`Zwakke euro is goed voor Europa'

De zwakte van de euro zegt niets over de kracht van de Europese economie. En er kunnen al helemaal geen argumenten aan worden ontleend voor structurele hervormingen in Europa, zegt de Belgische econoom Paul de Grauwe.

De zwakke euro is goed voor Europa. Want wie meent dat een sterke munt zonder meer boven een zwakke munt is te verkiezen, wie meent dat de maatschappij er daardoor beter, ja zelfs krachtiger uitziet en daaraan zijn optimisme ontleent, die maakt zich schuldig aan macho-economics.

Dat zegt professor Paul de Grauwe, monetair econoom aan de Katholieke Universiteit Leuven en een ECB-watcher van het eerste uur.

Op zijn kamer op de Economische Faculteit in het oude centrum van deze Noord-Vlaamse stad (85 duizend inwoners, waarvan bijna eenderde studenten, en twee grote bierbrouwerijen) vertelt hij dat hij destijds met andere academische economen uit heel West-Europa de Europese Centrale Bank (ECB) kritisch volgde. Maar nu is hij tevreden over het beleid van de Bank, want het gaat goed met de economie van Europa.

De Grauwe: ,,De rente is vrijwel stabiel gebleven, de economie verbetert, de inflatie is laag en de verwachtingen zijn weer rooskleurig na jaren van economische treurnis.''

De critici van nu die smalen dat de euro zwak is en dus de Europese economie ook zwak moet zijn maken volgens hem een denkfout. En hij veegt dan ook de vloer aan met degenen die menen dat pas structurele hervormingen van bijvoorbeeld de arbeidsmarkt of het sociale zekerheidstelsel de euro weer sterk zullen maken. ,,Ik heb geen enkele serieuze analyse gezien waarin een verband wordt gelegd tussen zulke hervormingen en de kracht van de wisselkoers.''

Hij heeft voor de zwakke euro een heel andere verklaring dan de structurele problemen waar landen als Duitsland of Italië of Frankrijk mee kampen. Op een bepaald moment ontstaat optimisme over een bepaald land, lees: Amerika, wat te maken heeft met rooskleurige verwachtingen omtrent internet en alles wat daaraan vastzit. Dat optimisme maakt de Amerikaanse munt aantrekkelijk voor beleggers, en naarmate de dollar steviger wordt gaan mensen op zoek naar fundamentele variabelen die de sterkte van de dollar kunnen verklaren.

De Grauwe: ,,Financiële markten zoeken naar gunstig nieuws over Amerika, en als je daarnaar zoekt, vind je het ook, zeker als je de ogen sluit voor al het ongunstige nieuws, zoals het feit dat de consumenten in Amerika zich nog nooit zo diep in de schulden hebben gestoken.''

Jegens Europa doet men volgens hem juist het omgekeerde: men wijst op structurele zwaktes, die in feite al jarenlang bestaan, met name in Duitsland, en die de D-mark niet hebben belet in de tweede helft van de jaren '80 tegenover de dollar in waarde te verdubbelen.

Toen sloot men zijn ogen voor de zwakheden in de Duitse economie, want de D-mark stond immers sterk. Nu de euro zwak staat ziet men overal structurele problemen, en zegt men voila, dat zijn de oorzaken van de zwakke europese munt. En sluit men de ogen voor de gunstige dingen in Europa.

Precies dat is er volgens hem nu aan de gang - ,,Tot men er achter komt dat het allemaal een beetje overdreven is.''

De hoge groei in de VS van 5 à 6 procent is volgens De Grauwe puur kunstmatig, het is een consumptie-boom. ,,Maar er komt onvermijdelijk een omslag, alleen weet ik niet wanneer, de dollar zal dan beginnen te verzwakken, en dan zal men op zoek gaan naar zwakheden in Amerika en de sterke kanten van Europa.''

Voor het zover is hebben we nog te maken met een zwakke euro. Is dat goed of slecht voor Europa?

De Duitse economie heeft erdoor een onverwachte stimulans gekregen, zegt hij. Er was een groot probleem: op het moment dat de euro op 1 januari 1999 van start ging was het duidelijk dat de D-mark overgewaardeerd was. Plots is die harde Duitse munt verdwenen.

Destijds is onder Duitse industriëlen de berekening gemaakt dat, zolang Duitsland monetair op zichzelf bleef staan, de D-mark zou blijven stijgen. Door de D-mark te koppelen aan andere munten die dat probleem niet hadden, kon worden vermeden dat de opwaartse druk op de D-mark zou blijven aanhouden. ,,Ik heb dat indertijd van Duitse zijde gehoord'', zegt hij, al weet hij geen namen te noemen.

Hoe verklaart u dat beleggers geen oog hebben voor de sterke kanten van de Europese economie en massaal uit de euro vluchten?

Keynes (1883-1946) heeft dat eens als volgt verklaard, zegt hij. Keynes vergeleek de valutamarkten met een schoonheidswedstrijd waarbij men niet de vraag stelt wie is de schoonste, maar wat zullen de andere juryleden denken wie de schoonste is. De Grauwe: ,,Dan krijg je hordegedrag.''

PRONKSTUK: 16