Mannenpraat van twee restaurantinspecteurs

Misschien is het wel het treurigste beroep dat er bestaat: hotels en restaurants keuren voor een gidsje. Lustoorden waar normale mensen feesten, genieten, vakantie vieren, zijn voor de inspecteurs eenzame, sfeerloze haltes waar van alles aan mankeert. In het toneelstuk India (1991) van de Oostenrijkse cabaretiers Josef Hader en Alfred Dorfer, mogen twee hotelinspecteurs gezellig samen reizen. Ze slagen er echter niet in om er iets van te maken. Inspecteur Fellner spuit de hele reis zinloze weetjes, vooral over uitheemse gebruiken. Inspecteur Bösel eet ieder ochtend een schnitzel en praat op ontluisterende wijze over seks, stoelgang en voedsel. De heren ergeren zich zo aan elkaar dat Bösel een broodje reuzel in het gelaat van Fellner drukt. Bösel: ,,Het was niet zo bedoeld...'' Fellner: ,,Als ik een boterham met spekvet in mijn gezicht krijg, interesseert het me niet hoe het bedoeld was.''

India had een uitzinnige komedie kunnen zijn, maar in de droge, ingehouden versie van Toneelgroep De Trust krijgt het stuk een donkere, ongemakkelijke ondertoon. Acteurs Jappe Claes en Harry van Rijthoven vormen geen komisch duo, maar maken echte, tragische mensen van hun types. Van Rijthoven, als Fellner, speelt aanvankelijk een geremd heertje met een hoge stem, geleidelijk wordt hij steeds jongensachtiger. Claes, als Bösel, schuift nurks en gebogen onder een nepbochel over het podium: een vettige kleinburger.

Na de aanvankelijke vijandigheid bloeit een warme vriendschap op, met diepe mannenpraat over ver pissen, tanende potentie en rode trapauto's. De vriendschap begint met een zuippartij waarbij ze de waard vernederen en een melige recensie over het restaurant schrijven: bruine pleeborstels, kokkin fluimt in goulashsoep. Deze grappige, maar ook nare scène laat regisseur Peter de Graef als video-opname zien. Die videovertoning is misplaatst. Ze verstoort de eenheid van het stuk en de scène was normaal gespeeld indringender geweest. Na de slemppartij volgt een prachtige dialoog bij een wc-deur. Bösel zit op de wc en Fellner wacht voor de deur: ,,Weet u dat u de enige mens bent sinds mijn moeder, naast wie ik heb kunnen schijten.'' Met deze tedere woorden komen de mannen werkelijk tot elkaar.

De spelers zijn door De Graef in een grote, lege ruimte gezet. Net als de video wekt het groots opgezette decor de indruk dat De Graef iets groters van India wil maken dan de tekst rechtvaardigt. De aanvankelijke wanhoop van de mannen wordt weliswaar goed benadrukt door de lege ruimte, maar de latere tedere gesprekken hadden beter gedijd in een wat intiemere omgeving, met tafeltjes. In de laatste sterfscène is het decor weer wel op zijn plaats. Als de dood zijn entree maakt, verschaffen een naar de hemel rijzend bed en een instortende stelling vol aardappelen deze kleine tragikomedie over mannenvriendschap onverwachts een huiveringwekkende finale.

Voorstelling: India door De Trust. Tekst: Josef Hader en Alfred Dorfer. Regie: Peter de Graef. Spel: Jappe Claes, Harry van Rijthoven, Bert Geurkink. Gezien: 28/4 Trusttheater Amsterdam. Aldaar t/m 20/5. Inl. 020-5205320.