Twee miljoen in fonds legionella

Minister Borst (Volksgezondheid) geeft twee miljoen gulden aan het fonds voor slachtoffers van de legionella-epidemie die begin vorig jaar uitbrak onder bezoekers aan de Westfriese Flora. De schenking is geen erkenning van schuld maar een – onverplicht – financieel gebaar. De Consumentenbond vindt dit onvoldoende en zet de juridische procedure tegen de overheid voort.

De epidemie in Bovenkarspel heeft zeker 21 levens geëist, zo schrijft Borst de Tweede Kamer. Van deze slachtoffers is het zeker of vrijwel zeker dat ze aan de gevolgen van een besmetting met legionella zijn overleden. Bij de andere zeven doden, waarvan dit tot dusver ook werd aangenomen, blijkt die zekerheid er niet te zijn. Bij hen blijkt 'geen diagnostiek verricht of kon geen legionella worden aangetoond', zo schrijft de minister.

Vast staat nu ook dat als gevolg van de besmetting 195 mensen ernstig ziek zijn geworden. Borst laat een onderzoek doen naar de gevolgen op de langere termijn voor de slachtoffers.

Binnen twee maanden krijgen slachtoffers en nabestaanden een aanvraagformulier voor een uitkering. Zij kunnen vrijwel allemaal rekenen op een basisbedrag van vierduizend gulden. Wie langdurig ziek is geweest, kan ongeveer achtduizend gulden krijgen. Nabestaanden kunnen rekenen op een bedrag tussen de acht- en tienduizend gulden, zo heeft de voorzitter van de stichting Fonds Slachtoffers Legionella-epidemie, oud-minister Apotheker (Landbouw), gisteren gezegd. Volgens hem is de schenking niet het antwoord op de discussie over de aansprakelijkheid.

De Consumentenbond wil via de rechter duidelijk krijgen wie aansprakelijkheid draagt. Volgens de bond zijn dat vier partijen: naast het ministerie van VWS de Flora zelf en twee standhouders. Tegen hen loopt een civiele procedure. De bond behartigt de belangen van 128 Florabezoekers.

Volgens de Consumentenbond is het door minister Borst toegezegde bedrag te laag. Alleen al voor de 128 eigen cliënten zou volgens haar zo'n drie miljoen nodig zijn.