob met de backhand, onderstreepte hij zijn exceptionele talenten.

In schril contrast met de brille van De Nooijer stond de armoede van Den Bosch. Vooral in de voorste linie ontbreekt het de ploeg van coach Toon Siepman aan stootkracht en finesse. Matthijs Brouwer geldt dan wel als één van de grootste talenten van de Nederlandse hockeyvelden, maar te vaak geeft de 19-jarige spits niet thuis. Zo opende hij zaterdag na een fraaie actie de score en was hij een dag later volstrekt onzichtbaar. Onbewust maakte de neo-international daarmee duidelijk dat Piet-Hein Geeris, de vorig seizoen naar Oranje Zwart uitgeweken topschutter, node wordt gemist.

    • Mark Hoogstad