Republikein zijn is rustig baantje

Het Republikeins Genootschap leidt – bewust – een slaperig bestaan. Potentiële leden reageren voorzichtig. `Ik kom haar nog wel eens tegen'.

De vijand van de monarchie heeft geen geweer. De vijand van de monarchie is niet alert, niet bereid tot enig offer en is in zijn slachtoffer nauwelijks geïnteresseerd. De vijand van de monarchie zit waarschijnlijk onderuitgezakt op de bank te zappen langs tv-kanalen.

Het is niet een intellectuele of politieke revolutie die de monarchie om zeep zal helpen, meent emeritus-hoogleraar cardiologie A. Dunning, prominent PvdA-lid en een van de oprichters van het Republikeins Genootschap. Het echte gevaar voor het koninklijk huis zit hem in onverschilligheid. En die, zegt Dunning, slaat onherroepelijk toe. Is het niet nu, dan wel later. ,,Met de monarchie zal het gaan als met de kerk. Die heeft zijn aanhang ook niet verloren door militant optreden van atheïsten. De koninklijke wereld zal ten onder gaan aan slijtende belangstelling.''

Republikein zijn is een rustig baantje. Het bestaat vooral uit wachten. Het is onverstandig om actief naar een republiek te streven. Ophef over de monarchie vertraagt het proces van slijtage – dat volgens republikeinen allang bezig is – alleen maar. Daarom ook horen we nooit iets van de voorman van het in 1996 opgerichte Republikeins Genootschap, oud-Elsevier-topman P. Vinken.

Dunning reageert op het verzoek om een gesprek aanvankelijk ook met ,,ach, ik lig niet wakker van die monarchie''. Aan zo'n uitspraak herken je een republikein. Zolang er namelijk nog iemand wakker ligt van de monarchie, bestaat zij. De levendige discussie van de laatste weken over de bevoegdheden van de koning heeft de republiek volgens Dunning geen stap dichterbij gebracht.

,,Het is een academische discussie. Zogenaamd wordt er in alle openheid over gepraat, maar voor een echt debat is men in Den Haag doodsbang. De Hoop Scheffer krijgt er meteen tranen van in zijn ogen. Als het werkelijk gaat over de vraag of er in Nederland een republiek moet komen, zou dat maatschappelijke tweedeling veroorzaken. Daar heeft niemand zin in. En er is ook geen noodzaak. De Oranje's bestelen ons tenslotte niet.''

Tegen zijn vriend Vinken beweerde Dunning ooit dat het laatste taboe in Nederland de hoogte van je salaris is. Vinken bracht daar tegenin dat het laatste taboe de monarchie is. En hij zou het laten zien. Veel van de vooraanstaande Nederlanders die Vinken op 11 september 1996 verzamelde in de Prinsenhof te Delft om adhesie aan de republiek te betuigen, trokken hun lidmaatschap schielijk in toen de bijeenkomst uitlekte naar de pers. ,,We werden in De Telegraaf zelfs beschuldigd van `landverraad''', zegt Dunning. ,,Ben Knapen (oud-hoofdredacteur van NRC Handelsblad, red.) werd bij zijn toenmalige werkgever Philips op het matje geroepen.''

Het huidige monarchiedebat is volgens Dunning niet meer dan een ,,kleine oprisping'' die hooguit resulteert in een notitie van Kok over het functioneren van de monarchie ,,waar je geen valium meer bij nodig hebt'' en vervolgens zal alles bij het oude blijven.

Prins Willem-Alexander zei het onlangs zelf: prima idee om te discussiëren over de monarchie, maar ik wil mijn bevoegdheden wel graag houden. Die sfeer is volgens Dunning ook kenmerkend voor de discussie in de PvdA, waar hij in 1998 voorzitter was van de kandidaatstellingscommissie voor de Tweede Kamer. ,,We mogen erover discussiëren, maar we mogen er niet aankomen.''

Maar ontmoedigend is het niet, vindt Dunning, want ondertussen doet die andere, stille kracht gewoon zijn werk. De belangstelling voor het koninklijk huis zal afkalven, onherroepelijk. Dat gebeurt niet snel en zichtbaar ,,het slijt langzaam''. De mondialisering zal aan de betekenis van die ene Nederlandse familie die op grond van erfelijkheid hoofd van dit land moet zijn, steeds meer afbreuk doen. En ze zullen er zelf aan meewerken, denkt Dunning. ,,Die broers van Willem-Alexander zijn er allang achter dat het veel leuker is om te kunnen trouwen met wie je wilt en te doen wat je wilt. Willem-Alexander zal voor zichzelf meer vrijheid opeisen.'' Net zo lang tot het koninklijk huis als machtsfactor te verwaarlozen is en het jurkje dat soapster Katja Schuurman draagt net zo interessant is als dat van Máxima – of interessanter. De kroonprins heeft overigens het nadeel dat hij een man is, zegt Dunning. ,,In onze cultuur, die voortkomt uit de mediterrane, hebben wij behoefte aan een moeder-godin.''

Behalve de bekende rationele argumenten tegen de monarchie – ondemocratisch, onmenselijk voor de personen die op de troon zitten – is er ook een emotioneel-instinctieve reden om anti-monarchistisch te zijn. Dunning's republikanisme vloeit ook voort uit het ,,merkwaardige gedrag'' dat hij mensen in de buurt van de vorstin ziet vertonen. ,,Ik heb voor de koningin een keer een bijeenkomst georganiseerd met intellectuelen. (Dat was voor Dunning's coming out als republikein, red.) Harry Mulisch bleef maar roepen: `stel je mij aan haar voor, stel je mij aan haar voor'. En dan heel lang blijven kleven. Daar doe je niets tegen. Een hof lokt vleierij nu eenmaal uit.''

Het televisie-fragment waarin de ondervoorzitter van de Raad van State, H. Tjeenk Willink, onlangs de politieke bevoegdheden van de koningin verdedigde, heeft Dunning op video een paar keer gefascineerd bekeken. ,,Het was duidelijk geregisseerd vanuit Huis ten Bosch. De koningin kan zichzelf niet verdedigen, dus heeft ze de onder-koning gestuurd. Het was een vreemde vertoning. Tjeenk Willink zal er wel spijt van hebben.''

Vaak als Dunning leden voor het Republikeins Genootschap probeert te recruteren, krijgt hij te horen: ik ben wel republikein, maar ik kan geen lid worden, want ik kom haar wel eens ergens tegen. Dunning zelf kampt niet met dat probleem. ,,Ik heb niets anders te verdedigen dan mijn eigen opinie.''