`Werkelijk bereid om in opstand te komen'

In Iran zijn de conservatieven volop in het offensief tegen de hervormers. De filosoof dr. Soroush is ervan overtuigd dat de hervormers winnen.

Het is oorlog in de Islamitische Republiek Iran. ,,Ja, het is totale oorlog tussen de hervormers en het kamp van de conservatieven en de anti-democratische, despotische vleugel'', zegt dr. Abdol Karim Soroush. De ideoloog van de Iraanse hervormingsbeweging is deze week in Nederland voor een conferentie van het Leidse Islamitisch Instituut (ISIM) onder de titel `Islamitische intellectuelen en moderne uitdagingen'. Na de begroeting heeft hij meteen gevraagd naar de stand van zaken in de jongste ronde van de vijandelijkheden tegen de hervormers in zijn land.

Soroush is ervan overtuigd dat de conservatieven erop uit zijn een eind te maken aan de Iraanse hervormingsbeweging. ,,Van begin af aan zijn ze hierop uit, vanaf de verkiezing van Mohammad Khatami als president, tot op de dag van vandaag. Maar ik denk niet dat ze zullen slagen. Ze zijn misschien een tijdje succesvol, zoals ze nu een dozijn kranten hebben verboden. Maar vroeger of later zullen ze moeten buigen voor de wil van het volk. Khatami zal winnen. Hij heeft de macht van het volk.''

Wie zijn dat eigenlijk, die conservatieven die keer op keer het vuur openen op de hervormers, die kranten verbieden en andersdenkenden opsluiten – en inderdaad steeds weer in de verkiezingen worden afgestraft? Soroush: ,,Het is het soort mensen dat aan de macht was vóór Khatami. De mensen die veel van de economische machtscentra controleren, die in het vertrekkende parlement de meerderheid hebben. Plus het grootste deel van de geestelijkheid. De geestelijkheid in ons land is zeer conservatief, op een paar uitzonderingen na. Sommige geestelijken zijn nog conservatiever geworden dan ze al waren, omdat ze machtiger zijn geworden. Voor de Islamitische Revolutie hadden ze geen macht. Ze verdedigden alleen hun vakbond, als je het zo mag zeggen. Maar nu verdedigen ze hun machtspositie. En ze degenereren. Omdat ze macht hebben, hoeven ze niet langer kennis te verzamelen.''

Soroush, midden vijftig, van oorsprong farmaceut maar bekend als islamitisch filosoof, heeft zelf hardhandig kennis gemaakt met de conservatieven en hun stoottroepen. Eind jaren zeventig, toen de Islamitische Revolutie haar beslag kreeg, stond hij als militant student enthousiast achter haar doelstellingen. ,,De revolutie ging over idealen, over aspiraties dat het regime van de sjah werd omvergeworpen. Dat een rechtvaardig, op het volk stoelend bewind de sjah zou vervangen.''

Maar Soroush was het nooit eens met wat hij noemt ,,de officiële interpretatie van de islam'', een van de uitgangspunten van de Islamitische Republiek Iran in de vorm van het eindgezag van de Opperste Leider, de velayat-e faqih. ,,Er is niet één islam, er is geen zuivere islam, er is altijd een aantal verschillende interpretaties van de islam'', zegt Soroush. Het is een van de fundamenten van zijn stelling dat islam en democratie met elkaar kunnen worden verzoend.

Nadat Soroush dit publiekelijk had uiteengezet, ging Opperste Leider ayatollah Ali Khamenei zo'n zeven jaar geleden in een publieke toespraak zeer expliciet tegen hem in. ,,Hij zei: `nee, er is wel degelijk een officiële interpretatie van de islam en dit land wordt geregeerd onder een officiële interpretatie van de islam'. En dat was het begin van een hele moeilijke tijd voor mij. Van die tijd af ben ik herhaaldelijk aangevallen door hooligans en hezbollahi'', islamitische stoottroepers die door conservatieve kringen worden ingezet tegen hun opposanten. ,,Heel onlangs nog, in Mashad, werd ik door die hezbollahi aangevallen, en ik had geluk dat ik niet werd gedood.''

,,Het idee van een goddelijk recht is absoluut in strijd met democratie. Omdat in een democratie alleen de rechten van de mens tellen. Niemand heeft goddelijke rechten.'' Maar, betoogt Soroush, democratie is een kwestie van gradaties. ,,Misschien is er ergens ter wereld een absolute democratie, maar zelfs een gedeeltelijke democratie is te verwelkomen. Misschien bereiken we niet 100 procent. Maar 80, 70 procent is veel beter dan een niet-democratische of despotische staat.''

Zal president Khatami uiteindelijk het concept van de Opperste Leider ontmantelen? ,,President Khatami is een democratisch man. Ik denk dat hij van ganser harte in democratie gelooft. Als hij de vrijheid heeft, zal hij het land zonder twijfel verder democratiseren. Maar ik denk dat Khatami misschien niet denkt aan afschaffing van het regime van de Opperste Leider omdat hij als president van de grondwet moet uitgaan. En het concept van de Opperste Leider en het gezag van de Opperste Leider is in de grondwet verankerd. Maar de scheiding van machten is ook erg belangrijk. In Iran hebben we een zeer krachtige, onafhankelijke rechterlijke macht nodig. Dit is zeer belangrijk. Dit is een van de aspiraties van het volk. En dit ontbreekt tot dusverre. Als er een krachtige, onafhankelijke rechterlijke macht en vrije verkiezingen zijn, dan maken de mensen zich niet zo druk over de Opperste Leider en dergelijke. Die twee zuilen zijn erg belangrijk. En we kùnnen ze krijgen, we kùnnen ze krijgen.''

Iran is volop in beweging – de Arabische landen lijken daarentegen stil te staan. Alle zijn islamitisch; wat geeft dan de doorslag? ,,Eén factor is de revolutie zelf. Die moet u niet zo licht opnemen. Die is heel belangrijk in onze geschiedenis. En we hebben in de 20ste eeuw nog twee revoluties gehad. Dus dit land en dit volk zijn zeer levendig, en zeer actief en zeer gevoelig voor hun lot. Ze zijn werkelijk bereid om in opstand te komen, en voor zichzelf op te komen en het regime te vestigen dat ze willen. De meeste Arabische landen daarentegen hadden staatsgreep na staatsgreep. Een andere factor is de Iraanse cultuur. We zijn zeer poëtisch ingesteld. En filosofie is ook heel belangrijk voor ons, we hebben zeer grote filosofen gehad. Dan kan je niet meer op simplistische wijze naar de ontwikkelingen kijken. Beide factoren hebben ervoor gezorgd dat we een rationeel volk zijn, actief, veeleisend en gevoelig voor ons lot. Daarom zal de democratische beweging hopelijk terrein winnen en hopelijk lang duren.

Maar er is ook een ander aspect aan onze geschiedenis. We hebben 2000 jaar lang despotische regimes gehad. Despotisme is ook diep geworteld, en we kunnen daar niet zo makkelijk van afkomen. Daarom hebben we ook zeer sterke anti-democratische krachten. We kunnen ze niet negeren. Ze zijn er.''