Gepantserd geld

A fish caught in time; Samantha Weinberg; Uitgave: Fourth Estate, London; prijs: fl 60,35.

Sinds vorige week mag hij niet meer worden verhandeld. De coelacanth, de prehistorische vis waarvan lang werd gedacht dat hij was uitgestorven, staat op de lijst met bedreigde diersoorten waarin geen handel is toegestaan. Landen die het VN-verdrag voor de internationale handel in bedreigde plant- en diersoorten (Cites) onderschrijven, hebben dat ruim een week geleden in de Keniaanse hoofdstad Nairobi beslist.

Tot 1938 stond de coelacanth bekend als een uitgestorven diergroep. Fossiele resten van deze beenvis waren in de loop van de 19de en 20ste eeuw in verschillende werelddelen gevonden, zowel in mariene afzettingen als in voormalige zoet watermilieus. Uit dat materiaal was het beeld ontstaan dat de coelacanthen (kwastvinnigen) zo'n 370 miljoen jaar geleden in het Devoon opkwamen, een bloeiperiode doormaakten in het Carboon en aan het eind van het Krijt (65 miljoen jaar geleden) samen met de dinosauriërs in een golf van massale extinctie van het toneel verdwenen.

Maar in 1938 raakte een levende nazaat voor de kust van Zuid-Afrika verstrikt in de netten van een trawler. De metaalblauwe, gepantserde vis van anderhalve meter werd als levend fossiel geïdentificeerd en kreeg de naam Latimeria chalumnae. De vondst was een sensatie. De coelacanth ging door voor een directe afstammeling van de visachtige voorouder van de tetrapoden, de op het land levende vertebraten. Latimeria kon nieuw licht op de verwantschap werpen en de kennis over levenswijze en fysiologie van onze verre voorouders vergroten. Zijn gepaarde borst- en buikvinnen, die anatomisch op ledematen leken, bezorgden hem bij het grote publiek het imago van missing link; hij zou op zijn vier vinnen uit het water zijn gekropen om een landleven te beginnen. Van het eerste exemplaar waren alleen de huid en het skelet bewaard gebleven, te weinig om alle vragen te beantwoorden. Zo begon de zoektocht naar soortgenoten die nog steeds voortduurt, al is het perspectief veranderd en ligt de nadruk tegenwoordig op het schatten van de populatieomvang.

In A fish caught in time doet Samantha Weinberg deze zoektocht uitgebreid en smakelijk uit de doeken. Het boek is mooi uitgegeven en herinnert op het eerste gezicht aan Mark Kurlansky's biografie van de kabeljauw, de vis die de wereld veranderde. Van de coelacanth is ondanks zijn curiositeitswaarde veel minder te vertellen. Anders dan bij de kabeljauw is zijn geschiedenis niet eeuwen met die van mensen verweven, lijkt zijn huidige verspreiding beperkt en is van zijn levenswijze weinig bekend. Bovendien komt hij er in de benadering van Weinberg bekaaid af. Je zou als lezer willen weten welke theorieën zijn bedacht om het gat van 70 miljoen jaar in het fossiel materiaal te verklaren en waarom de coelacanth uiteindelijk toch geen nauwe verwant van de tetrapoden bleek te zijn. Je zou ook wel een behoorlijke geologische tijdtabel willen zien in plaats van het kinderachtige schemaatje dat hier is afgedrukt en een paar loze plaatjes willen inruilen voor een anatomische tekening en een recent verspreidingskaartje. Weinberg heeft een andere selectie uit haar bronnen gemaakt en zich vooral op het avontuur van de speurtocht en de speurders gericht. Mogelijk schuilt in hun antecedenten de sleutel tot hun bijna obsessieve gedrevenheid (``J.L.B's mother, Emily Ann Beck, was a beautiful but cruel woman''). Een wat dieper gravende beschouwing over de prehistorische antecedenten van Latimeria had het onderwerp meer reliëf gegeven.

J.L.B. Smith, de visexpert die de naam Latimeria vastlegde en de soort als eerste beschreef, had het idee dat het gevangen exemplaar met de stroom naar het zuiden was gedreven en dat zijn leefgebied bij Madagascar of Mozambique moest liggen. Samen met zijn vrouw bracht hij de visfauna voor de kust van Zuidoost-Afrika in kaart en verspreidde in alle havenplaatsen posters van de coelacanth waarop honderd pond voor een gaaf exemplaar werd geboden. In 1952 hadden hun inspanningen succes. Een tweede coelacanth werd bij de Comoren-eilanden, destijds een Franse kolonie, gevangen. Er kwam een regeringsvliegtuig aan te pas om de bederfelijke schat voor de wetenschap en Zuid-Afrika te behouden, wat voor Smith in die tijd vanzelfsprekend samenhing. De Franse autoriteiten dachten daar al snel anders over en ontzegden buitenlandse onderzoekers de toegang tot de Comoraanse wateren. De volgende coelacanthen werden door lokale vissers op een diepte van 150 tot 270 meter gevangen en door Franse onderzoekers ontleed. Millot c.s. publiceerden uitputtende studies van het skelet, de spieren, het zenuwstelsel, de zintuigen en de inwendige organen, voorzien van gedetailleerde tekeningen en instructieve fotos. Iets daarvan had in Weinbergs boek niet misstaan. Smith schreef, naast wetenschappelijke publicaties, Old fourlegs, een populair verslag van zijn belevenissen dat leest als een jongensboek. (In 1973 verscheen het als `Vis op de loop' bij Nijgh en Van Ditmar). Twee van de latere onderzoekers vertellen Weinberg dat zij door dat boek in de ban van de coelacanth zijn geraakt. Smith schreef zelf dat hij vaak door jonge mensen werd aangeklampt die hun werk vervelend vonden en informeerden hoe zij ichthyoloog konden worden.

Toen er naar zijn idee genoeg exemplaren boven water waren gehaald om de wetenschap te dienen drong hij in de Times op bescherming aan. Een opmerkelijk standpunt voor iemand die zelf met explosieven viste, zoals Millot in een tegenstuk opmerkte. Ook in de museumwereld was men het niet met Smith eens, want een levend fossiel wilde men graag in de collectie hebben (Nederland heeft er twee, waarvan een in het natuurhistorisch museum in Leiden). De jacht ging door en werd er na de onafhankelijkheid van de Comoren niet minder op. Coelacanthen betekenden handel. Aquaria in Japan en Amerika wilden grof geld betalen voor een levende vis. Bladen idem voor een foto. De kentering kwam in de jaren tachtig. Weer was het een onderzoeker die beschermende maatregelen bepleitte nadat hij eerst hemel en aarde had bewogen om Latimeria te vinden. Met behulp van een zelfgebouwd onderwatervoertuig was hij erin geslaagd de vis in zijn natuurlijke omgeving te filmen. De lezer moet van Weinberg ook weten dat hij als jonge krantenverkoper Berlijnse nachtclubs afging, waar een striptease danseres hem ooit van zijn laatste pak kranten verloste.

De handel in coelacanthen is inmiddels verboden. Op de Comoren propageert een natuurbeschermingsorganisatie het instellen van een nationaal marien park. Hoe goed of slecht het met Latimeria gaat is onduidelijk. Tellingen wijzen op een achteruitgang, maar betrouwbare cijfers ontbreken. Positief is in ieder geval dat in 1998 in Indonesische wateren een tweede leefgebied werd ontdekt. Van de stoet personages die in Weinbergs boek mag figureren heeft de coelacanth waarschijnlijk de langste adem.