Sparen om bij te tanken

Werkgevers staan steeds vaker welwillend tegenover het sabbatsverlof. Bij werknemers is de behoefte aan zo'n langdurig verlof groot, maar toch zijn er weinig die het lang zonder salaris kunnen stellen. Per 1 juni maken nieuwe wettelijke regelingen het gemakkelijker om er een tijdje tussenuit te gaan.

,,Iedereen heeft het druk. Als reactie daarop zie je dat de behoefte aan vrije tijd toeneemt. Wij worden dagelijks gebeld door mensen die informatie willen over een sabbatsverlof'', zegt Ellie Claessen, coördinator bij Sabbatical Leave, de stichting die bedrijven adviseert bij het opstellen van verlofregelingen.

Uit onderzoek in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijkt dat zo'n 60.000 werknemers behoefte hebben aan een sabbatsverlof. Ze willen bijtanken, bijvoorbeeld door eindelijk die interessante cursus te volgen, door een tijdje niets anders te doen dan lezen, koken en tuinieren, of – en dat komt het meest voor – door een wereldreis te maken. Al die mensen hebben het tij mee. ,,Steeds meer werkgevers staan open voor afspraken over een sabbatsverlof'', concludeert Claessen. ,,Het is immers een mooie secundaire arbeidsvoorwaarde, waarmee ze zich aantrekkelijk maken voor werknemers.''

Jacqueline Hagman, werkzaam bij IBM, hoort inderdaad vaak dat IBM-werknemers de verlofregeling van hun werkgever zeer op prijs stellen. IBM probeert de arbeidsvoorwaarden van het Amerikaanse moederbedrijf zoveel mogelijk te kopiëren in de andere 163 landen waar het bedrijf vestigingen heeft. In de Verenigde Staten moeten werknemers het stellen met een beperkt aantal vakantiedagen, een ongemak dat veel werkgevers proberen te compenseren door een sabbatsverlof aan te bieden. IBM-ers hebben een keer in hun loopbaan recht op een verlof van maximaal een jaar met de garantie om terug te keren in een vergelijkbare functie. ,,Er wordt regelmatig gebruik van gemaakt'', zegt Hagman. ,,Al geldt voor veel mensen dat ze niet een vol jaar weg zijn, maar een paar maanden.'' Dit laatste is vaak een geldkwestie. IBM neemt tijdens het verlof weliswaar de pensioenpremie voor zijn rekening, zodat de verlofganger geen pensioenbreuk oploopt en eventuele nabestaanden verzekerd zijn van een uitkering, maar het verlof is onbetaald.

Er zijn maar weinig mensen die het lange tijd zonder salaris kunnen stellen, maar op dit punt komt de overheid de verlofgangers over de brug. Per 1 juni 2000 bestaat namelijk de mogelijkheid van `verlofsparen'. Hiermee wordt een voorschotje genomen op de Wet arbeid en zorg, een verzamelnaam voor regelingen die de combinatie van betaald werk en zorgtaken gemakkelijker moeten maken. Het onderdeel `verlofsparen' stelt werknemers in staat eindelijk die felbegeerde wereldreis te maken, maar toch maandelijks geld op hun bankrekening te zien verschijnen. De wet biedt bijvoorbeeld de mogelijkheid 10 procent van het bruto salaris opzij te zetten. Wie per maand 5.000 gulden bruto verdient en de werkgever hiervan 500 gulden opzij laat zetten als spaarpotje voor een toekomstig verlof, betaalt slechts over 4.500 gulden loonbelasting. Over die apart gehouden 500 gulden wordt pas belasting geheven op het moment dat het verlof ingaat en de gespaarde bedragen uitbetaald worden, dus tijdens de spaarperiode kan het geld optimaal renderen. Wel worden er premies voor werknemersverzekeringen ingehouden op de volle 5.000 gulden. Hiermee wordt voorkomen dat de werknemer in geval van arbeidsongeschiktheid of werkloosheid een te lage uitkering krijgt, namelijk eentje die gebaseerd is op 4.500 gulden bruto in plaats van op het werkelijke loon. Tijdens de verlofperiode worden deze premies dus niet meer afgedragen, met als gevolg dat de werknemer in die tijd niet verzekerd is tegen werkloosheid en arbeidsongeschiktheid. Zodra het verlof beëindigd is, is dit wel weer het geval. Iemand die tijdens het verlof ziek wordt, ontvangt het uitgestelde salaris dat hij al werkend bij elkaar gespaard heeft. Vanaf de dag waarop hij weer aan de slag zou gaan, krijgt hij wel een ziektewetuitkering. Hoe de pensioenopbouw tijdens het verlof verloopt – en daarmee ook het recht op een aanvullend nabestaandenpensioen – varieert. ,,Pensioenregelingen kunnen sterk van elkaar verschillen'', zegt Claessen. ,,Daardoor kan het gebeuren dat ene werknemer tijdens het verlof wel pensioen opbouwt en de ander niet.'' Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderzoekt nog of hiervoor aanvullende maatregelen nodig zijn.

De simpelste manier om een doorbetaald sabbatsverlof bij elkaar te sparen is een paar jaar lang weinig vakantiedagen opnemen. ,,Wettelijk hebben werknemers recht op 20 vrije dagen per jaar'', zegt Claessen. ,,Die moet je opnemen. Maar de meeste mensen hebben meer vrije dagen en die mogen gespaard worden. Het maximum is tien jaar lang 25 dagen per jaar.'' Wie per jaar 17 dagen spaart (bijvoorbeeld 5 vakantiedagen en 12 ADV-dagen) en dit zeven jaar volhoudt, kan in het achtste jaar met gemak een half jaar weg blijven. Maar het snelste resultaat ziet degene die zowel dagen als loon spaart, want een combinatie is ook mogelijk. Er is echter wel een beperking, want de geldwaarde van het verlofsparen – of het in loon is, in dagen of in een combinatie van die twee – mag nooit meer bedragen dan 10 procent van het bruto loon. In 2001 worden de mogelijkheden om verlof te sparen nog verder verruimd, want dan mag ook het geld uit de bedrijfsspaarloonregeling gebruikt worden. Dit was al belastingvrij en ook als het gebruikt wordt voor verlofsparen, hoeven er geen premies voor werknemersverzekeringen over afgedragen worden.

Al met al komt het sabbatsverlof – als de werkgevers in kwestie tenminste akkoord gaan – zo langzamerhand binnen ieders bereik, maar er komt heel wat gepuzzel aan te pas om in een bedrijf de meest ideale spaarregeling op te zetten. Claessen vindt dat werkgevers zich daardoor niet moeten laten ontmoedigen. ,,Het is inderdaad heel wat regelwerk, maar bedrijven hebben er voordeel van. Zij maken zichzelf aantrekkelijker als werkgever en de medewerkers gaan beter functioneren als ze af en toe kunnen bijtanken.''