Commodore 64

De Commodore 64 heeft al bijna twintig jaar lang het record van bestverkochte computer aller tijden in handen. Sinds de introductie van het donkerbruine toetsenbord in 1982 zijn er wereldwijd meer dan twintig miljoen stuks verkocht. Voor het Amerikaanse computerbedrijf mocht het echter niet baten. Van het eens zo succesvolle merk is nu geen computer meer in de schappen te vinden.

Begin jaren tachtig brak de personal computer definitief door. Zo presenteerde Apple in die periode de Apple II, die voor het eerst gebruikmaakte van grafische iconen en vensters die later door bijna elk besturingssysteem zijn gekopieerd. De hoge prijs van dergelijke apparaten weerhield echter veel particulieren van de aankoop. De Commodore 64 bleek dat gat in de markt op te vullen.

Voor relatief weinig geld kregen mensen bovendien de beschikking over een apparaat dat zijn tijd ver vooruit was. De combinatie van de, voor die tijd, goede muzieksynthesizer en de grafische mogelijkheden maakten de Commodore tot de eerste multimediacomputer. In 1983 werd het apparaat dan ook uitgeroepen tot computer van het jaar. Het apparaat is niet alleen beroemd om zijn werking, maar ook door het uiterlijk. De Commodore is niets meer dan een donkerbruin bijbeldik toetsenbord, dat aangesloten moet worden op een gewone televisie.

De enorme verkopen van de `C64' zorgden ervoor dat binnen afzienbare tijd duizenden softwaretitels, voornamelijk spelletjes, beschikbaar kwamen. Gebruikers konden die programma's via de zogenoemde datasette, wat niet veel meer is dan een cassetterecorder, in hun computer laden. In de praktijk betekende dat minutenlang wachten voordat het programma kon worden opgestart.

Juist de enorme populariteit van de Commodore 64 blijkt, samen met een blunderend management, de reden dat het apparaat is verdwenen uit de schappen. Twee jaar na de introductie presenteerde het bedrijf de beoogde opvolger: de Plus 4. Deze machine bleek niet in staat de spelletjes en andere programma's van de C64 te draaien met als gevolg dat veel gebruikers de overstap niet maakten.

De gehaaste introductie van de Commodore 128, die wel alle oude programma's kon draaien, bleek ook niet erg succesvol. Het apparaat had meer mogelijkheden dan zijn illustere voorganger maar werd in de praktijk alleen gebruikt als Commodore 64. Deze `stilstand' zorgde ervoor dat de C64 eind jaren tachtig werd ingehaald door de huidige pc's.

In de jaren die volgden besloot het bedrijf zelf ook pc's te gaan maken, wat feitelijk het einde betekende van de Commodore 64. In 1993 werd het bedrijf uiteindelijk opgekocht door het Duitse bedrijf Escom, dat eind '97 op haar beurt zelf failliet ging. Uit die inboedel kocht de Nederlandse computerbouwer Tulip de merknaam op, die het bedrijf `verhuurt'.

Diverse initiatieven om het merk nieuw leven in te blazen zijn allemaal mislukt. Of er ooit weer een echte Commodore computer op de markt komt, blijft onduidelijk. Tulip laat weten in onderhandeling te zijn met twee partijen die de populairste computer zijn oude functie willen teruggeven. Tot die tijd zullen de honderden gebruikersgroepen die op het internet actief zijn, zich moeten behelpen met de echte Commodore 64 of een vertaalprogramma die van de pc een vijf centimeter dik donkerbruin toestenbord maakt.

    • Renske Schriemer
    • Cor-Peter Pasma