EU huivert voor eisen van Poolse boeren

Het landbouwdossier is een van de moeilijkste in de onderhandelingen over uitbreiding van de EU. Moeten de Poolse boeren straks de inkomenssteun krijgen die boeren in de EU nu ontvangen?

Krijgen Poolse boeren na toetreding van hun land tot de Europese Unie dezelfde directe inkomenstoeslagen als hun collega's in de EU nu? In de EU huivert men al bij de gedachte aan de rekening van jaarlijks 3 tot 4 miljard euro op een totaal Europees landbouwbudget van 41 miljard euro per jaar.

Polen is verreweg de belangrijkste landbouwproducent onder de kandidaat-leden. ,,Eerlijke concurrentie moet de basis zijn'', zegt Wladyslaw Piskorz, Pools landbouwattaché in Brussel. De Poolse consument betaalt straks de hogere Europese prijzen voor landbouwprodukten. ,,Wij willen niet dat onze consumenten aldus straks wel de boeren in de rest van de Europese Unie ondersteunen, maar niet onze eigen Poolse boeren.''

De Europese Commissie stuurde onlangs een ontwerp-standpunt over het landbouwdossier naar de EU-lidstaten. Het document over Polen omvat 77 pagina's: van een verzoek om toelating van melk met een hoger vetgehalte tot de marktorganisatie in de aardappelsector.

Maar wat wil de Europese Commissie met de directe inkomenssteun? Ze zegt eerst ,,aanvullende informatie'' van Polen nodig te hebben. Deze voorzichtigheid onderstreept de politieke gevoeligheid in de EU zelf. Vorig jaar bereikten de lidstaten een zeer moeizaam akkoord over de zogenoemde Agenda 2000, met afspraken over de Europese landbouwuitgaven tot en met 2006. Met eventuele directe inkomenssteun aan boeren in nieuwe lidstaten is geen rekening gehouden. Een nieuwe discussie over het budget zou de tegenstellingen oprakelen. Want wie betaalt de rekening?

De Europese Commissie liet tot voor kort nauwelijks een opening voor directe inkomensoverdrachten aan boeren in nieuwe lidstaten. De redenering was simpelweg dat deze steun voor de boeren in de huidige EU een compensatie is voor de subsidie- en prijsdalingen als gevolg van de Europese landbouwhervormingen. Poolse boeren hebben met die prijsdalingen in de EU niet te maken gehad en hoefden dus volgens Brussel ook niet te worden gecompenseerd.

Half april sprak Eurocommissaris Franz Fischler (landbouw) echter over een ,,mogelijke uitweg'' door ,,stapsgewijze'' invoering van inkomenssteun. De Oostenrijkse Eurocommissaris uitte wel een waarschuwing. ,,We moeten ons afvragen of de onmiddellijke invoering van directe betalingen niet de noodzakelijke structurele hervormingen [van de landbouw in die landen] verhindert en negatieve sociale gevolgen zal hebben.'' daarmee doelde Fischler op mogelijke fricties, wanneer boeren plotseling grote bedragen uit Brussel krijgen. Een argument dat de Poolse landbouwattaché Pistorz verwerpt ,,omdat de meeste boeren bij ons nu slechts de helft van een mijnwerkersloon verdienen''.

Fischler suggereerde om de gelden voor directe inkomenssteun in nieuwe lidstaten vooral te gebruiken voor structurele landbouwhervormingen. Zo kunnen boeren volgens hem worden beloond voor onderhoud van het landschap en andere milieutaken, wat in de EU `multifunctionaliteit' van de landbouw heet. Voor structurele agrarische hervormingen in de kandidaat-lidstaten is in het Europese budget wel geld uitgetrokken: tot 4 miljard euro in 2006.

Fischler onderstreepte dat directe inkomenssteun in het Europese landbouwbeleid is gekoppeld aan produktiebeperkende instrumenten (o.a. braaklegging en produktieplafonds in de rundersector). Het niet verstrekken van directe inkomenssteun aan boeren in nieuwe lidstaten zou volgens Fischler daarom tot grotere produktie leiden ,,met als gevolg nieuwe en onverkoopbare interventievoorraden.'' En dat zou de EU ook handenvol geld kosten.

De Poolse landbouwattaché Pistorz is de ,,evolutie'' in Fischlers denken niet ontgaan. Hij laat zich zelf ook enigszins in de kaart kijken. ,,Het argument van Fischler dat er een betere manier is om het geld te besteden kan gerechtvaardigd zijn,'' erkent hij. Want in de Poolse landbouw moet zeker sanering plaatsvinden. Polen had volgens Pistorz in 1996 slechts 700.000 boeren – op een totaal van een paar miljoen vaak zeer kleine bedrijfjes die voor meer dan 500 dollar per jaar verkopen.

Europese landbouworganisaties kijken met argusogen toe. Voorzitter Gerard Doornbos van de IFAP (overkoepeling van boerenbonden wereldwijd) onderstreept echter dat uitbreiding van de EU ,,ook in het belang van de landbouw elders is'' door nieuwe exportkansen. Doornbos (ook voorzitter van het Nederlandse LTO) ziet de ,,sleutel'' voor een oplossing in de jongste suggesties van Fischler, omdat hij inspeelt op de bestaande Europese trend om `multifunctionaliteit' te belonen.

Maar de EU-lidstaten moeten volgens Doornbos minder ,,tweeslachtig en huichelachtig'' zijn over de financiële gevolgen. Hij wijst op het ,,bredere politieke'' belang van uitbreiding van de EU. Dan gaat het volgens hem niet aan om de landbouwsector voor de kosten te laten opdraaien. ,,En die landbouw kost de Europese burger nog minder dan 2 procent van de overheidsuitgaven. Dat is veel minder dan menigeen denkt.''

Naast de directe inkomenssteun zijn er nog andere controverses met de kandidaat-leden. Polen, Hongarije en Tsjechië vragen voor Brussel onacceptabel hoge productiequota voor zuivel, rundvlees en graan door als referentieperiode de communistische tijd te hanteren, toen de produktieniveaus administratief te hoog werden vastgesteld. Polen wil ook staatssteun (rente- en energiesubsidies, belastingvrijstellingen) handhaven die volgens Brussel in strijd is met het EU-landbouwbeleid.

Al even moeilijk ligt het Poolse verzoek om meer tijd voor het opzetten van een geïntegreerd administratief- en controlesysteem om steunfraude door boeren te voorkomen. Attaché Piskorz: ,,Zweden, Finland en Oostenrijk kregen bij hun toetreden wèl drie jaar uitstel.'' Een dergelijk conflict is er ook over een verzoek van Polen (en Tsjechië) om de mogelijkheid in de eerste vijf jaar na toetreding in noodsituaties de eigen landbouwmarkt nog te mogen beschermen.

De onderhandelingen over het landbouwhoofdstuk, dat wegens de politieke moeilijkheidsgraad is uitgesteld, moeten in juni beginnen. Maar diplomaten verwachten dat pas volgend jaar zaken worden gedaan. Pizkorz is heilig overtuigd van het succes. ,,We zijn niet zomaar een arm land dat op de deur klopt. We zijn een groot land en een interessante markt.''

    • Hans Buddingh'