Een groen pleegkind

Veelbelovende nieuwigheden waar je nooit meer iets van hoort. Een paar jaar geleden bereikte een violist de wereldpers met het bericht dat hij een manier had gevonden om planten harder te laten groeien. Een plant laat van zijn tevredenheid blijken door te groeien. Deze violist, die iedere dag studeerde, had gemerkt dat in de kamer waar hij dat deed, de plantjes harder groeiden dan in de huiskamer. Het was, zoals dat met veel ontdekkingen gebeurt, een geleidelijk proces. In beide kamers stonden ze aan dezelfde kant voor het raam, plantjes van dezelfde familie, stekjes van dezelfde moeder. Alle voorwaarden waren gelijk, op één na. In de studeerkamer hoorden ze iedere dag muziek, in de huiskamer alleen gepraat en een enkele keer de stofzuiger.

Dan komt het proces dat aan de ontdekking vooraf gaat: vergis ik me of vergis ik me niet? De violist nam de maat van de stengels, enz., noteerde, controleerde, en zo kwam het vast te staan. Planten groeien harder met muziek. Daarna hebben we er nooit meer iets van gehoord. Voor mij klinkt het niet onwaarschijnlijk.

Wie wat langer in een hotelkamer woont, krijgt behoefte aan gezelschap. Oscar Wilde had vissen. Waarom vissen? ,,I enjoy their silent companionship'', zei hij. Ik ken iemand die zich in een vreemde stad ging vestigen en een goudvis meenam; en een familie die een wilde huismuis koesterde. Een paar jaar geleden, het was winter, heb ik een vlieg gehad. Dat ging ongeveer op dezelfde manier. Eerst denk je: hé, een vlieg. De volgende dag is hij er nog. Het vriest dat het kraakt, een sneeuwstorm. Bij zulk weer stuur je een vlieg niet naar buiten. Ik liet een paar kruimeltjes en suikerkorrels op het aanrecht liggen. Met de vlieg ging het steeds beter. Tegen een vlieg praten vind ik wat ver gaan. Je begint aan de betoverde kikvors te denken, en wie weet wat je in huis hebt gehaald. Toen ik weer vertrok, was de vlieg er nog.

Voor jezelf een bos bloemen kopen? Ik zie op tegen het verwelken van de bloemen terwijl de rest nog leeft; en ik denk aan mijn leraar staatsrecht. ,,Als je een bouquet in huis hebt'', zei hij, ,,ben je een heler. Je hebt de geslachtsdelen van een plant geheeld.'' Hij meende het; hij was geen man die zich met grapjes populair probeerde te maken. En er zit iets in.Dus koop ik een plantje. Deze keer was dat een kleine klimop-achtige, een centimeter of tien hoog toen ik hem in huis haalde. Ik weet niet hoe hij heet. Het blad lijkt op dat van een wingerd, maar hij heeft geen klauwtjes aan de stengels. Hoe moest ik hem verzorgen? ,,Niet te veel water, maar ook niet te weinig'', zei de bloemist. Hocuspocuspas en dan een beetje simsalabim, had hij ook kunnen zeggen. Het verkeren met planten verschilt niet zoveel van koken. Het zijn kunsten. Je hebt het gevoel of je hebt het niet.

Soms geloof ik dat ik `groene vingers' heb. Binnen tien dagen was dit plantje twee maal zo groot, had blad na blad ontwikkeld en begon uit zijn pot te groeien. Dat is nog een overeenkomst met andere levende wezens: soms merk je pas later wat je je op je hals hebt gehaald. Naar de winkel; een andere want de eerste, die van de vader van mijn plantje, zal ik maar zeggen, was dicht. Deze zag er van buiten bescheiden uit, een klein winkeltje met een smal raam. Binnen strekte zich een soort jungle uit. Onder de potpalmen en lianen liep ik door een groene tunnel naar de plaats waar ik de baas vermoedde. Het rook naar tropisch regenwoud, het was warm en uit de luidspreker klonk Ella Fitzgerald met Love For Sale. Ik dacht aan de violist.

De baas was een man van een jaar of 75, met een stofjas en een hoed op. Hebt u een pot van ongeveer deze afmetingen? Tussen mijn wijsvingers gaf ik de maat van een schoen voor grote kinderen aan. Hij wees me het oerwoud in. ,,Ga zelf maar zoeken!'' Het was werkelijk een soort oerwoudje. Boven de boomtoppen was Ella aan All of you begonnen. Al zoekend, dwalend, niets vindend stond ik opeens weer voor het raam. De regen zwiepte over de kale zondagsstraat. Ik wachtte tot Ella uitgezongen was.

Wat te doen met het plantje? Het over laten aan het kamermeisje dat er niet als een liefhebster uitziet? Toen dacht ik aan Elián. De oplossing: ik breng het terug naar zijn vader. Benieuwd wat die zal zeggen.