Italiaanse immigranten negeerden heilige boon

Na de afschaffing van de slavernij haalde de Braziliaanse elite Italianen als `opgewitte' slaven. Maar die kwamen met hun hoofd vol opstandige ideeën uit het revolutionaire Italië van rond de eeuwwisseling.

Dio cane vloeken de acteurs van de meest bekeken soap-serie `Terra Nostra' in onvervalst Italiaans. De landarbeiders in de serie hebben het tegen de hardvochtige koffieplanter van São Paulo, die nu al maanden hun loon niet uitbetaalt. ,,Hij denkt zeker dat we negers zijn'', mompelt één van de Italianen. Ze beginnen een revolte op de plantage.

Het verhaal van São Paulo is het verhaal van de immigranten in Brazilie. ,,In São Paulo wordt het geld verdiend dat in de rest van Brazilie wordt uitgegeven'', zeggen de inwoners van de grootste stad van Zuid-Amerika over zichzelf. De mensen lopen er harder, alles is er schoner, meer gepoetst. ,,Wat is de raarste plek waar u het ooit gedaan heeft'', vuurde een televisiediva haar impertinente vraag eens af op een beroemde zwarte zanger uit Rio. ,,São Paulo'', antwoordde de artiest met een uitgestreken gezicht. Iedereen begreep wat hij bedoelde. São Paulo is ánders. Witter, efficiënter, minder Braziliaans. ,,We zullen het slavensysteem er hier voor eens en altijd uitslaan'', zegt één van de Italiaanse anarchisten in de serie.

Met tienduizenden tegelijk kwamen ze aan, de Italianen die rond 1890 de Afrikaanse slaven op de koffieplantages van São Paulo moesten vervangen. De komst van de Europeanen was voor Brazilië een vreemde gewaarwording. Eeuwenlang had Portugal elke immigratie naar de kolonie verboden. Zelfs Portugezen kwamen er moeilijk in. Maar nu stond de sluis naar Europa open: na de afschaffing van de slavernij moest het zwarte slavenras `opgewit' worden, vond de elite. En hoe deed je dat beter dan met het binnenhalen van Europeanen?

De eerste Italianen kwamen naar de koffieplantages met wurgcontracten die niet veel verschilden van slavernij. Maar ze kwamen ook met hun hoofd vol opstandige ideeën uit het revolutionaire Italië van rond de eeuwwisseling. En er kwamen ook handwerklieden, gespecialiseerde arbeiders en kooplui mee. De komst van deze immigranten zorgde in Brazilië voor een ware aardbeving.

`Niet werken' was nog steeds het hoogste ideaal van de slaperige elite. De machtige koffiebaronnen van São Paulo hadden de afschaffing van de slavernij goed voorbereid, dachten ze. Met speciale `landwetten' werd voorkomen dat vrijgelaten slaven of immigranten eigen grond konden krijgen. En passant werden ook de indianen hun laatste restjes grond afgenomen. Zo moesten de immigranten wel op de plantages werken, en zou de koffie eeuwige rijkdom blijven verschaffen.

Maar de eigenwijze immigranten doken op een economie die volledig buiten de `heilige koffieboon' omging. Ze zetten handeltjes op, banken en winkels, en later bevolkten ze de fabrieken die weer door landgenoten werden opgezet. De ex-slaven waren naar de steden getrokken om daar te zijn wat ze bijna vier eeuwen niet mochten zijn: vrij van dwangarbeid. De koffiebaronnen hielden zichzelf nog een tijdlang met staatssubsidies in stand. Het waren de emigranten die wérkten.

Eén van de succesverhalen is dat van de Calabrese varkensvet-verkoper Francisco Matarazzo. Met een paar potjes varkensvet scheepte de jonge Italiaan zich in 1881 naar Brazilië in. Veertig jaar later was hij de rijkste man van het land. `Voor elke dag van het jaar' had hij een andere fabriek.

En zo komt het dat in São Paulo meer Italianen wonen dan in Rome. De tongval, het eten, het voetbal. Alles is er Italiaans. Alleen: mengen deden de Italianen niet. Zoals later ook de grote Japanse gemeenschap weigerde met Brazilianen te trouwen. De emigranten van São Paulo klitten liever bij hun `eigen soort'. De machtige Italiaanse voetbalclub Palmeiras van São Paulo was tot 1942 zelfs verboden voor zwarten.

Dit is het vijfde deel van een korte serie over Brazilië. eerdere delen verschenen op 22, 25, 26 en 27 april.

    • Marjon van Royen