Een vriendelijke zwijger

Of hij ene dokter Van de Ploeg kende, die net als hij verbonden was aan het academisch ziekenhuis van Maastricht. Cees-Rein van den Hoogenband antwoordde ontkennend aan de telefoon. Ik vertelde hem over een groot artikel die ochtend in De Telegraaf, waarin `dokter Van de Ploeg' verklaarde dat wielrenner Phil Anderson van de ploeg van Peter Post mogelijk nooit meer op topniveau zou kunnen wielrennen. Van den Hoogenband: ,,Van de Ploeg? Ken ik niet? O ja, dat ben ik natuurlijk. Ik ben namelijk dokter van de ploeg.''

De arts van de Panasonic-ploeg schrok aan de andere kant van de lijn. Ja, hij had iets over Andersons gezondheidsproblemen gezegd. Ja, Barend en Van Dorp waren in Vrij Nederland ook al een vreemde ziekte op het spoor. `Doping!' werd al door de onderzoeksjournalisten gesuggereerd. Niet dus, zei Van den Hoogenband, daarom wordt het tijd dat het ware verhaal door een `serieuze journalist' wordt opgetekend. Er moest een einde komen aan die indianenverhalen. Met Post was hij al overeengekomen dat het tijd was voor het ware verhaal, zodra een `serieuze journalist' van een `serieuze krant' zich meldde.

Enfin, Anderson leed dus aan een vorm van de ziekte van Bechterev. Het zou slecht kunnen aflopen met de wielrenner, zei Van den Hoogenband. Wat er zoal werd verklaard, door medische specialisten, was niet juist. Anderson wilde het niet horen, maar hij moest er toch echt aan geloven. Anderson was in zijn weerwoord des duivels: onzin. Maar Van den Hoogenband hield voet bij stuk. De waarheid moest gezegd worden, om verhalen te voorkomen.

Van den Hoogenband vertelde het verhaal naar eer en geweten, na ruggenspraak met Post. Maar dat vonden een paar van zijn collega's niet juist. Zij kaartten het aan bij het medisch tuchtcollege. Volgens de medische code had hij het beroepsgeheim geschonden. Hij kreeg een berisping. Maar hij deed het toch voor Anderson, Post en de wielersport. Vervelend was dat Anderson later genezen werd verklaard en onder meer de klassieker Parijs-Tours won. Toen ik na afloop van deze wedstrijd naast hem stond, zei de Australiër die eens een goede vriend was: `Fuck you!'.

Van den Hoogenband is wijs geworden. Eerst was hij arts van de judobond, maar daar was het een rotzooi. Toen was hij arts bij de wielerploeg van Post en ervoer hij dat wielrenners boven de wet leven. Toen werd de chirurg arts van PSV. Bijna als een supporter bewoog hij zich langs de lijn. Nerveus, betrokken, zelfs juichend: een liefhebber is een liefhebber.

Hij werd voorzitter van de vereniging van voetbalclubartsen en deed zijn best zijn collega's ervan te overtuigen dat zij toch vooral onafhankelijk en ethisch verantwoord te werk dienen te gaan. Zelden geeft Cees-Rein nu nog een medisch geheim prijs. Hij heeft het er moeilijk mee. Want hij is een vurig sportliefhebber. Zijn vrouw is een oud-topzwemster, zijn zoon is een van de snelste zwemmers ter wereld en zelf is hij bezig de zwemsport op een (nog) hoger niveau te brengen.

Dan zie ik hem over het beeldscherm snellen. De jonge en door een knieblessure en nachtmerries gekwelde Ruud van Nistelrooij volgt de senior-arts op weg naar een kliniek in Manchester. Ze zwijgen. Van den Hoogenband, de chirurg die het allemaal weet, in het bijzonder. Ik zie zijn vriendelijke gezicht en zie hem denken: ik wil wat zeggen, maar ik houd mijn mond, de pers is meedogenloos. Als een paar dagen later Van Nistelrooij zijn kniebanden scheurt, zie ik nergens Van den Hoogenband. Hij zwijgt nu liever.