Legio lacunes

Een lezeres schrijft over haar man. Híj wil een Winstverdriedubbelaar sluiten bij Legio Lease (LL), kleindochter van verzekeraar Aegon en pionier van leaseconstructies met aandelen. Zíj gelooft nergens in, wantrouwt mensen die haar onder het eten opbellen en de brievenbus vervuilen met verleidelijke aanbiedingen. Je kan toch zelf beleggen? Wat voegt zo'n bedrijf daar aan toe, gezien de fluctuaties op de beurs? Híj verdiept zich niet in geldzaken, kan en wil zich niks voorstellen bij aandelen en beleggingsfondsen. Als Legio Lease zo'n keurig plan voorstelt en voor rekent, zal het wel goed zijn. Toch? Nee.

Deze constructie die vanwege het ontbreken van een garantie uit kan draaien op een Verliesverdriedubbelaar, is volgens de verkoper `een uniek concept waarmee u optimaal gebruik maakt van de mogelijkheden in de wereld van het Grote Geld.'

Die gezwollen taal doet denken aan de reclame van Worldonline (WOL), die zich ook afspeelde in de wereld van het Grote Geld. Iedereen heeft er aan verdiend, behalve het merendeel van de beleggers. Wanneer die van de rechter gelijk krijgen in hun bezwaren tegen het prospectus van de beursgang, moeten verkopers van financiële producten oppassen. Als hun rozige voorstellen niet uitkomen, zullen teleurgestelde kopers advertenties en verkoopbrochures navlooien op lacunes. Die zitten er zeker in de publicaties over het Winstplan. Enkele voorbeelden.

Het draait om beleggen met geleend geld in een pakket met aandelen ABN Amro, Ahold en ING. Voor een duur van drie jaar, met een optie tot verlenging. Een relatief korte periode voor aandelen. Je loopt de kans mis te gokken met die bedrijven. Het neigt naar speculeren.

De samenstelling van het pakket staat nergens vermeld. Wordt het geld gelijk verdeeld over die drie fondsen? Of verdeelt de verkoper het naar bevind van zaken? Door dit gemis kan je het risico moeilijk inschatten. Stel dat WOL-beleggers een fikse schadevergoeding eisen van de ABN Amro, hoe werkt dat dan in op de koers en op het totale pakket?

Je leent de huur-/leasesom bij LL tegen een rente van 0,96 procent per maand, of 12,1 procent effectief per jaar. Die rente is na 1 januari in het nieuwe belastingsysteem niet langer aftrekbaar van het belastbare inkomen. Maar tot die datum wel, althans beperkt. Waarom zou je eigenlijk geld lenen tegen 12,1 procent als je het beschikbaar hebt om te beleggen? Bovendien moet je die rente meenemen in de beoordeling van het resultaat. Een voorbeeld.

Je kiest voor een maandelijkse rentebetaling van bijvoorbeeld 250 gulden. Dus in drie jaar totaal 9.000 gulden. Legio Lease koopt voor 42.893,10 gulden aan aandelen in drie gelijke (vandaar Verdriedubbelaar) porties van 14.297,70. Te weten bij aanvang, na een jaar en na twee jaar, tegen de koersen aan het begin van het contract. Het ontvangen dividend wordt gebruikt om deze optieachtige constructie te financieren.

In een LL-rekenvoorbeeld gaat men uit van een jaarlijkse koersstijging van 14 procent, gemiddeld. Daardoor komt de waarde van de aandelen na drie jaar uit op 63.548,01 gulden. Trek daar van af de voornoemde aankoopsom van 42.893,10 (de aflossing van het geleende bedrag, de schuld) en de uitbetaling bedraagt 20.654,91 gulden. Belastingvrij, beweert de verkoper. Waar of nietwaar?

Je krijgt inderdaad die 20.654 gulden uitbetaald, maar daarvoor heb je wel iedere maand 250 gulden aan rente betaald. Totaal 9.000 gulden. Daardoor blijft er per saldo 11.654 gulden over. Zuiver gerekend circa 10.654 gulden, want je betaalt die rente vooraf (ongeacht de einduitkomst) en ontvangt de (eventuele) koerswinst (minus aflossing) pas na drie jaar.

Je kan het resultaat anders beredeneren. Het veronderstelde jaarrendement bedraagt 14 procent en de huur van het belegde geld 12,1 procent, even zonder rekening te houden met de beperkte fiscale aftrek over het jaar 2000. Per saldo 1,9 procent; 14 minus 12,1. Daar gaat na 1 januari bovendien de 1,2 procent box 3-heffing vanaf. Althans over de koerswaarde minus de schuld (lening). In deze getrapte opzet lastig te schatten. Zeg 0,3 procent. Helemaal belastingvrij is het niet. Dus bedraagt het netto rendement 1,6 procent per jaar; 1,9 minus 0,3. Dat houdt niet over. Bij een aandelenrendement van 12 procent (in plaats van 14 procent) zit je al op verlies. Tussentijds je belegging aanpassen mag niet. Het is immers een contract.

Hoe komt een zelfdoener uit? Stel dat je die 250 gulden rente iedere maand in een aandelenbeleggingsfonds (brede spreiding!) stopt en 14 procent per jaar maakt. Daar moet dan nog vanaf de 1,2 procent heffing en de kosten, en blijft er netto circa 12,5 procent over. Dat levert na drie jaar ruwweg 11.500 gulden op, tegen de voornoemde 10.654 gulden (nog zonder de 1,2 procent heffing af te trekken) uit de Winstverdriedubbelaar.

Verstandige vrouw heeft die meneer: je kan inderdaad voordeliger zelf beleggen voor de lange termijn dan deel te nemen in een leaseconstructie, met drie aandelen en een korte looptijd.