Coca-Cola kleurt het rood van de Vietnamese overwinning

Communistisch Vietnam gedenkt morgen dat het vijfentwintig jaar geleden is herenigd. Voor veel vroegere Zuid-Vietnamezen valt er niet veel te vieren.

Phan Phuoc Thanh houdt opeens op met vertellen. Tussen de honderden bromfietsers die rondjes rijden om het centrale plein van de stad, heeft hij agenten in burger gezien. ,,We moeten ergens anders praten'', zegt hij.

De 25-jarige Vietnamees was jeugdherinneringen aan het ophalen over de jaren na 30 april 1975, de dag dat er met de inname van Saigon, nu Ho Chi Minh-stad geheten, een einde kwam aan de `Amerikaanse oorlog'. Morgen is het 25 jaar geleden dat om half elf 's ochtends de vlag van het communistische Noorden voor het eerst wapperde op het presidentiële paleis van het door Amerika gesteunde Zuid-Vietnam. Dit `glorieuze moment van bevrijding' zoals `30-4' overal in Ho Chi Minh Stad wordt aangeduid op spandoeken en affiches, wordt morgen groots gevierd. Maar niet zo groots als de vorige 24 keer, want Vietnam heeft eind vorig jaar een watersnoodramp te verwerken gehad. Daarom heeft het communistische regime een al te uitbundig feest verboden.

Voor Baj, zoals vrienden Phan Phuoc Thanh aanspreken, is het helemaal geen feest, zegt hij op een voor hem veilige plek buiten het centrum. Zijn vader werkte voor de oorlog in Saigon als vrachtwagenchauffeur voor de Amerikanen en probeerde net als zoveel Zuid-Vietnamezen tijdens de val van Saigon tevergeefs over de hekken van de, inmiddels gesloopte, Amerikaanse ambassade te klimmen. Een paar honderd meter verderop verwelkomde een grote menigte de Noord Vietnamese `bevrijders' op weg naar wat nu het Herenigingspaleis heet.Tegelijkertijd bliezen de Amerikanen in blinde paniek de aftocht en verdwenen in helicopters die vanaf het dak van de ambassade naar vliegdekschepen vlogen. Postzakken met daarin lijsten van namen van Zuid-Vietnamezen die met de Amerikanen hadden samengewerkt, scheurden open en de wind van de wieken maakte de `collaborateurs' vogelvrij.

De vader van Baj besloot de stad uit te vluchtten. De meeste Zuid-Vietnamezen die dat deden werden opgepakt en in heropvoedingskampen gezet, maar het gezin van Baj hield het zeven jaar lang vol uit de handen te blijven van Noord-Vietnamese soldaten. Baj's ouders ontsnapten toen op een boot en wisten uiteindelijk Amerika te bereiken, maar lieten hun kinderen achter in de hoop ze later legaal op te kunnen halen. ,,Ze wonen nu in Texas'', zegt Baj, ,,maar ik heb ze nooit meer gezien.'' Hij fluistert niet meer als hij vraagt:,,Begrijp je nu waarom ik niets wilde zeggen met al die agenten in burger in de buurt?''

Nu verdient hij met zijn bromfietstaxi tachtig gulden per maand en woont samen met zijn vrouw en twee kinderen bij zijn schoonmoeder in. Zijn zwager heeft eveneens met zijn gezin intrek genomen in het minuscule twee kamer-huisje in een overbevolkte wijk buiten het centrum van de stad.

,,Ik denk wel eens hoe het zou zijn geweest als mijn vader niet voor de Amerikanen had gewerkt'', zegt Baj. Hij denkt het volgens zijn vrouw vooral als hij weer eens een avond met zijn vrienden op straat heeft gezeten. Ze hebben allemaal vaders of ooms die voor de Amerikanen hebben gewerkt en allemaal wijten ze hun armoedige bestaan aan dat enkele feit.

Een betere verklaring is waarschijnlijk de trek naar de grote stad. In het Vietnam van nu is de werkloosheid groot en de armoede groeiende, ook in de grote steden zoals Ho Chi Minh Stad, Hanoï, Danang en Haiphong. Desondanks groeit de welvaartskloof tussen de `rijke' steden en de rest van het arme, overwegend agrarische land. Het leven in de stad blijft beter dan op het platteland.

Het communistische regime ziet zichzelf van alle schuld hieromtrent verschoond. De oorlog en niets anders dan de oorlog is verantwoordelijk voor het achterblijven van de economie. Per slot van rekening duurde die oorlog dertig jaar, eerst tegen de Franse kolonialisten en later tegen de anti-communistische Amerikanen. ,,Nooit was een vijand van Vietnam zo barbaars als de Amerikanen'', zei woordvoerder Phan Thuy Thanh van het ministerie van Buitenlandse Zaken deze week bij de verwelkoming van de buitenlandse journalisten. ,,Maar omdat het Vietnamese volk een traditie heeft hoog te houden van vergeving, altruïsme en vreedzame co-existentie, is het bereid het verleden te vergeten en naar de toekomst te kijken.''Dat blijkt op de straten van Ho Chi Minh Stad. De voormalige Amerikaanse ambassade is nu een nieuw consulaat en in de brandende zon staan vele Vietnamezen in de rij voor een toegangsbewijs tot het land van de voormalige vijand. ,,Ik weet nog niet of ik hier terugkom als ik naar Amerika mag'', zegt een jonge vrouw in de rij.

Langs de boulevard waaraan het consulaat ligt die leidt naar het Herenigingspaleis, wordt morgen de intocht van het Noord-Vietnamese leger 25 jaar na dato over gedaan. Rood is de kleur waarmee morgen de bevrijding wordt gevierd. Aan elke lantaarnpaal hangt een rood vaandel met een gele ster of hamer en sikkel. Verder wappert overal de Vietnamese rode vlag. En er staan, waar je maar kijkt, rode parasols en rode billboards, maar die zijn van Coca-Cola.