België hervindt zich in de opera

Met de enscenering van Strawinsky's Oedipus Rex door de Belgische regisseur Guy Joosten komen de drie Belgische operagezelschappen in Brussel, Antwerpen en Luik voor het eerst met een gezamenlijke productie. Het is een poging tot versteviging van de wankele en tot splijten geneigde Belgische identiteit, die juist in de opera ontstond. Op 25 augustus 1830 begon in de Brusselse Muntschouwburg de Belgische Revolutie tijdens een voorstelling van Aubers opera La muette de Portici. Zelden gingen de zaken in het land zó snel: al op 4 oktober verklaarde België zich onafhankelijk van Nederland.

Terwijl de Gentenaar Gerard Mortier de Brusselse Nationale Opera in de jaren '80 op Europees niveau tilde, benadrukt zijn opvolger, de Luikenaar Bernard Foccroule, de bijzondere nationale functie van het instituut. Hij ziet de politieke, sociale en culturele symboliek van deze productie van Oedipus Rex, ,,een stuk dat gaat over de pest, over de noodzaak problemen bij de naam te noemen, over het oplossen van crisisituaties.'' Foccroule vindt dat zijn federale Nationale Opera in de Brusselse Muntschouwburg de taak heeft ,,om met beide voeten in de twee gemeenschappen te staan en die dichter bij elkaar te brengen.''

Symbolisch voor de Belgische bipolariteit is ook het dubbele karakter van Oedipus Rex. Strawinsky noemde het een `opera-oratorium', een samenvoeginmg van twee genre's die elkaar uitsluiten. Oedipus Rex is een heftig drama dat volgens de componist zo statisch mogelijk moest worden uitgevoerd. De zangers dienden zich voor te doen als Griekse standbeelden, hun teksten in het Latijn, de dode taal, moesten voor het publiek onbegrijpelijk klinken en hun gelaatsuitdrukking moest verborgen blijven achter maskers: een versteende voorstelling in een versteende taal. Niet de enscenering, slechts Strawinsky's muziek moest het werk doen.

Zal het ooit goedkomen met de Belgische natie, als gezamenlijk project van Vlamingen en Walen? De Brusselse voorstelling van Oedipus Rex vindt niet plaats in de historische Muntschouwburg – daar gaat deze maand Händels Agrippina onder leiding van René Jacobs – maar in het Koninklijk Circus, het Brusselse Carré. Passend is die circuslocatie wel, omdat in Oedipus Rex een belangrijke rol is weggelegd voor een een spreekstalmeester met een door Jean Cocteau geschreven tekst als toelichting op het overbekende Griekse drama: Oedipus doodt zijn vader Laios en huwt zijn moeder Jokaste – als dat uitkomt wanneer Thebe lijdt onder de pest, pleegt Jokaste zelfmoord. Oedipus steekt zich de ogen uit en verlaat Thebe.

In deze voorstelling zijn er twee explicateurs, een Franstalige en een Nederlandstalige. De teksten van de acteurs worden via boventitels vertaald, want ze spreken niet dezelfde teksten. Ze krijgen van Joosten elk een eigen functie. De Franstalige Christian Baggen heeft Cocteau's tekst, de Nederlandstalige Vic de Wachter levert daarop laatdunkend commentaar.

Tegelijkertijd is het een kritische analyse van het dubbelzinnige verhaal over het noodlot, dat moet worden onthuld door het orakel, en over de waarheid, die moet worden zichtbaar gemaakt door een blinde ziener. ,,Hij die spreekt, weet niet. Hij die weet, spreekt niet. (-) Macht heeft zijn eigen wetten. Iedereen kijkt en ziet en zwijgt. En wat baat het spreken van het volk, als de leider niet luistert?''

Joosten voegt aan Oedipus Rex met de dode taal Latijn, de oude explicatie en de nieuwe analyse nóg een element toe: filmbeelden, die boven de voorstelling fungeren als een levende vorm van de beelden in het tympaan en het fries van een Griekse tempel. De beeldencollage van Claudio Pazienza toont België in verleden en heden: de steden, de sociale onrust, de politici, de koning en een rat als verspreider van de pest, de Belgische ziekte. De filmbeelden vormen een proloog en een epiloog, tijdens de voorstelling wordt een beeld van de zaal geprojecteerd: het volk ziet zichzelf als in een spiegel.

Het probleem van de voorstelling van Joosten is dat al zijn extra's (musici en koor ook nog in kleding met Latijnse teksten) nogal afleiden van het strakke en gebalanceerde drama van Strawinsky en Cocteau, dat hier niet de sterkst mogelijk vertolking lijkt te krijgen. De tweetaligheid is nog het minste probleem, maar er is óók nog een passage in het Engels. De nieuwe analyse is interessant, maar het is een cynisme dat nog bovenop de pathetische ironie van Cocteau komt. Chic is natuurlijk dat deze voorstelling niet tenondergaat aan expliciet engagement – zoals Peter Sellars dat in dit stuk toonde bij de Nederlandse Opera. En ook dat de kennelijke aanleiding daarvoor – de reeks Belgische schandalen, waarvan Dutroux er maar één is – onuitgesproken blijft. Maar als publiek dacht ik meer na over wat er niet was, dan mee te beleven wat er wel was en te luisteren naar de muziek.

Toelichtingen en interviews in het programma en in het Magazine van De Munt over het functioneren van openbaarheid en beslotenheid, over waarheid en leugen in het Belgische politieke en sociale leven, zijn interessanter dan de voorstelling onder leiding van Marc Albrecht, die muzikaal gezien pas in de onverbiddellijke slotfase overtuigt. Tevoren is er een overmaat aan gevarieerde expressie, die Oedipus Rex te veel behandelt als een `gewone' opera, die het nu juist niet is. Oedipus en Jokaste zijn aan elkaar verbonden door een navelstreng: het is een symbolisch droombeeld voor België, maar in het bekendste incestdrama een overbodig beeld. Tekenend daarvoor ook is de uitbeelding van Oedipus door Anthony Rolfe Johnson: hij speelt en zingt op bijna schmierende wijze de hulpeloze, zielige en meelijwekkende man die hij toch al is.

Voorstelling: Oedipus Rex van I. Strawinsky door de Nationale Opera Brussel o.l.v. Marc Albrecht m.m.v. o.a. Anthony Rolfe Johnson, Yvonne Naef, Jaco Huijpen. regie: Guy Joosten. Gezien: 30/4 Kon. Circus Brussel. Herh.: t/m 6/5 Brussel; 12 t/m 17/5 KVO Antwerpen; 19 t/m 24/5 Opera Gent; 2002: Luik.

    • Kasper Jansen