Forse kritiek op keuring voor WAO

De kwaliteit van WAO-keuringen laat ernstig te wensen over. Van objectieve en uniforme keuringen is geen sprake. Uitkomsten zijn vaak willekeurig.

Dat concludeert het College van Toezicht Sociale Verzekeringen (CTSV) in het rapport `In de spreekkamer van de verzekeringsarts'. Verzekeringsartsen gaan volgens het CTSV in de meeste gevallen geheel af op de informatie van de cliënt. Die krijgen zij vaak in een gesprek van ongeveer een half uur. De keuringsartsen kunnen informatie inwinnen bij bedrijfsartsen of de behandelende artsen, maar zij doen dit nauwelijks. Ook kunnen zij zelf specialisten inschakelen, maar ook dit gebeurt zelden.

Het aantal WAO'ers is de laatste jaren sterk gestegen. Eind februari kregen 918.000 mensen een arbeidsongeschiktheidsuitkering. In totaal wordt voor ruim 20 miljard gulden aan uitkeringen verstrekt. Verzekeringsartsen, ook wel keuringsartsen genoemd, hebben de rol van `poortwachter'. Zij moeten voor een objectieve claimbeoordeling zorgen. Maar keuringsartsen liggen onder vuur. Onlangs haalde staatssecretaris Hoogervorst (Sociale Zaken) al cijfers aan waaruit bleek dat zij erg verschillend keuren.

CTSV-voorzitter T. Witteveen zei vanmorgen ,,dat op de zorgvuldigheid van de keuringen veel aan te merken valt''. Maar volgens hem moeten keuringsartsen niet als ,,zondebok'' van het WAO-probleem worden betiteld. ,,Zij werken in een situatie waarin het moeilijk is, om iets goed te doen.'' Hun werkdruk is volgens het rapport te hoog. Zo zijn ze veel tijd kwijt met administratieve handelingen. Hij vindt dat voor de ontstane situatie zowel de uitvoeringspraktijk als de politiek verantwoordelijk is.

De keuringsartsen gebruiken de cliënt als woordvoerder voor de andere bronnen (bedrijfsarts, behandelend arts, werkgever). Zij vragen bijvoorbeeld aan de cliënt welke diagnose hun huisarts heeft gesteld. Het CTSV vindt deze informatie te eenzijdig om een WAO-claim objectief te kunnen beoordelen.

Bij herbeoordelingen, bijvoorbeeld vijf jaar na de eerste keuring, volstaat de keuringsarts met een telefonisch gesprek of hij baseert zich alleen op het dossier, veelal hetzelfde van vijf jaar daarvoor. De arts weet dan niet of de situatie van de patiënt is gewijzigd.

De keuringsartsen zoeken volgens het CTSV zelf oplossingen voor de knelpunten die in het keuringssysteem zitten. Als het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen veranderingen doorvoert, vinden artsen dit niet rechtvaardig. Zij proberen de uitkomst dan zo te beïnvloeden dat er voor de WAO'er niets verandert. De uitvoeringsinstellingen hebben nauwelijks aandacht voor de kwaliteit van de keuringsartsen.