Hard en helder

Plastic of glas? Bifocaal, multifocaal, halve of hele leesbril? Ontspiegelen of niet? Er komt veel kijken bij de keuze van het brillenglas.

,,Een bril schrijf je voor als je een kijkprobleem kunt verhelpen'', zegt opticien Peter van Eijken in zijn zaak in De Bilt. ,,De ene klant ervaart een kijkprobleem als er een correctie van een kwart dioptrie nodig is om goed in de verte te kunnen kijken, de ander klaagt pas bij één dioptrie. Ook het moment waarop iemand over een leesbril begint varieert. Soms klagen mensen pas als hun armen echt te kort worden, een andere keer adviseer ik ze om nog even te wachten.'' Als de ogen zijn gemeten en een montuur is uitgezocht begint het brildragers pas echt te duizelen: de keus van soort en kwaliteit van het brillenglas komt aan de orde.

De eenvoudigste vraag met een moeilijk antwoord is: plastic of glas? Voor leesbrillers is de zaak nog veel ingewikkelder. Zij moeten ook beslissen tussen bifocaal of multifocaal of tussen een hele of een halve leesbril. En als de keus op multifocaal valt opent zich een nieuwe baaierd van mogelijkheden. Soms komt de vraag op of een computerbril nodig is.

Ongeveer driekwart van alle brillenglazen die de opticien tegenwoordig monteert zijn van kunststof. Van Eijken: ,,Kunststof is ongeveer de helft lichter dan glas, maar bij de tegenwoordige brillenmode met veelal kleine glazen maakt het gewicht niet erg veel uit. De keus wordt ingewikkelder doordat zowel in kunststof als glas tegenwoordig materialen bestaan die een veel dunner en dus nog lichter brillenglas mogelijk maken.''

Het gewichtsargument is belangrijker naarmate de bril sterker is. Een brillenglas voor mensen die niet goed in de verte kunnen kijken (bijzienden) is aan de randen dikker dan in het midden. Hoe sterker de lens corrigeert, hoe dikker de randen worden. En met de diameter neemt de dikte aan de randen steeds verder toe. Voor verzienden (mensen die dichtbij niet scherp kunnen zien) worden lenzen met positieve dioptrie gebruikt en die zijn in het midden dikker dan aan de rand. Een groot glas is in het midden dikker dan een klein glas van dezelfde sterkte.

,,Kunststof glazen zijn in de jaren zeventig en tachtig populair geworden'', aldus Van Eijken, ,,toen monturen met veel grotere glazen dan nu in de mode waren. Het gewichtsverschil was toen aanzienlijk.'' Om te dikke glazen te vermijden ontraadde de opticien mensen met sterke glazen soms zo'n grootglazig modemontuur. Van Eijken: ,,Tegenwoordig willen mensen met niet zulke sterke glazen soms een bril met van die nieuwe heel dunne glazen. Maar ik moet het glas nog wel in het montuur kunnen bevestigen. Dus soms moet ik nu zo'n dun glas ontraden.''

Een dun brillenglas kan toch een behoorlijke lenswerking hebben als het glas of de kunststof een hoge brekingsindex heeft. De brekingsindex zegt hoe sterk een lichtstraal van zijn rechte lijn wordt afgebogen op het moment dat hij van lucht het brillenglas in verdwijnt en als hij er weer uitkomt. Conventioneel glas en kunststof hebben een brekingsindex van 1,5. De meeste glazenfabrikanten leveren ook glazen met brekingsindices van 1,6 en 1,7. Die zijn al flink dunner. Een specialist als Zeiss maakt zelfs materiaal met een brekingsindex van 1,9 (Lantal 1,9). Daar hebben vooral mensen met zeer sterke brillen (onder -10 en boven +10) baat bij.

Om op de te maken keus terug te komen – kunststof en glas zijn in hun basisuitvoering even duur. Een kunststofglas is echter weinig waard zonder coatings, en op dat punt heeft de opticien zijn klant bij kunststof meer keuzemogelijkheden aan te bieden, met oplopende prijzen en marges.

Glas kan breken en splinteren, maar plastic krast eerder en is niet zo glashelder als glas. Kunststof is veel zachter dan glas. De eerste generaties kunststof glazen waren berucht om de snelheid waarmee ze krassen opliepen. Kunststoflenzen krijgen daarom tegenwoordig allereerst een hardende coating. Daarna bestaat er een keuze uit een aantal antireflecterende coatings die helderheid en contrast verbeteren en tenslotte kan er een vuil- en waterafstotende laag worden opgedampt. Bij het hardere en helderder glas is de keus eenvoudiger en volstaat een antireflecterende multicoating.

Een lens wordt antireflecterend of ontspiegeld als hij is voorzien van een laagje waardoor schuin invallend licht niet wordt gereflecteerd, maar wordt geabsorbeerd. De atomen in de molecuulstructuur van het laagje liggen op zo'n afstand dat licht van een bepaalde kleur daarin zichzelf uitdooft (door interferentie). Om alle golflengten goed te absorberen zijn diverse laagjes van verschillende materialen nodig. De optimale ontspiegeling reflecteert geen enkele frequentie meer en levert een helder transparante lens.

Van Eijken: ,,De coating verhoogt het contrast en de helderheid voor wie zelf door zo'n bril kijkt. Maar er is ook een cosmetisch effect: je kunt de ogen van de brildrager zien.'' Van Eijken zet een bril met niet-ontspiegelde glazen op en kijkt me aan. Ik zie de reflecterende TL-buizen die zijn werkplaats verlichten op de plaats waar je ogen verwacht.

Van Eijken: ,,Het cosmetisch effect wordt ook gebruik. De meeste ontspiegelde glazen hebben een zwakke blauwpaarse of groene restreflectie, maar er bestaat er ook een die goudgeel reflecteert en die erg mooi staat in een gouden montuur.''

Glazenfabrikant Hoya (één van de zeven brillenglazenleveranciers in Nederland) levert ongecoate glazen en kunststoffen lenzen met brekingsindex 1,5 in alle sterkten van -6 tot +6 voor dezelfde prijs. Maar met harding, eenvoudige ontspiegeling en vuilafstoter kost de kunststoffen Hilux 1,5 135 gulden en de glazen UV 1,5 met multicoating 91 gulden. Optisch is kunststof na de prijsopdrijvende bewerkingen niet superieur aan glas. Voor ingewikkelder coatings kan de prijs nog enkele tientjes stijgen.

Het verhogen van de brekingsindex, om het glas dunner te krijgen, kost bij Hoya 60 gulden voor de stap van 1,5 naar 1,6. Nog dunner (verhoging van de brekingsindex van 1,6 naar 1,7) kost 115 gulden per glas meer. Het Nulux LX 1,7 kunststofglas in een aantal veelvoorkomende sterkten komt zo, met standaardcoatings, op 310 gulden. De prijzen en leverprogramma's van de glazenfabrikanten ontlopen elkaar niet veel.

Wie het gewicht en het splintergevaar weet in te schatten en op de koop toeneemt, heeft met glas dus een goedkoper brillenglas. Optisch gezien is glas bij aankoop net zo goed, op den duur beter dan kunststof, want kunststof veroudert en krast toch nog sneller. Hoe snel?

Van Eijken: ,,Op de tegenwoordige levensduur van een bril – gemiddeld drie tot vier jaar – maakt het weinig uit, als je tenminste enige zorg besteedt aan het schoonmaken en niet poetst met alles wat toevallig voor de hand is, zoals papieren zakdoekjes en stropdassen. We raden aan om de bril af te spoelen met lauw water en te wassen met afwasmiddel. Daarna schoonmaken met een zacht doekje. Het is funest om de bril aan zijn pootjes vast te pakken en onder de hete kraan af te spoelen. De vaatwasser, die is helemaal desastreus, zowel voor coatings als het montuur.''

Meer informatie:

www.zeiss.de; www.essilor.nl

    • Wim Köhler