De hockeysport heeft z'n onschuld verloren

Het tumult rondom het hockeyduel Amsterdam- Den Bosch (2-3), vorige week donderdag in Amstel- veen, staat niet op zich. Groeistuipen van een sport in de overgang.

Was dat even schrikken, vorige week donderdagavond in het Wagener-stadion. Vloekende spelers, een toeschouwer met een hoofdwond en een fles bier die uit protest op het veld werd gesmeten. Het scheelde weinig of de hockeyers van Amsterdam en Den Bosch waren ook nog met elkaar op de vuist gegaan.

Hockey, die keurige sport met bal en stick, beleefde vorige week één van de donkerste dagen uit zijn geschiedenis. Een onterecht afgekeurd doelpunt van Amsterdam was de aanleiding voor een tumultueuze slotfase, waarin Den Bosch-doelman Ronald Jansen een stick het publiek inslingerde (en een toeschouwer verwondde) en de Brabanders een strafbal kregen. Die kon pas genomen (en benut) worden na een oponthoud van ruim twintig minuten, nadat alles en iedereen de scheidsrechters verbaal onder vuur hadden genomen. Jansen werd gisteren voor drie duels geschorst.

Sportjurist Berry Bertels, oud-hockeyverslaggever van De Tijd, keek zijn ogen uit bij het play-offduel dat Den Bosch met 3-2 won. Zijn conclusie: ,,Jansen heeft het hockey in diskrediet gebracht, en met hem het hele elftal van Den Bosch. In plaats van een sportief gebaar te maken door voor te stellen om de wedstrijd over te spelen, hebben ze olie op het vuur gegooid. En wat helemaal te denken geeft: niemand bij de club heeft die jongens gecorrigeerd.''

Hoewel sommigen, onder wie Den Bosch-coach Toon Siepman, spreken van ,,een incident'', staat het voor Bertels als een paal boven water: ,,Hockey heeft zijn onschuld verloren. In de top is sprake van een verzakelijking, waardoor spelers, coaches en bestuurders langzaam maar zeker de essentie, de spirit of sport, uit het oog verliezen. Waartoe dat kan leiden, daar weten ze bij Ajax alles van. Als de bond niet oppast, wordt het eigen product verkankerd.''

Zover wil Geerhard de Grooth niet gaan, al ontkomt ook de radioverslaggever niet aan de conclusie dat hockey zich momenteel in een schemergebied bevindt, met enerzijds de familiecultuur waar de bond zo op hamert en anderzijds een professionele aanpak waar de hoofdklasseclubs voor hebben gekozen. ,,Hockey begint een echte sport te worden. Al die opgeklopte emoties en frustraties beschouw ik als onvermijdelijke groeistuipen.''

De Grooth, hockeyjournalist sinds 1964, signaleert een scheefgroei. ,,Terwijl de spelers voor een professionele benadering kiezen, groeit een deel van het kader niet of nauwelijks mee. Als ik die coach van Amsterdam bijvoorbeeld een ooggetuige het veld op zie sleuren om de scheidsrechters te overtuigen, dan denk ik: bestuur, stuur die man lekker op vakantie.''

Oud-international Ties Kruize bespeurt eveneens een mentaliteitsverandering. ,,Het klinkt vreemd uit mijn mond, want ik was ook geen lieverdje'', zegt de huidige voorzitter van HCKZ. ,,Toch heb ik altijd grenzen in acht genomen. Maar als ik tegenwoordig langs de lijn sta, krijg ik steeds vaker het gevoel dat de scheidsrechters vogelvrij zijn.''

Een trend die het arbiterskorps volgens Kruize deels aan zichzelf te wijten heeft. ,,Scheidsrechters treden niet hard genoeg op. Ze laten te veel ruimte voor discussie, terwijl ze paal en perk zouden moeten stellen aan fysiek en verbaal geweld. Dat gebeurt te weinig, en daar maken spelers misbruik van.''

Daar kan scheidsrechter Peter von Reth over meepraten. Na twintig seizoenen voelt hij zich steeds minder op zijn gemak op de hockeyvelden. ,,Het is minder gemoedelijk, veel afstandelijker. Zag ik tien jaar geleden met een beetje geluk nog het einde van Studio Sport, tegenwoordig ben ik op zondagavond ruim op tijd voor het begin van de uitzending.''

Het toegenomen fysieke en verbale geweld verklaart Von Reth door te wijzen op de groeiende invloed van sponsors. ,,Die doen niet aan liefdadigheid, die willen resultaten zien. Die wens vertaalt zich op het veld, maar ook naar de zijlijn. Want wat het publiek tegenwoordig roept, is ook niet zo fris.''

Hockeyers raken in de ban van het geld, vermoedt Von Reth. ,,Welke bedragen er omgaan, weet ik niet en hoef ik ook niet te weten. Maar dat er spelers zijn die premies ontvangen, dat staat vast. Dus als ik een bepaalde beslissing neem, kom ik indirect aan hun portemonnee. Dat verklaart de heftigheid van sommige reacties.''

Siegfried Aikman, trainer van de vrouwen van Kampong, deelt die mening. ,,Sport is niet alleen maar winnen, sport betekent ook verliezen. Maar voor de meesten is het effect van verliezen te groot. Daarmee onderscheidt hockey zich niet van de maatschappij. Kijk naar de mislukte beursgang van World Online. In plaats van te berusten in hun verlies, kiezen gedupeerde beleggers voor de tegenaanval.''

Volgens Aikman raakt de sport verstrikt in de eigen ambities. ,,Neem Amsterdam. Met een hoop poen is die Pakistaan Abbas binnengehaald, wat binnen de selectie voor onrust zorgde. Omwille van het doel hebben die spelers geslikt dat de voorzitter zijn zin doordrukte. Maar toen de werkelijkheid in het duel met Den Bosch weerbarstiger bleek te zijn, kwamen alle frustraties naar buiten.''

Niet dat Aikman het de bond kwalijk neemt, maar onbewust heeft de KNHB de geest uit de fles laten ontsnappen. ,,Bij het WK in Utrecht zijn ze overstag gegaan door premies uit te keren. Binnen de nationale ploegen is professionaliteit de norm. Dan is het niet zo gek dat spelers nu ook premies en faciliteiten verlangen van de clubs. Krijgen ze die niet, dan zijn ze weg. Wat weer tot paniekvoetbal leidt bij de besturen.''

Sander van der Weide, international van Den Bosch, tilt niet al te zwaar aan de commotie. Sterker nog: ,,Eindelijk gebeurt er eens wat. Kijk, flessen bier op het veld keur ook ik af. Maar sport is emotie. Dan gebeurt er wel eens wat. Hockey heeft zichzelf veel te lang geprofileerd als een brave, saaie sport van louter amateurs die na afloop gezellig een biertje drinken.''