Déjà vu

Ik heb het meestal na een zomervakantie: als je dan voor het eerst je huis weer binnenstapt zie je het even door de ogen van een vreemde. Ruim, licht, sfeervol. Maar ook: wat een donkere banken. Die onbevooroordeelde blik duurt slechts een paar seconden. Dan valt wat je ziet weer samen met je herinneringen. Je kent dit huis, de kamers, de meubels door en door.

Onlangs verbleef ik zes weken in het buitenland. In geen tien jaar had ik mijn vrouw en kinderen zo lang niet gezien. Bij terugkomst, op Schiphol, zag ik ze even door vreemde ogen. Een stevige griet met prachtige krullen (m'n dochter), een kwajongen met veel te grote voortanden (m'n oudste zoon) en o wat was dat blonde jochie groot geworden. Door de opwinding en ontroering – en doordat de kinderen mij bestormden – had ik nauwelijks tijd voor mijn vrouw. Maar toch zag ik ook haar weer heel even voor het eerst. Het was liefde op het zoveelste gezicht.

    • Ewoud Sanders