Wachtlijsten op internet zetten druk op de ketel

Internet is het nieuwste wapen in de strijd tegen de wachtlijsten. Voor de zomer moet de patiënt daarop kunnen zien waar hij het snelst aan de beurt is.

Geleidelijk aan wordt duidelijk hoe lang de wachtlijsten in de zorg zijn en hoe lang mensen moeten wachten op medische behandeling. Gisteren opende de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen een website, waarop patiënten en hun verwijzers (huisartsen en bedrijfsartsen) kunnen nagaan hoe lang de wachttijden voor een bepaalde behandeling zijn in de ziekenhuizen in hun regio.

De internetsite is een van de twaalf `actiepunten' van een Platform wachttijden curatieve zorg, begin 1998 ingesteld als resultaat van een discussie tussen Tweede Kamer en alle betrokken partijen uit de zorgsector. Ook de Stichting van de Arbeid (VNO-NCW en FNV) was daarbij betrokken, want de discussie ging over de behoefte aan `voorrangszorg' voor zieke werknemers. Alle partijen zwoeren die af, op voorwaarde dat er iets aan de lange wachttijden zou worden gedaan.

De eerste resultaten van het werk van het platform worden nu zichtbaar. De landelijke organisaties van huisartsen en bedrijfsartsen zijn bijvoorbeeld al enige tijd bezig hun leden aan elkaar te laten wennen. Ze maken afspraken over door wie en hoe een zieke werknemer naar de medisch specialist mag worden verwezen. En binnenkort gaan ook de medisch specialisten met de bedrijfsartsen aan de slag. Twee jaar geleden constateerden onderzoekers van TNO Arbeid dat bedrijfsartsen en huisartsen nauwelijks samenwerken en elkaar vooral met wantrouwen bekijken. De relatie tussen bedrijfsartsen en medisch specialisten, en dan met name neurologen, orthopeden, psychiaters en revalidatie-artsen, is niet beter, zo luidde eerder deze maand de conclusie van het vervolgonderzoek door TNO Arbeid. Specialisten moeten meer zicht krijgen op wat de bedrijfsarts is en kan. Samen zouden specialisten en bedrijfsartsen richtlijnen moeten ontwikkelen voor de behandeling van zieke werknemers, zo luidde het advies.

Gisteren verschenen de eerste bijna zeventig ziekenhuizen met hun wachtlijstgegevens op een landelijke website. En het is de bedoeling dat nog voor de zomer alle 105 ziekenhuizen, regionaal geordend, daarop te raadplegen zijn, zodat huisarts, zorgverzekeraar maar zeker ook de (potentiële) patiënt kan nagaan waar voor een specifieke aandoening of behandeling de wachttijden het kortst zijn. Voordeel van publicatie van de wachtlijstgegevens op internet is dat het de ziekenhuizen ook verplicht de wijze van registratie en de daarbij gehanteerde criteria te uniformeren. Daardoor ontstaat er ook een betrouwbaar beeld van de omvang van het wachtlijstprobleem. Goede registratie helpt ook te voorkomen dat specialisten de drempel voor een behandeling verlagen, zodat het aantal patiënten toeneemt en de wachtlijst weer groeit. Dit komt onder meer voor bij orthopeden, zoals bleek deze maand uit een artikel in Medisch Contact.

Voor de ziekenhuizen en riaggs is tot en met 2003 jaarlijks 130 miljoen gulden extra beschikbaar voor het wegwerken van de wachtlijsten. De deelnemers aan het platform hebben in 1998 zelf aangegeven dat dit voldoende geld is. Ziekenhuizen die in aanmerking willen komen voor dit geld moeten meewerken aan een uniforme registratie van wachtlijsten en wachttijden, zo benadrukte minister Borst (Volksgezondheid) onlangs nog eens in de Tweede Kamer.

Vanaf 1 januari 2000 wordt de honderd miljoen gulden voor de ziekenhuizen (de andere dertig miljoen is voor de riaggs) niet meer naar evenredigheid verdeeld over de ziekenhuizen die daarvoor toezegden extra operaties uit te voeren. Vorige week moesten de ziekenhuizen samen met hun belangrijkste zorgverzekeraar precies aangeven hoeveel extra productie dit jaar wordt geleverd en wat dit betekent voor de lengte van de wachtlijst - of beter nog: voor de gemiddelde wachttijd. Dezer dagen wordt op basis van die toezeggingen het geld toegekend. Aan het einde van het jaar wordt gecontroleerd of met het geld inderdaad de beloofde extra ingrepen zijn uitgevoerd. Is dit niet of onvoldoende het geval, dan moet er worden terugbetaald en kan het geld elders worden gebruikt voor het wegwerken van de wachtlijsten.

En dan is er natuurlijk nog dat waar het eigenlijk allemaal om begon: de hulp aan zieke werknemers. Verspreid over het land komen er bij ziekenhuizen zo'n vijftien centra voor `arbeidsrelevante aandoeningen'. Het gaat hierbij in feite om kleine `steunpunten' waar behandelaars in de regio terecht kunnen met vragen over de aanpak van klachten die met het werk te maken hebben. Als dat nodig is, kan worden verwezen naar speciale klinieken zoals in Arnhem voor kappers met `kapperseczeem'. Eerder stemde minister Borst al in met vier landelijke expertisecentra (zoals voor klachten over luchtwegen of het `bewegingsapparaat'). In de regionale centra wordt de daar verworven kennis gemakkelijk toegankelijk voor de dagelijkse praktijk. Ze moeten ook behandelaars stimuleren beter samen te werken zodat patiënten, werknemer of niet, zo snel mogelijk worden behandeld.

Voorlopig blijft er nog veel te doen voor het platform, zo verklaarde Borst onlangs in de Tweede Kamer. Er is nog veel druk op de partijen nodig om de problemen rondom de wachtlijsten op te kunnen lossen en om de sector efficiënter te laten werken.

WACHTLIJSTEN www.nrc.nl