130 BASENPAREN VAN DINO GEÏSOLEERD, BEKEND VAN KALKOEN

Uit de fossiele botten van een dinosauriër, de bekende Triceratops, is een deel van diens DNA geïsoleerd. Op het symposium begin april in Florida hield William Gartska, een geoloog van de Universiteit van Alabama, een voordracht over een ontdekking die tot nu toe door de meeste deskundigen voor onmogelijk werd gehouden (Science, 14 april). Het gaat om een streng van 130 opeenvolgende base-paren. Geen aantal dat het zelfs maar bij benadering mogelijk zou maken om Triceratops `terug te kweken', maar alleen al het feit dat er een stukje DNA kon worden geanalyseerd, betekent een revolutie. Deskundigen achtten het tot nu toe vrijwel uitgesloten dat DNA, zelfs onder gunstige omstandigheden, meer dan zo'n 100.000 jaar zou kunnen overleven. De dinosauriër uit de botten waarvan het DNA werd vrijgemaakt, leefde echter zo'n 65 miljoen jaar geleden in de Amerikaanse staat Noord-Dakota.

Voor het isoleren van het minieme stukje DNA werd gebruik gemaakt van de modernste technieken, waarbij onder meer de ervaringen werden gebruikt die wetenschappers van de Russische Academie van Wetenschappen hebben opgedaan bij pogingen om DNA vrij te maken uit organismen die in `eeuwig' bevroren bodems (permafrost) zijn ingevroren (zoals mammoeten). Het DNA van de Triceratops werd aangetroffen in twee wervels en een deel van een rib. De fossilisatie van het DNA moet worden toegeschreven aan de slechts gedeeltelijke mineralisatie van de beenderen van de dinosauriër.

De gevonden streng DNA is vergeleken met die van 28 nog levende diersoorten, waaronder 13 vogels. Het bleek dat een 100% identieke streng voorkomt bij kalkoenen; met de andere vogelsoorten bestond steeds een overeenkomst van tenminste 94,5%. Volgens Gartska is dit het eerste directe genetische bewijs dat vogels van de dinosauriërs afstemmen; dat bewijs bevestigt overigens wat op grond van talrijke fossiele overblijfselen reeds lang werd aangenomen.

De duidelijke overeenkomst van het DNA van Triceratops met dat van kalkoenen deed aanvankelijk enige twijfel rijzen, onder meer bij de zoöloog John Ruben van de Universiteit van Oregon; was er geen `vervuiling opgetreden door bijvoorbeeld een broodje kalkoen dat een van de onderzoekers bij het opgraven van de botten of bij het laboratoriumonderzoek had gegeten? Dat bleek bij nauwkeurig nader onderzoek niet het geval. Niet alleen is daarmee de afstammingslijn dinosauriërs-vogels in feite genetisch bewezen (de kans op toeval is buitengewoon klein), maar ook kan de kalkoen nu direct verwant – zij het uiteraard niet echt nauw verwant – met Triceratops worden beschouwd. (A.J. van Loon)