De verkrampte ambities van Jan Franssen

Veeldoener Jan Franssen (VVD) wordt woensdag geïnstalleerd als de nieuwe commissaris der koningin in Zuid-Holland. Die functie ontbrak nog op zijn cv. Maar mogelijk nog belangrijker voor Franssen is zijn recente `coming out' als homoseksueel.

Jan Franssen is veranderd. Mensen die hem al langer kennen zien het. ,,Hij is rustiger geworden'', zegt de een. ,,Milder'', zegt een ander. Zijn tweelingbroer Piet noemt het contact met Jan inniger dan vroeger. En zelf zegt hij: ,,Ik laat meer emoties toe.''

Je kunt die verandering teruglezen in de krantenartikelen die over Franssen zijn verschenen. Bij zijn aantreden als burgemeester van Zwolle, in 1994, heette hij in de Zwolse Courant nog `formeel', `streng' en zelfs `bars'. Nu hij afscheid neemt om commissaris der koningin in Zuid-Holland te worden, is het `inspirerend' geworden en `aimabel'. Van de zes Zwolse wethouders kreeg hij een mooi boeket met een kaartje `Van harte! Je maatjes uit het college'.

Maatjes – die tedere aanspreekvorm is wel heel ver verwijderd van streng en bars. Ver verwijderd ook van de man die zijn politieke carrière eigenhandig in soms messcherpe debatten uitkerfde.

Wat is er gebeurd?

Jan Franssen is uit de kast gekomen. Niet met een grote sprong of met veel getoeter. Maar toch. Hij heeft eerst voor zichzelf moeten uitmaken dat hij homoseksueel was – en hij was 38 jaar toen hij dat pas echt durfde. Toen moest zijn familie het nog weten. In Zwolle is hij er mee naar buiten gekomen. Zijn ambtenaren heeft hij het verteld, en later – `geserreerd' zegt hijzelf – de pers. ,,Sindsdien heb ik mij op vleugeltjes gevoeld.''

Hoger, hoger, hoger. Van huis uit kregen de kinderen Franssen de opdracht mee eruit te halen wat erin zit. Jan, Piet (beiden 48 jaar) en Sieta (50) memoreren alledrie de strenge normen die thuis heersten: het plichtsbesef, de soberheid, het harde werken in de wasserij na schooltijd. ,,Kinderarbeid'', zegt Piet droogjes. ,,En als zoon van de baas moest je het voorbeeld geven: het laatst naar buiten in de pauze, het eerst weer binnen.''

Jan was de extraverte, Piet meer verlegen. Jan maakte praatjes met de klanten en het personeel, Piet was liever in zijn eentje buiten. Piet ging naar de LTS, Jan na de mulo nog naar de havo en de kweekschool, waar hij zijn vocabulaire uitbreidde. Als hij thuis weer eens volzinnen met ingewikkelde woorden gebruikte, zei vader: ,,Piet, pak het woordenboek eens, we moeten nog verder praten met Jan.'' Jan op de kast. Er zat ook een zekere tragiek achter, vindt zuster Sieta. Van een vader die meteen na de lagere school in de wasserij moest en die zich overvleugeld zag door zijn zoon.

Over zijn vader zegt Jan Franssen nu: ,,Er was waardering.'' De liefde van en voor zijn moeder was dieper en warmer. Toen ze stierf, negen jaar geleden, zei Jan tegen zijn vriendin en partijgenoot Nel Ginjaar-Maas: ,,Nou heb ik niemand meer om mee te praten.''

Tot zijn 27ste jaar heeft hij thuis gewoond, daarna ,,kort bij de deur'', zoals broer Piet het uitdrukt. Pas toen hij in Zwolle werd benoemd, verliet Jan het ouderlijk dorp.

Politiek, of meer in het algemeen: de openbare zaak, was belangrijk in huize Franssen. Sinds kleine Jan van vijftien stiekem naar beneden sloop om op televisie de Nacht van Schmelzer te volgen, en vooral sinds hij eind jaren zestig de VVD'er Hans Wiegel ontmoette – ,,de politicus van de duidelijkheid'' – was hij in de ban van de politiek. Hij zou er, na een korte periode als leraar geschiedenis en maatschappijleer in Amsterdam, zijn carrière van maken.

Dat hervormde Jan zijn heil zocht bij de liberalen was tegen de zin van vader – al vermoedden de kinderen dat die op het laatst toch ook VVD stemde. Jan werd in 1970 assistent van Wiegel in de Tweede Kamer, twee jaar later kwam hij in de gemeenteraad van Nederhorst den Berg. Degenen die toentertijd politiek actief waren in het dorp, kijken met gemengde gevoelens terug op raadslid Franssen. Zeker, hij had talent, maar hij gedroeg zich soms alsof hij Onze Lieve Heer was.

Met lange betogen en polariserende standpunten droeg Franssen nadrukkelijk bij aan de gespannen sfeer in de raad. Oud-burgemeester C. de Groot dacht wel eens `overkomt mij dit?' als Franssen de politieke discussie weer tot ver boven dorpsniveau tilde. ,,Hij had heel grote ambities.'' Plaatselijk VVD-voorzitter en dorpsdokter A. Crucq ondervond ze aan den lijve. Hij was gewend aanwezig te zijn bij fractievergaderingen. Fractievoorzitter Franssen probeerde dat te verhinderen. ,,Zijn houding was: ík ben de politieke leider van de VVD in het dorp.''

Zo werd Nederhorst snel te klein. In 1978 wilde hij al naar de Tweede Kamer, toen stond hij te laag op de kieslijst. Ook in 1982 kwam hij op de lijst niet hoger dan 42ste, maar toen hielp regeringsdeelname van de VVD hem in de Kamer. Daar ging hij op dezelfde voet verder. Scherp debatteren. Hard werken.

Iedereen die zoekt naar een oordeel over Franssen begint te zeggen dat hij zo hard werkt. Maar ja, zeggen ze er meestal bij, hij heeft ook niemand om voor thuis te komen hè. Goede vriend en ex-medewerker Jan Kabalt ziet Franssen altijd in dossiers neuzen. Altijd kranten en tijdschriften scheuren om in het weekend nog iets te lezen.

Als je je dossiers kent, zegt oud-staatssecretaris Nel Ginjaar-Maas, steek je er al gauw bovenuit in de Kamer. Zo werd Franssen een vooraanstaand onderwijsspecialist in het parlement. Ginjaar-Maas herinnert zich een bewindsliedenoverleg uit de tweede helft van de jaren tachtig, in het tweede kabinet-Lubbers, een coalitie van CDA en VVD. Midden onder de vergadering schoof de directeur-generaal voor hoger onderwijs, Roel in 't Veld, een briefje naar zijn staatssecretaris. `Nel, een kwis', stond erop. `Wie is de echte oppositie in dit land? PvdA? D66? Of Jan Franssen?'

Over het bedoelde antwoord had Nel Ginjaar niet de minste twijfel: haar partijgenoot Jan Franssen natuurlijk. ,,Jan moest niets hebben van de compromissen die ik met CDA'er Deetman sloot.'' In 't Veld noemt hem ,,een charmante rebel, met een heel eigen opvatting over het Kamerlidmaatschap''.

Hij wilde er wel een beloning voor – ook in de publiciteit. In 1993 tipte hij het Algemeen Dagblad dat het afscheidsfeestje van een hoge ambtenaar exorbitant duur was geweest. De krant zocht het uit, berichtte erover en Franssen kon vervolgens Kamervragen stellen. Maar toen hij die ochtend bij de Kamergriffie kwam, bleek RPF-fractievoorzitter Meindert Leerling hem te zijn voor geweest. Franssen op hoge poten naar Leerling: wat doe jij met míjn vragen?!

Als één ding Jan Franssen typeert, zegt gemeentesecretaris Jaap Jansen van Nederhorst den Berg, dan is dat het moment van zijn afscheid van de raad. Toen bekleedde Franssen liefst vier publieke functies tegelijkertijd. Hij was raadslid, zat in de Gewestraad, was lid van Provinciale Staten Noord Holland en van de Tweede Kamer. En het was duidelijk dat hij ze het liefst allemaal was blijven doen.

Over zijn nevenfuncties is Franssen kort. Die plezieren hem en ze leveren nog iets op ook. Voorbeeld uit het strikt bestuurlijke: als voorzitter van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten kon hij uitstekend de belangen van Zwolle behartigen.

Ander voorbeeld, iets losser: als Kamerlid kreeg hij de portefeuille kermiszaken. Zo kwam hij in contact met de familie van Jan Kabalt, die op de kermis stond met grijpmachines. Binnen de kortste keren stond hij zelf achter de kraam. Het beheer van de grijpmachines werd een hobby die hij elke zomer wel een keer beoefende.

Ook Zwolle heeft zijn dadendrang opgemerkt. Negentien nevenfuncties onderhoudt Franssen er, elf betaald, acht om niet, en nog had hij niet genoeg. Hij wilde zijn ambt graag combineren met een zetel in de Eerste Kamer. Het ging ten slotte niet door: dat is slechts een van de weinige politieke ambten die Franssen (nog) niet heeft bekleed. De andere is een ministerspost of staatssecretariaat. En aan zijn ambitie zal het niet liggen. Heeft het niet gelegen.

In 1994 keek Franssen, met vrienden binnen en buiten de politiek, hoe zijn kaarten lagen. Naar eigen zeggen wilde hij toen, na twaalf jaar, weg uit de Tweede Kamer. ,,De sfeer in de fractie was beklemmend geworden.'' Dat had alles te maken met de machtswisseling in de partij. De harde liberaal Frits Bolkestein had de VVD veroverd op de sociale vleugel van Ed Nijpels, Joris Voorhoeve, en van Jan Franssen. Sindsdien was de fractie verdeeld, volgens Franssen, en die hokjesgeest verdween pas in de periode '94-'98. Dat was net toen hij ,,toe was aan een bestuurlijke uitdaging''.

Naar eigen zeggen wilde hij geen bewindsman worden. Hans Wiegel, een van degenen die toen met hem sprak, zegt: ,,Hij was in de markt om staatssecretaris te worden.'' Nel Ginjaar heeft de indruk dat Franssen een ministerspost had gewild in '98. Het werd wel Onderwijs voor de VVD, maar niet voor Franssen; Loek Hermans, oud-burgemeester van Zwolle, toen commissaris der koningin in Friesland, werd de nieuwe minister. Ginjaar ziet de hand van formateur Bolkestein in de benoeming. ,,Ik noem dat altijd het experiment-Bolkestein: mensen op posten zetten waarmee ze niet vertrouwd waren. Hier werkte zijn grote kwaliteit als specialist in het nadeel van Jan.''

Kamerlid Clemens Cornielje, die in 1994 de plaats van Franssen als onderwijsspecialist van de VVD overnam, relativeert de invloed van Bolkestein. ,,Er wordt altijd tot op het laatste moment geschoven met posten en personen. En drie partijen beslissen mee.'' Franssen wil niet verder gaan dan te zeggen dat er ,,geen chemie'' was tussen hem en de toenmalige VVD-leider, ,,persoonlijk noch politiek''. Cornielje weer: ,,De partij als zodanig is te spreken over zijn bestuurlijke kwaliteiten. Anders was hij niet naar voren geschoven als commissaris van de koningin in Zuid-Holland.''

In 't Veld verheugt zich al op Franssen in zijn nieuwe rol als commissaris. ,,Dat zal een leuke ervaring zijn om naar te kijken.'' De rebelse Franssen in een plechtstatig ambt. Het past volgens In 't Veld bij de spanning in Franssen, die tussen beheersing en passie. ,,Er wordt wel iets weggehouden: passie, sentiment.'' Achteraf vindt Franssen zelf dat zijn functioneren lange tijd `verkrampt' is geweest door de angst voor de `ontdekking' van zijn homoseksualiteit.

In Zwolle werd in 1999 een vriend van Franssen benoemd op een hoge post bij de gemeente. Die benoeming ging niet vanzelf. In het laatste deel van de procedure ontstond er onenigheid en de burgemeester suggereerde dat de kandidaat door een extern assessment-bureau op zijn kwaliteiten zou worden beoordeeld. Zodoende werd hij toch aangenomen.

Het duurde niet lang voor de geruchten kwamen. De ambtenaar zou niet zomaar een kennis van Franssen zijn geweest, maar een ex-vriendje – en de burgemeester zou niet zozeer een oplossing hebben aangedragen, als wel op de benoeming hebben aangedrongen. Dit was het schrikbeeld waar Franssen zijn hele leven bang voor was geweest. ,,Er werden suggesties gewekt, die zo smerig waren, dat ik wel moest reageren'', zegt hij. De gesuggereerde ,,betrokkenheden'' waren er niet. Maar het was duidelijk: zoiets kon dus steeds opnieuw op zijn weg vallen als hij zijn seksuele geaardheid krampachtig voor zich hield.

Hij heeft er met zijn ambtenaren over gesproken. Hij heeft zich voorbereid op een gesprek met de Zwolse Courant, waarin hij voor hij eerst publiekelijk voor zijn homoseksualiteit uitkwam. ,,Ik vind het een last en bij tijd en wijle heb ik er verdriet van dat ik zo ben.''

Het ging allemaal nog zó terughoudend, dat zijn zuster Sieta nog zegt dat ze niet weet of broer Piet er wel weet van heeft. Maar dat heeft hij wel. Jan heeft het hem zelf verteld. Moeizaam, ,,het is ook nogal wat om er voor uit te komen'', vindt Piet. Maar Piet zegt ook: ,,'t Is voor mij nooit een verrassing geweest.''

In Zwolle was het wellicht ook minder een verrassing dan Franssen dacht. Raadslid Peter Pot zegt tenminste dat hij het al wist vóór Franssen burgemeester werd en dat het ,,publiek geheim was''. Maar voor Franssen was het een enorme opluchting te merken dat ,,ik volledig aanvaard word zoals ik ben''.

De kramp is weg. De angst is verdwenen dat `ontdekking' in de weg zal staan van wat hij als zijn levensvervulling zegt te zien: ,,In het openbaar bestuur werkzaam zijn voor anderen.''

Van nu af aan gaat het dus verder op vleugeltjes. Zuid-Holland krijgt een commissaris die eindelijk de teugels van zijn ambities heeft durven laten vieren.

    • Bas Blokker